Advertentie
juridisch / Nieuws

Veranderende verhoudingen in de lokale driehoek

Het Openbaar Ministerie gaat zich meer richten op kerntaken opsporing en vervolging en minder op preventie, vertelt voorzitter Rinus Otte.

19 januari 2024
Rinus Otte-ANP-441024277
Rinus Otte, voorzitter van het College van procureurs-generaalANP/Hollandse Hoogte/Dirk Hol

De verhouding in de driehoek burgemeester-hoofdofficier van justitie-eenheidschef staat al enige tijd onder druk. Rinus Otte, voorzitter van het College van procureurs-generaal, belicht de kant van het Openbaar Ministerie. 'Waarom kun je niet voorzien in openbare orde­-problematiek door meer boa’s in te zetten?'

Leidinggevende Klant Contact Centrum & Burgerzaken

Gemeente Meierijstad
Leidinggevende Klant Contact Centrum & Burgerzaken

Netwerkmanager Gelderland en Overijssel

Rijnbrink
Netwerkmanager Gelderland en Overijssel

De strafrechtketen kent vele problemen, maar de problemen waar het Openbaar Ministerie (OM) en de andere organisaties in de keten al twintig jaar mee worstelen, zijn vooral de lange doorlooptijden en grote voorraden. Die zorgen er volgens ­Otte voor dat de samenleving in de kou staat, want er worden veel aangiften gedaan, maar de politie kan ze niet allemaal in behandeling nemen, en dan duurt het vaak nog lang voor er een beslissing of uitspraak is. Het is Otte een doorn in het oog. Met het College heeft hij een nieuwe prioriteitenagenda opgesteld, waarin staat dat het OM zich meer gaat richten op de kerntaken opsporing en vervolging, en minder op preventie.

Hoe zou u de huidige relatie tussen politie, openbaar ministerie en burgemeester omschrijven?

‘Formeel is de driehoek met de punt naar beneden. Twee gezagen spreken met de politie. Het gezag over de openbare orde en veiligheid ligt bij de burgemeester en het gezag over de opsporing bij de hoofdofficier van justitie. Als je wapens vindt in een coffeeshop, is dat een zaak van het strafrecht. Maar de burgemeester gaat over tot sluiting van de coffeeshop en wordt daarover bevraagd door de gemeenteraad. De burgemeester mag dan geen antwoord geven, want het opsporingsonderzoek loopt nog. Je moet dus behoedzaam en terughoudend zijn in je informatie. Dat kan een ongemakkelijk gevoel geven. De burgemeester bestuurt de stad en heeft te maken met vele problemen, bijvoorbeeld bij voetbalwedstrijden en demonstraties. Bovendien is er soms sprake van persoonlijke bedreigingen. Om de stad leefbaar en beheersbaar te houden, heb je als burgemeester voor de ordebewaking de politie nodig. Tegelijkertijd trek je met die inzet de basisteams leeg, waardoor je minder kunt doen aan strafbare feiten die op behandeling liggen te wachten. En dan krijg je weer te maken met het wantrouwen van de burger die niet weet of zijn zaak wel wordt opgepakt.’

Wat heeft dan de prioriteit?

‘Over de verdeling van prioriteiten moet je het hebben in de driehoek. In Binnenlands Bestuur zeiden burgemeesters eerder: wij willen geen sheriff zijn. Andere burgemeesters willen juist meer zeggenschap over ondermijning. Dat is een gerechtvaardigde, nog lopende discussie, maar die is wezenlijk voor het functioneren van de rechtsstaat en het leefbaar houden van de stad. Het OM gaat over het strafrecht en de opsporing en de burgemeester heeft ook een gerechtvaardigd belang vanuit de openbare orde en veiligheid. Hier moeten we het in het publieke domein meer over hebben.’

Waar wringt het volgens u nu vooral?

‘Bij het handhavingstekort. Burgemeesters ervaren dat er in hun stad minder wordt gehandhaafd. De boa-bonden vragen daarom om meer ruimte. Sommige burgemeesters vinden dat prima, andere vinden het niet juist, want ze moeten overwegen of ze boa’ s, met wapenstok, in riskante situaties inzetten. Het verzoek is: meer politie. Maar het is de vraag of dat in de komende tijd het antwoord is.’

Misschien moet een grootwinkelbedrijf dat alleen met zelfscankassa’s werkt, en onvoldoende waakzaam is, de schade van diefstal op een andere manier oplossen

Die discussie over het handhavings­tekort is heel afhankelijk van de visie op de taken van de politie. Waarom is dat zo belangrijk?

‘De politie is een duizenddingendoekje geworden. Ze moeten uitrukken voor verwarde personen, terwijl die eigenlijk onder GGZ-zorg zouden moeten vallen. Ook moeten ze bij demonstraties en voetbalwedstrijden aanwezig zijn. Daardoor ontstaan er achterstanden in het strafrecht en staan burgers in de kou met hun aangifte. Daar moeten we een oplossing voor bedenken.’

Doet u eens een voorzet.

‘Nou, dan moet je toch serieus overwegen om met boa’s te gaan werken in dienst van de gemeente. Ze kunnen samen met de politie op pad, want anders kun je geen proces-verbaal met strafrechtelijke bewijskracht opmaken. Of je verandert de proces-verbaalbevoegdheid. Er zijn 600 boa-organisaties. We moeten dan een strafvorderlijk beleidskader maken met maatstaven waaraan zij moeten voldoen en oplossingen zoeken voor praktische problemen. Blijf dus niet alleen vragen om de politie uit te breiden. Linksom of rechtsom moet dat handhavingstekort worden gelenigd. Of door de politie, of door boa’s, of door bepaalde ­feiten niet meer in behandeling te nemen.’

Welke zaken zouden dan niet meer in behandeling kunnen worden genomen?

‘Misschien moet een grootwinkelbedrijf dat alleen met zelfscankassa’s werkt, en onvoldoende waakzaam is, de schade van diefstal op een andere manier oplossen. Bijvoorbeeld met een winkelverbod voor de betrokkene. Je moet in de oceaan van onrecht waarin we vissen en waar je niet een tienvoud van vissersboten wil hebben, bepaald onrecht laten zitten, omdat je andere feiten nog belangrijker vindt. Daar moet je criteria op ontwikkelen die maken dat je soms vanuit het strafrecht niet acteert.’

Zaak-De Mos

Vorig jaar sprak de rechtbank de Haagse oud-wethouder Richard de Mos in duidelijke bewoordingen vrij. Toch besloot het OM in hoger beroep te gaan. Vanuit het algemeen belang moet uitgeprocedeerd worden of een lokale ondernemer een lokale partij mag steunen in ruil voor wederdiensten. Is dat niet wrang voor de persoon De Mos? ‘We willen weten wat de grenzen zijn’, reageert Otte. ‘Het is cruciaal voor ons om de rechter erover te laten spreken. De uitspraak van de rechtbank kon niet het einde van de zaak zijn, want het onderwerp is te groot. Een hogere rechter moet ernaar kijken.’ Dat kan wrang zijn voor de verdachte, erkent Otte. ‘Voor De Mos is het naar dat de zaak lang duurt. Maar we doen dit zonder aanziens des persoons. In een zaak tegen een doorsnee burger gaan we ook in hoger beroep. We zijn niet uit op De Mos, maar willen weten of wat hier is gebeurd door de beugel kan of niet. Voor heel Nederland is dan duidelijk hoe de samenleving hiermee omgaat.’

Otte is van mening dat het gemeentebestuur en het OM elkaar niet moeten beconcurreren in hoe ze de politie inzetten. Dat moet in balans zijn. Maar er is ook de ‘couleur locale’. ‘Amsterdam heeft een andere gemeenteraad met andere privacy-opvattingen dan Rotterdam, wat zich uit in het aantal camera’s op straat. Het lokale gezag moet tot zijn recht komen. Maar bij het bewaken van de balans moet wel iedereen rolvast zijn. De gemeenteraad heeft in een rechtsstaat alleen zeggenschap over de burgemeester, niet over de magistratuur. Dat moet voortdurend worden ingeslepen.’

Hij wijst erop dat scholen pleiten voor een messenverbod. ‘Dat klinkt natuurlijk geweldig. Maar het kan alleen slagen als je toestaat dat je preventief mag fouilleren. Daar zijn bepaalde gemeenten  tegen, omdat het in strijd is met burgerrechten. Als je iets doet, heeft het altijd een prijs. Wat is er nodig om het te laten slagen? Als je iets wilt in de preventiesfeer, is dat vooral iets tussen burgemeester en gemeenteraad en de ruimte die men ziet om daar de bevoegdheden voor te creëren. Overdenk voor je met nieuwe wensen en strafbaarstellingen komt: dit zijn de opties, maar wat zijn de bevoegdheden en wie mag die uitoefenen?'

'Als je dat hebt geregeld, moet je nog voldoende handhavingscapaciteit én afdoeningscapaciteit hebben. Als er vervolgens een toevloed aan zaken komt en we doen die af met een strafbeschikking en men gaat in verzet, dan komen ze bij de rechter en dan moet die ook capaciteit hebben. Als je in die keten denkt, heeft uitbreiden bij de één altijd gevolgen voor de ander. Als je zoals het OM dan niet om meer middelen vraagt, moet je kijken naar het interne werkproces. Werken we praktisch, slim of zakelijk genoeg of kunnen we het werk ook anders inrichten, waardoor we met behoud van dezelfde kwaliteit toch kunnen leveren?’

Lees het hele interview met Rinus Otte in Binnenlands Bestuur nr. 1 van deze week. (inlog)

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hielco Wiersma
Meer inzet van BOA's bij Gemeenten is natuurlijk mogelijk. Een probleem daarbij is natuurlijk de bekostiging. Wie gaat deze steeds sterker uitdijende vorm van 'Gemeentepolitie' betalen?
Advertentie