of 59244 LinkedIn

Rijk en regio wachten op elkaar bij verduurzaming

‘Handelingsverlegenheid’ van rijk en regio blokkeert een voortvarende aanpak van de verduurzamingsopgaven. Ook worden energietransitie, klimaatadaptatie en de kringloopeconomie te vaak afzonderlijk in plaats van in samenhang bekeken.

‘Handelingsverlegenheid’ van rijk en regio blokkeert een voortvarende aanpak van de verduurzamingsopgaven. Ook worden energietransitie, klimaatadaptatie en de kringloopeconomie te vaak afzonderlijk in plaats van in samenhang bekeken.

Uitkomsten goed herkenbaar 

Dat concludeert de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) in het vandaag verschenen rapport De som der delen. De Rli nam daarvoor het verduurzamingsbeleid onder de loep in de regio Zuidwestelijke Delta (ruwweg de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en West-Brabant). ‘De eerste uitkomsten hebben we met andere regio’s besproken’, zegt onderzoeker Co Verdaas. ‘Hoewel de delta een sterke eigen identiteit heeft, bleken de uitkomsten voor andere regio’s goed herkenbaar. Ons rapport geeft zo dus een beeld van de verduurzamingsopgave in het hele land.’

Kinderschoenen

De Rli constateert dat de verduurzaming in de Zuidwestelijke Delta nog in de kinderschoenen staat. De meeste initiatieven zijn kleinschalig en beperken zich tot één van de vier opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, voedseltransitie, circulaire economie). Dat is op zich niet erg, constateert de raad. Om meteen meters te kunnen maken, is zo’n beperkte focus zelfs nuttig. Maar bij de opschaling van succesvolle initiatieven is samenhang noodzakelijk.

 

Getijdencentrale

In het rapport wordt het voorbeeld gegeven van een getijdencentrale, waarbij de stroming van het zeewater wordt aangewend voor de opwekking van elektriciteit. Tegenover die duurzame plus staat echter een verdere verzilting van Zeeuwse landbouwgrond. Wat weegt zwaarder? ‘Of neem die nieuwe woonwijk die mogelijk kan worden gestookt met de restwarmte van een fabriek’, geeft Verdaas aan. ‘Verdient het aanbeveling die nieuwbouw te plannen in de buurt van een fabriek of kun je beter de fabriek verhuizen? Dat betekent een nieuw, breder afwegingskader.’

 
Verschillende fases

Daarbij is het lastig dat de verschillende transities zich in verschillende fases bevinden. Klimaatadaptatie en energietransitie bevinden zich, na een eerdere sterke groei van het aantal initiatieven, in een proces van institutionalisering. De circulaire economie en de voedseltransitie lopen daar nog ver bij achter. Die zitten nog volop in de fase van de eerste rijksvisiedocumenten en lokale experimenten. Dat bemoeilijkt een integrale aanpak.

 

Betere verbinding

Hoe komt die gewenste samenhang dan wel tot stand? De Rli noemt een betere verbinding tussen rijk en regio een eerste noodzaak. De raad waarschuwt voor een dreigende impasse als het rijk wel nationale duurzaamheidsdoelen stelt, maar zich vervolgens terughoudend opstelt bij de vertaling ervan naar regionale doelen (handelingsverlegenheid). Andersom wachten gemeenten en provincies vanwege de complexiteit van de opgaven vaak nog op concrete handvatten en nieuwe, duurzaamheid bevorderende wetgeving van het rijk. ‘Het geringe contact hierover tussen rijk en regio heeft mij het meeste verrast’, zegt Verdaas. ‘Dat is feitelijk non-existent.’

 

Mede-eigenaarschap
De impasse kan worden voorkomen als rijk en regio andere rollen aannemen. De rijksoverheid, stelt de Rli, moetmede-eigenaarschap tonen ten aanzien van de regionale duurzaamheidsopgaven’, waarin ook gedeelde verantwoordelijkheid voor de uitwerking valt. En provincies en gemeenten moeten niet volstaan met het uitvoeren van rijksbeleid, maar zich opstellen als volwaardige partners. Een programmatische benadering van de opgaven kan daarbij behulpzaam zijn.


Gebiedsdialoog

Om het duurzaamheidsbeleid beter in de regio te laten landen, raadt de Rli zogenaamde gebiedsdialogen aan, in opzet vergelijkbaar met de nationale klimaattafels. Zo kunnen marktpartijen, maatschappelijke organisaties en burgers op gestructureerde wijze bij de duurzaamheidsopgaven worden betrokken. Ook moet regionale overheden sterk inzetten op kennisontwikkeling. In Zeeland, waar de bevolking de komende jaren sterk vergrijst, wordt al gewerkt aan de oprichting van een bèta-campus: een onderwijs- en kennisinstituut dat nadrukkelijk aansluiting zoekt bij de specifieke regionale opgaven (deltatechnologie, waterkwaliteit, etcetera).  

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Het probleem van dit zogenaamde DOENKABINET RUTTE is dat het wel wil doen maar functioneert 'als een kip zonder kop'. Het heeft namelijk op het gebied van verduurzamingsopgaven veel te laat toekomstgericht beleid ontwikkeld. Het beleid dat wel is/wordt ontwikkeld is bovendien warrig (Wiebes), knullig, onduidelijk en onvoldoende gericht op de lange termijn. Veel subsidies, opgebracht door de burgers, worden daardoor besteed aan verkeerde producten en energieopwekkingsinstrumenten in plaats van bijvoorbeeld een snelle verdere ontwikkeling van het gebruik van waterstof en de ontwikkeling getijdenenergie.