of 59082 LinkedIn

Nieuw stelsel waterheffingen van de baan

De rigoureuze aanpassing van de waterheffingen, zoals bepleit door de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB), lijkt van de baan. In plaats daarvan studeert de Unie van Waterschappen op verbeteringen binnen het huidige stelsel.

Voorgestelde wijzigingen 'te ingrijpend'

Volgens unievoorzitter Rogier van der Sande bestaat er binnen de waterschappen onvoldoende draagvlak om de verandering door te voeren. ‘Het was een majeure stelselwijziging, in een poging het nog beter te krijgen. Maar de reactie van de meeste waterschappen was: het is te veel. We moeten even pas op de plaats maken. Als je al niet voldoende draagvlak vindt binnen de unie, dan moet je je met een afvragen of je dat wel zult vinden in de rest van de samenleving.’

In het nieuwe stelsel moesten vervuilers via de waterzuiveringsheffing voor een groter deel van de kosten opdraaien. Wie meer dan gemiddeld baat heeft bij het waterbeheer zou daar via de watersysteemheffing ook extra voor worden belast. Die principes sluiten aan bij de bevindingen in het rapport ‘Water Governance in the Netherlands’ van de OESO (2014), waar een tekort aan waterbewustzijn in Nederland werd vastgesteld. Dat rapport was een van pijlers onder het advies van de commissie.

‘De principes van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel zijn goed uit te leggen’, reageert Van der Sande. ‘Maar het gaat om de concrete invulling ervan. Daar zagen we dat het draagvlak verloren ging. Een aantal groeperingen, waaronder natuurorganisaties, moest beduidend meer gaan betalen. Terwijl wij als waterschappen ons werk niet veel anders zouden gaan doen. Dan kloppen de principes, maar raak je het gevoel van rechtvaardigheid toch snel kwijt.’

De uitkomst is opmerkelijk omdat een groot aantal waterschappen in de belastingcommissie was vertegenwoordigd en ook natuurclubs en landbouworganisatie LTO werden geconsulteerd. ‘Er is een goed proces doorlopen, waarin iedereen zijn zegje kon doen’, zegt Van der Sande. Voormalig CAB-voorzitter, dijkgraaf van Zuiderzeeland Hetty Klavers, verwijst voor commentaar naar de unie door.

Ontzettend lastig
Volgens heemraad Goos den Hartog van Waterschap Rivierenland was de nieuwe opzet van de watersysteemheffing, zoals die door de CAB werd bepleit, in de praktijk ‘ontzettend lastig te hanteren’. Vooral in een gemengd, deels stedelijk en deels agrarisch gebied. ‘Wil je daar het profijtbeginsel toepassen, dan moet je precies kunnen bepalen wat aan de categorie gebouwd en wat aan de categorie ongebouwd valt toe te schrijven. Dat is een enorm ingewikkelde rekensom.’

Toch is aanpassing van het huidige stelsel ook volgens Den Hartog noodzaak. Twee uitspraken van de Hoge Raad zetten de inkomsten van waterschappen de laatste jaren onder druk. Zo mogen zij gemeenten sinds 2018 geen hoger tarief meer rekenen voor de onverharde delen (bermen) van de openbare weg. Iets vergelijkbaars speelt bij de doorberekening van de kosten van oppervlaktewater aan Rijkswaterstaat. Rivierenland is vanwege de hoge kosten die het waterschap moet maken als een van de weinige waterschappen toegestaan om een tariefdifferentiatie voor verharde wegen tot 400 procent door te voeren. De uitspraak van de Hoge Raad leidt bij Rivierenland nu al tot een (bescheiden) herverdeling van de heffingen.

Het waterschap besloot onlangs om de 2.500.000 euro die het jaarlijks door kwijtschelding van de watersysteemheffing niet kan innen, bij wijze van solidariteitsheffing door te belasten aan alle ingezetenen. ‘Maar op langere termijn is het systeem van kostentoedeling niet houdbaar.’

Als tijdelijke oplossing zou volgens Den Hartog aan meer waterschappen toestemming voor tariefdifferentiatie moeten worden verleend. ‘En daarnaast gaan we wat mij betreft met alle waterschappen werken aan een aantal aanpassingen van de heffingen. Het woord ‘CAB’ proberen we zo min mogelijk te hanteren. Die term is te beladen geraakt.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.