of 59761 LinkedIn

Amsterdam wil aanpassing Wet Bibob

Sjors van Beek Reageer
Amsterdam heeft vijf jaar Wet Bibob geëvalueerd. Conclusie: Het instrument werkt op zich goed, maar moet hier en daar hoognodig worden bijgeslepen.

Amsterdam wil dat de Wet Bibob op enkele punten wordt aangepast. Bij het toetsen van de integriteit van ondernemers doen zich in de praktijk enkele flinke knelpunten voor. Zo mag een gemeente nieuwe gegevens die tijdens een Bibobprocedure worden aangedragen, niet zomaar tussentijds checken. Een aanvullend advies is niet mogelijk. Volgens de letter van de wet moet in zo’n geval een hele nieuwe, tijdrovende Bibobprocedure worden opgestart. Dat kan een tijdige afhandeling van een vergunningaanvraag in de weg staan.

 

‘Wij zijn van mening dat wij, waar nodig, binnen korte tijd gegevens moeten kunnen actualiseren hetzij op lokaal niveau, hetzij via een verkorte procedure bij het Landelijk Bureau. De Wet Bibob behoeft naar onze mening dringend aanpassing op dit punt’, meldt de hoofdstad in een evaluatie van vijf jaar werken met de Wet Bibob.

 

Eerste onderzoek

 

Gemeenten die een Bibob-procedure willen starten moeten zelf een eerste onderzoek doen naar de handel en wandel van personen met wie ze zaken willen doen. Komen ze er, aan de hand van open bronnen, niet helemaal uit dan kunnen ze advies vragen aan het Landelijk Bureau, onderdeel van het ministerie van Justitie. Dat bureau heeft toegang tot gesloten bronnen zoals politieregisters, belastinggegevens en informatie van diverse andere opsporingsdiensten.

 

Het Landelijk Bureau kan drie adviezen geven: ernstig gevaar, mindere mate van gevaar of geen gevaar. Het Bibob-advies wordt voorgelegd aan de vergunningvrager en eventuele derden (zoals zakenpartners en financiers). Zij krijgen de kans om bezwaar te maken en eventueel nieuwe gegevens aan te dragen. Die nieuwe informatie mag de gemeente echter niet opnieuw toetsen aan de gesloten bronnen via het Landelijk Bureau.

 

Als een ondernemer in de bezwaarfase - desnoods op de dag van de hoorzitting - een nieuwe zakenpartner of financier naar voren schuift, kan de gemeente de antecedenten van die nieuwe persoon onder de huidige wet niet tijdig laten toetsen. Dat moet dus anders, vindt de hoofdstad.

 

Ook moet volgens Amsterdam de relatie huurder-verhuurder worden aangemerkt als een ‘zakelijk samenwerkingsverband’ volgens de Wet Bibob. Nu kan een malafide ondernemer cq. pandeigenaar die geen vergunning krijgt, een stroman als huurder naar voren schuiven en via de huuropbrengst toch gewoon zijn winst opstrijken.

 

In Amsterdam gaat een experiment van start met het toepassen van Bibob op subsidies. Landelijk gebeurt dat nog vrijwel niet, het Landelijk Bureau heeft nog geen enkele adviesaanvraag over subsidies gehad. Amsterdam, zo is afgesproken, gaat nu die subsidies bekijken die volgens de officier van justitie verdacht zijn, bijvoorbeeld omdat de ontvangers in een strafrechtelijk onderzoek opduiken.

 

‘Bibobabel’

 

Van 1 januari 2004 tot 1 maart 2009 zijn in Amsterdam zo’n 4400 bedrijven (horeca, prostitutie, speelautomatenhallen) gescreend die ‘bibobabel’ zijn, dat wil zeggen onder het bereik van de wet vallen. In 306 gevallen werd het dossier door het stadsdeel voorgelegd aan het hoofdstedelijke Coördinatiebureau. Dat betrof onder meer 88 bordelen, 47 cafés en 32 coffeeshops.

 

Stadsdeel Centrum was koploper met 180 dossiers. De gemeente stuurde 83 dossiers door naar het Landelijk Bureau, dat 74 keer advies uitbracht. In 59 gevallen luidde dat advies ‘ernstig gevaar’. Negen maal nam Amsterdam een landelijk advies niet over, waarvan zesmaal een advies ‘ernstig gevaar’.

 

Enkele malen gebeurde dat omdat het advies van het Landelijk Bureau ‘onvoldoende gemotiveerd was’, andere keren omdat er ‘gewijzigde omstandigheden’ waren (ontvlechting van zakelijke - en privérelaties) of omdat er ‘minder ingrijpende bestuurlijke instrumenten werden ingezet’, aldus Sjahreen Sadiek, coördinator van het Coördinatiebureau van de gemeente Amsterdam.

 

Het Bibob-instrument, zo blijkt uit de Amsterdamse cijfers, werkt als een trechter: in bovengenoemde 74 dossiers wilde de gemeente 43 keer een vergunning weigeren of intrekken en negen keer extra voorwaarden aan die vergunning verbinden.

 

Uiteindelijk werd de vergunning, na het horen van de betrokkenen, 28 keer daadwerkelijk geweigerd of ingetrokken. Vijf keer werden extra voorwaarden gesteld. Daarnaast is 31 keer een vergunning geweigerd en acht keer ingetrokken op grond van zogeheten ‘gelieerd onderzoek’, aanvullend onderzoek op initiatief van het Coördinatiebureau naar andere bedrijven van een ondernemer.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.