Advertentie
financiën / Nieuws

Archeoloog voor elke gemeente? Overdreven

Zo’n 130 gemeenten beschikken niet over een archeoloog. Staatssecretaris Uslu ziet de oplossing in het aanstellen van regio-archeologen.

07 december 2022
Een regio-archeoloog volgens Gelders model moet haalbaar zijn.

Elke gemeente zou volgens de Raad van Cultuur een eigen archeoloog in dienst moeten hebben. Staatssecretaris Uslu van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vindt dat overtrokken. Gelderland heeft een goedkopere variant uitgeknobbeld.

De Raad voor Cultuur luidde begin dit jaar de noodklok over de stiefmoederlijke behandeling die archeologie en het archeologisch erfgoed in ons land ten deel valt. Een van de oorzaken: het gebrek aan capaciteit en deskundigheid bij gemeenten. De Raad spreekt over ‘een flink aantal gemeenten’ waar sprake is van een tekort aan capaciteit en expertise.

Onvoldoende geld

Van de 345 gemeenten worden er 215 bediend door een van de 63 gemeente- of regioarcheologen. In die gemeenten is de invulling van het archeologiebeleid in veel gevallen op orde, maar in de gemeenten zonder gemeente- of regioarcheoloog is dat volgens de Raad voor Cultuur vaak niet het geval. Het gaat dus om 130 gemeenten die het zonder doen.

De taken die deze gemeenten hebben, zijn volgens de adviesraad ‘groter dan de middelen die ze er voor (over) hebben.’ Het rijk is in 2007 door de ondertekening van het Verdrag van Malta een verplichting aangegaan, maar de invulling ervan is aan de gemeenten gelaten. Daarmee zijn ook de kosten voor een belangrijk deel bij hen komen te liggen, terwijl het rijk daarvoor onvoldoende structurele middelen beschikbaar heeft gesteld. Anders gezegd, het rijk zou meer geld voor archeologie beschikbaar moeten stellen aan gemeenten. Daarmee kunnen die een eigen – mogelijk gedeelde – gemeentearcheoloog in dienst nemen.

Bodemverstoring

Vraag archeoloog Maarten Wispelwey, werkzaam voor zes Gelderse gemeenten op de Veluwe, maar eens wat het ontbreken van deskundigheid betekent. Nee, dat is niet zozeer dat er bodemschatten over het hoofd worden gezien, maar veel eerder juist dat er onnodig onderzoek wordt gedaan. Dat zit zo. Het Verdrag van Malta schrijft voor dat bij elke bodemverstoring die groter is dan honderd vierkante meter archeologisch onderzoek is vereist. Tenzij er onderbouwde argumenten zijn dat niet te doen, dan kan de gemeenteraad daarvan afwijken.

Projectontwikkelaars

‘Kijk, ik werk al twintig jaar als archeoloog hier op de Veluwe en weet dus van de hoed en de rand.’ Dat zegt Wispelwey niet om opschepperig te doen, maar om aan te geven dat hij op basis van ervaring, kennis en deskundigheid vooraf kan aangeven waar onderzoek wel of niet nodig is. Gemeenten die zo’n deskundige niet in huis hebben, moeten dan op kosten van de degene die de bodem verstoort dus telkens een externe partij inschakelen om bureau-onderzoek te doen. Zonde van het geld, vindt hij, want particulieren, projectontwikkelaars en soms ook bouwende gemeenten worden zo als ‘bodemverstoorders’ op kosten gejaagd terwijl dat niet had gehoeven. Wispelwey verwijst naar onderzoek waaruit naar voren kwam dat van de circa honderd uitgevoerde bureau-onderzoeken 95 procent achteraf helemaal niet nodig bleek te zijn geweest. ‘Ik bedoel, dan laat je verstoorders voor kosten opdraaien omdat iets nou eenmaal op papier staat. Je moet kunnen afwijken van de regelgeving.’

Kostenbesparing

Die bespaarde kosten vormen de ‘winst’ die gemeenten met een eigen of gedeelde archeoloog kan maken. Als voorzitter van het Convent van Gemeentelijke Archeologen had Wispelwey daar Uslu ook op gewezen – direct na het uitkomen van het rapport van de Raad voor Cultuur in februari. Eindelijk is er nu een reactie van de staatssecretaris, waarin ze zegt het ‘geheel eens’ te zijn met de Raad dat er voldoende capaciteit en deskundigheid op het gebied van archeologie bij gemeenten dient te zijn. Maar om daarvoor nu elke gemeente een eigen archeoloog te laten aanstellen, gaat haar te ver. ‘Een functionaris die voor meerdere gemeenten werkt, een regio bedient, of is ondergebracht bij een overkoepelende organisatie kan even effectief zijn’, aldus Uslu.

Regio-archeoloog

Als interessant model wijst ze op de aanpak die in de provincie Gelderland is gekozen. Daarbij ondersteunt de provincie door middel van afspraken en cofinanciering met name kleinere gemeenten, onder andere met zogeheten regio-archeologen.

Precies dat is het model waarin Wispelwey in de regio Noord-Veluwe opereert. Tot volle tevredenheid verdeelt hij sinds 2008 zijn werk over de gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek. ‘Gelderland vond het belangrijk dat het Verdrag van Malta wordt nageleefd en maakte in 2008 budget vrij voor het vergroten van de archeologische deskundigheid in de provincie en stimuleerde met behulp van subsidies de samenwerking tussen gemeenten op het gebied van archeologie’, legt hij uit. Die subsidie komt erop neer dat de provincie Gelderland een deel van de salariskosten van de gedeelde archeoloog voor rekening neemt. Uslu laat nu onderzoeken of dat in andere provincies zou kunnen worden gekopieerd.

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 23 van deze week.

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hielco Wiersma
Het aanstellen van een regio-archeoloog of nog beter een provinciale afdeling archeologie waarvan gemeenten diensten kunnen afnemen lijkt inderdaad een betere optie. Als tegenhanger zouden ook vakbekwame ZZP'ers kunnen opereren.
Uw emailadres wordt enkel gebruikt om mogelijk contact met u op te nemen naar aanleiding van uw bericht en is enkel zichtbaar voor de redactie.
Advertentie