of 62688 LinkedIn

Waarschuwing voor te hard ingrijpen na coronacrisis

© Shutterstock
© Shutterstock

Hard ingrijpen in de economie na de financieel-economische crisis van 2008 heeft langdurig negatieve gevolgen voor de welvaart. Dat is de les die beleidsmakers uit de vorige crisis kunnen trekken volgens onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Rabobank.

Ze geven dat advies in de update van de Brede Welvaartsindicator (BWI), een door beide partijen ontwikkeld instrument. De indicator is een maatstaf die inzicht geeft in de ontwikkeling van elf dimensies van welvaart, waaronder inkomen, baanzekerheid, milieu, veiligheid, huisvesting en gezondheid.

Traag herstel
De brede welvaart is volgens de onderzoekers in alle regio’s tot en met 2019 weliswaar in bescheiden mate toegenomen en lijkt in eerste instantie nog niet te worden getroffen door de coronacrisis. Maar, zo waarschuwen ze, eerdere crises – met name de financieel-economische van 2008 tot 2013 – zorgden wel voor een flinke deuk in de welvaartsgroei, gevolgd door een traag herstel: de brede welvaart bereikte pas in 2018 weer het niveau van voor de grote financiële crisis van 2008. ‘Om de brede welvaart na de coronacrisis niet te laten wegzakken, moeten beleidsmakers hier nu actief op inzetten’, aldus de onderzoekers. ‘Willen we een volledig beeld hebben van de impact van de coronacrisis, dan moeten we niet alleen naar de effecten op de volksgezondheid en het bruto binnenlands product kijken, maar vooral naar de bredere maatschappelijke effecten’, aldus Tanja van der Lippe, hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht.

Gevolgen hard ingrijpen
Volgens haar weten we uit het verleden dat brede welvaart vaak wat later na een economische crisis wél hard wordt geraakt. ‘Laat dit een les zijn voor beleid dat nu in gang wordt gezet: nu hard ingrijpen in de economie zoals bij de vorige financiële en economische crisis, kan grote gevolgen hebben voor de brede welvaart in ons land. Daarom doen beleidsmakers er goed aan om juist nu aandacht te blijven houden voor welvaart in brede zin.’

Woontevredenheid
Er zijn, zo blijkt uit de update van de BWI, grote regionale verschillen in welvaart en de ontwikkeling daarvan. Utrecht en Het Gooi en Vechtstreek hebben de hoogste brede welvaart, gevolgd door Zuidwest-Friesland. De laagste brede welvaart is te vinden in noordoost-Groningen en in en om Den Haag en Rotterdam. Utrecht en Het Gooi en Vechtstreek scoren hoog omdat het er volgens de onderzoekers relatief veilig is en mensen gemiddeld meer tevreden zijn met hun woning. Bovendien zijn mensen er gemiddeld genomen gezonder, hoger opgeleid en zekerder van een baan. Vooral in Het Gooi en Vechtstreek hebben zij ook hogere inkomens.

Laag scorend
De grootstedelijke regio’s Groot-Amsterdam en vooral Agglomeratie ’s-Gravenhage en Groot-Rijnmond scoren relatief laag. Daar wordt hinder ondervonden van het feit dat mensen dicht op elkaar wonen en er een hoge concentratie van economische activiteiten is: een lagere milieukwaliteit, minder veiligheid en een lagere woontevredenheid. ‘In de zuidelijke en noordoostelijke regio’s met een lagere brede welvaart zijn mensen gemiddeld minder gezond en minder hoogopgeleid, hebben minder baankansen en liggen de inkomens lager’, aldus de onderzoekers.

Huisvesting
Volgens Rabo-econoom Sjoerd Hardeman zijn de grote verschillen in verandering van de brede welvaart vooral toe te schrijven aan de dimensie huisvesting. ‘Regio’s met een beperkte verhoging van brede welvaart kampen met een sterke verslechtering van de woontevredenheid. Dit geldt in het bijzonder voor de Zaanstreek, maar ook voor regio’s als Delfzijl, Den Haag en Amsterdam. Onze analyse laat zien dat huisvesting een steeds belangrijkere opgave vormt in alle regio’s, zij het met regionale variaties’, zo legt hij uit.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
De nationale schuld kan best (tijdelijk) worden opgevoerd tot ca. 70%-80% van het BBP. Op dat niveau heeft ons land al eerder gezeten in 2013. Om straks de economie weer op een goed niveau te krijgen kunnen de remmen nog voldoende te worden losgelaten. Iedereen die nu zegt dat we niet verder moeten gaan dan 60% (de EU-norm) is niet goed wijs. Bijna alle landen in de wereld, ook in de EU, bevinden zich al jaren op een veel hoger niveau. Op termijn kan de nationale schuld (desnoods) in een later stadium gemakkelijk weer worden teruggebracht naar 60%. Het voornemen om 20 miljard euro in een nationaal stimuleringsfonds te stoppen kan zo nodig wel even in de koelkast.

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners