Advertentie
financiën / Achtergrond

‘Investeer meer dan andere gemeenten’

Lokale welvaartsbeleving en investeringen door gemeenten. In een proefschrift wordt het effect van de investingen uitgelegd.

11 februari 2022
Huizen-en-geld-shutterstock-200541344.jpg

Naarmate een gemeente meer investeringen doet, heeft dat een positief effect op de woningprijs. En die prijs is weer een goede indicator voor de lokale welvaart. Dat is een van de conclusies uit het proefschrift Het gemeentelijk investeringsraadsel van planoloog Peter Verburg.

Adviseur Privacy in de publieke sector

BMC
Adviseur Privacy in de publieke sector

Medior/ Senior (Beleids-)Adviseur Sociaal Domein (28-40 uur)

BMC
Medior/ Senior (Beleids-)Adviseur Sociaal Domein (28-40 uur)

Verburg onderzocht het verband tussen gemeentelijke investeringen en lokale welvaartsontwikkeling. Eind 2021 promoveerde hij op een proefschrift hierover. Verburg is met pensioen, maar voorheen was hij gemeenteambtenaar in Zoetermeer. De gemeente Zoetermeer maakte het onderzoek mogelijk; hij mocht er een dag per week aan werken.

Waarom heet uw proefschrift ‘Het gemeentelijk investeringsraadsel?

‘Rondom investeringsinspanningen van de gemeente is veel onduidelijk. In de eerste plaats doordat het begrip investeren niet eenduidig wordt gehanteerd. Een wethouder van sociale zaken die een extra impuls wil geven aan armoedebestrijding verkoopt dat aan de gemeenteraad als investering. Maar de financiële ambtenaren zullen zo’n uitgave nooit als investering in de boekhouding opnemen. Voor hen is investeren het afschrijven van vermogen in objecten die meerdere jaren van nut moeten zijn, dus een investering straalt heel lang door in de begroting van een gemeente. Een extra impuls aan armoedebestrijding is een uitgave aan een subject, aan mensen. Toch wordt dat met het grootste gemak een investering genoemd. Ik hield een enquête onder 118 gemeentesecretarissen en één op de drie vindt van zo’n uitgave dat ze het een investering kunnen noemen. Terwijl de financiële regels het verbieden om het als een investering in de boekhouding op te nemen. Ik heb gekeken naar investeringen volgens de definitie van de Financiele regels.’

Er is toch niets mis mee om zo’n uitgave in het dagelijkse spraakgebruik een investering te noemen?

‘Daardoor ontstaat verwarring in een gemeentehuis. De beleidsambtenaar denkt bij investeren aan ingrepen en interventies om een doel te bereiken, de financiële ambtenaar denkt aan het vastleggen van vermogen in objecten die van duurzaam nut zijn. ‘Het gemeentelijk investeringsraadsel’ slaat niet alleen op die verschillende interpretaties, maar ook op het effect van de investeringen op de lokale samenleving. Van een afzonderlijk investeringsproject geeft men doorgaans wel aan welke doelen ermee beoogd worden, maar van de totale jaarlijkse investeringen doet men dat niet. Terwijl het over veel publiek geld gaat. En het is ook nog eens een raadsel omdat we niet eens weten hoeveel de gemeenten op jaarbasis investeren.’

Hoe meet je de lokale welvaarts ontwikkeling?

‘Traditioneel werd gekeken naar het bruto binnenlands product. Sinds een paar jaar kijkt het CBS naar meer indicatoren in de Monitor Brede Welvaart. Dat is al lastig op nationaal niveau, laat staan op lokaal niveau. Je kunt kijken naar de gezondheid van de inwoners, naar de staat van het milieu, de mate van werkloosheid. Er zijn zo veel aspecten. Ik heb gekeken naar de ontwikkeling van de huizenprijzen, omdat ik denk dat daar veel welvaartskeuzes achter schuilgaan. Waar wil je wonen? Waar kun je je het beste ontplooien? Wat is een prettige buurt? Je maakt allerlei keuzes en daar heb je een bepaalde prijs voor over. Mijn onderzoek gaat over de periode 2005-2015, waarin zich zowel een prijsstijging als prijsdaling heeft voorgedaan. Dat de woningprijzen de laatste jaren zijn geëxplodeerd, doet niets af aan de woningprijs als overall indicator van de lokale welvaart. Huizenprijzen zijn een eenduidige indicator, die iedereen kan begrijpen. En het is een keihard marktfeit, de prijs is zoals hij is.’ 

Er zijn toch heel veel factoren van invloed op de huizenprijs. Of er natuur in de buurt is en werkgelegenheid?

‘De woningprijs wordt inderdaad voor het grootste deel door andere factoren bepaald. Ten eerste door de grootte van het huis. In de tweede plaats door de ligging in Nederland, of anders gezegd hoeveel banen er binnen een aanvaardbare reistijd vanuit de woning bereikbaar zijn? Er is een heel sterk verband tussen banenbereikbaarheid en woningprijs. Ik denk dat de fileproblematiek er mede toe heeft geleid dat de woningprijzen in de grote steden zo omhoog zijn gegaan. Hoe duurzaam een woning gebouwd is, zal ook steeds meer een rol gaan spelen.’

Hoe meet je dan het effect van de gemeentelijke investeringen?

‘Er zijn allerlei factoren die de woningprijs bepalen. Ik heb een regressievergelijking gemaakt, waarin ik al die factoren heb opgenomen en waaruit ik de afzonderlijke invloed van de gemeentelijke investeringen heb gedestilleerd. Dus de andere factoren plaats ik buiten beeld. Dat is de statistische methode. Daarnaast deed ik een tweelinganalyse. Ik heb 118 gemeenten onderzocht en uit die gemeenten als het ware eeneiige tweelingen geselecteerd. Dus gemeenten die wat betreft onder andere ligging, .samenstelling van het woningbestand en ruimtelijke omgeving vrijwel identiek zijn, maar verschillen in investeringsinspanning. Vervolgens ben ik nagegaan of bij de gemeente met de hogere investeringsinspanning ook sprake was van een hogere woningprijs. Er zijn niet veel van die eeneiige tweelingen, maar Sliedrecht en Ridderkerk zijn bijvoorbeeld zo’n tweeling. De vergelijking van steden die een eeneiige tweeling vormen heeft geen bewijskracht, maar wel illustratiekracht. De statistische analyse is het belangrijkst. De tweelinganalyse is bedoeld als verduidelijking en het is ook een lakmoesproef om te kijken of de statische methode valide is.’

Wat is het effect van de investeringen?

‘Méér investeren dan andere gemeenten heeft een gunstig effect op de woningprijs. Eén euro meer investeren dan een andere gemeente had in de onderzochte periode (2005-2015) een positief effect op de woningprijs van 20 euro. De gemiddelde woningprijs in de gemeente die per inwoner het meest investeerde lag 18.000 euro hoger dan in de gemeente die het minst investeerde. Vandaag de dag zal dat bedrag een stuk hoger zijn. Wat ik zelf nog interessanter vind, is dat een integraal investeringsbeleid ook een positief effect heeft op de woningprijs.’

‘Integraal investeringsbeleid heeft een positief effect op de woningprijs’

Wat is een integraal investeringsbeleid?

‘Dat betekent dat je niet impulsief investeert, maar keuzes maakt die met elkaar samenhangen. Het belangrijkste plan van een gemeente is het programmaplan in de begroting. Daarin staan hoofdstukken over bijvoorbeeld veiligheid, verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening. De meeste gemeenten stemmen de keuzes die ze in het ene hoofdstuk maken niet af met de keuzes in het andere hoofdstuk. Van de gemeenten die ik onderzocht denkt en handelt maar 20 procent integraal, dus programma- of sectoroverstijgend. Als je in het ene hoofdstuk flink inzet op automobiliteit en wegen aanlegt – dat was volop aan de orde tussen 2005 en 2015 – en in het andere hoofdstuk CO2-uitstoot wilt beperken, denk je niet integraal. Integraal denken betekent bijvoorbeeld dat je in het hoofdstuk over maatschappelijk welzijn vastlegt dat je de scholingsgraad van de bevolking wilt verhogen en dat je in het hoofdstuk onderwijs aangeeft dat je gaat investeren in onderwijsvoorzieningen, dus in de schoolgebouwen. Als je op die manier investeert, is het effect van al je investeringen groter dan de som van de afzonderlijke investeringseffecten.’

Hoe kunnen gemeenten het best te werk gaan?

‘Gemeenten doen er verstandig aan om in de begroting en de jaarrekening een investeringsplan op te nemen. Nu is de investeringsparagraaf vaak een opsomming van de investeringen die plaatsvinden of die ze van plan zijn. Maar investeringen gaan altijd gepaard met afwegingen. Waarom doen we dit wel en dat niet? Een van de hoofdstukken in het programmaplan zou een investeringsplan moeten zijn, waarin het college zich verantwoordt. Waarom kiezen ze voor deze combinatie van investeringen en welk effect verwachten ze ervan? Bijvoorbeeld dat ze duurzaamheid willen bevorderen en daarom het openbaar vervoer stimuleren en het autoverkeer afremmen, gebieden aanleggen om overtollig regenwater op te vangen en de aanleg van zonnepanelen op bedrijfshallen subsidiëren. Eén op de twee gemeentesecretarissen denkt dat de integraliteit van het gemeentelijk denken en handelen toeneemt als ze een investeringsplan moeten opstellen.’

Hebben burgers hier ook iets aan?

‘Burgers en ondernemingen hebben er direct belang bij dat hun gemeente integraal handelt en denkt, want dan stijgt de waarde van hun vastgoed. Als een gemeente haar beleid integraal opstelt, met alle belangen rekening houdt, juiste afwegingen maakt én naar verhouding per inwoner veel investeert, zal een gemeenteraad zich eerder committeren aan de voorstellen van het college van burgemeester en wethouders. Maar het vertrouwen van de samenleving in de overheid zal ook toenemen. Private partijen zullen daardoor eerder geneigd zijn om ook te investeren. Er doet zich een zichzelf versterkend investeringseffect voor.’

Nog een tip voor gemeenten?

‘Als er geen nieuw uitstel komt wordt de Omgevingswet per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 ingevoerd. Die is bedoeld om meer integraal te denken op het gebied van ruimtelijke ordening. Nu zijn de doelstellingen in de gemeentelijke begroting vaak een ratjetoe. Je kunt de doelstellingen uit de omgevingsvisie opnemen in de begroting en daar budget aan koppelen. Dat is laaghangend fruit.’

Het proefschrift is te downloaden via tudelft.nl/onderzoek (zoek op investeringsraadsel).  

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie