of 59123 LinkedIn

Subsidiebeleid Tiel onvoldoende SMART

De gemeente Tiel kent volgens de rekenkamercommissie ‘een traditioneel formeel subsidiebeleid.’ Een beleidsnota met een afwegingskader wanneer en hoe het ‘instrument’ subsidie kan worden ingezet, ontbreekt. Daardoor is het zowel voor de gemeente zelf als voor externe partijen niet duidelijk welke interventiestrategie (zelf doen, inkoop, samenwerking of subsidie) de gemeente volgt.

De mate van doeltreffendheid van de subsidies die worden verstrekt door de gemeente Tiel is niet vast te stellen. Onderzoek van de plaatselijke rekenkamercommissie laat zien dat de doelstellingen van de gemeente te weinig richting geven aan de gesubsidieerde instellingen.

Historisch
De subsidies hebben vaak de exploitatie van de instellingen als belangrijkste criterium. Dus vaak op basis van het in stand houden van de organisatie, in plaats van op basis van de bijdrage die de instelling levert aan de doelstellingen van de gemeente en dus de te bereiken maatschappelijke effecten. Een beleidsnota met een afwegingskader wanneer en hoe het ‘instrument’ subsidie kan worden ingezet, ontbreekt. 'Zowel voor de gemeente zelf als voor externe partijen is het niet duidelijk welke interventiestrategie de gemeente volgt’, aldus het onderzoek. Veel subsidies zijn historisch verklaarbaar.

Inkoop
De gemeente Tiel kent volgens de rekenkamercommissie ‘een traditioneel formeel subsidiebeleid.’ Een beleidsnota met een afwegingskader wanneer en hoe het ‘instrument’ subsidie kan worden ingezet, ontbreekt. Daardoor is het zowel voor de gemeente zelf als voor externe partijen niet duidelijk welke interventiestrategie (zelf doen, inkoop, samenwerking of subsidie) de gemeente volgt.

Ontbreken overzicht
Er bestaat ook geen volledig en actueel overzicht van het totaal aan verstrekte subsidies. Het instrument wordt binnen de diverse beleidsterreinen op een eigen manier toegepast, waardoor er sprake is van verschillende processen en naast elkaar lopende subsidiestromen.

Eerste stappen om te bereiken maatschappelijke doelen strakker te formuleren zijn op beleidsinhoudelijk niveau wel gemaakt, maar de doorvertaling van die manier van werken naar het instrument subsidies moet volgens de onderzoekers nog plaatsvinden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door H. Wiersma (gepens.) op
De doeltreffendheid van subsidies is meetbaar via de output. Er kan het beste onderscheid worden gemaakt tussen kleine en grote subsidies door het vaststellen van een bedrag van bijvoorbeeld E 5000 (meer of minder kan ook). Het is zinvol om vooral energie te steken in de doeltreffendheid van die laatste categorie (de grote subsidies). Bij de kleine subsidies gaat het meer om aanmoedigingsbeleid in de culturele, jeugd en sportsector en is de doeltreffendheid te meten aan de hand van het aantal leden.
Door Frits van Vugt (adviseur sociale domein) op
(vervolg)
Een goed voorbeeld van zo’n subsidiebeleidskader is – ook naar aanleiding van een rekenkameronderzoek – gemaakt in Ede. ‘Toevallig’ door mij. Daarin is zowel een afwegingskader te vinden (bv. wanneer subsidie en wanneer inkoop?), maar ook aangegeven hoe je de vertaalslag maakt van gemeentelijke doelen naar (meetbare) resultaten die van de gesubsidieerde instellingen verwacht worden. En welke 'governance'-afspraken dan gemaakt kunnen worden. Kijk anders even naar de website van Public Consultancy / subsidiebeleid.
Door Frits van Vugt (adviseur sociale domein) op
Dat de mate van effectiviteit van de subsidies in Tiel niet vast is te stellen is niet zo verwonderlijk. Dat geldt namelijk voor de meeste gemeenten van Nederland. Zo blijkt steevast uit elk onderzoek van lokale rekenkamers naar het plaatselijke subsidiebeleid. Nog erger is dat er vervolgens meestal niks verandert. Dat heeft twee redenen. Allereerst geven de onderzoeksrapporten ook niet aan hoe het beter kan. Zo valt te lezen in het Tielse rapport: “Verbeter de inzet van subsidies en het sturen op effectiviteit door kritisch naar de beleidsdoelstellingen te kijken”. Maar daar zit maar het halve verhaal. De doelen SMART (of START, met de T van toetsbaar ipv de M van meetbaar) maken lukt al meestal niet. Omdat wethouders liever niet afgerekend willen worden op meetbare/toetsbare doelen.
Maar belangrijker is dat de doelen vertaald zullen moeten worden naar concrete effecten bij de afnemers/ gebruikers van de activiteiten die gesubsidieerd worden (het ‘resultaat’). Daar zijn wel methoden voor, maar daar willen ambtenaren en gesubsidieerde instellingen weer niet aan, omdat het ‘allemaal maar moeilijk is’. Maar eigenlijk omdat dan transparant wordt of dat men de subsidies wel effectief inzet (of niet). En dat kan bedreigend zijn voor de betrokken instellingen. Terwijl er prima methoden zijn ontwikkeld om dat effect/ resultaat vast te stellen. Als dan niet via een betere aansturing via resultaatgerichte ‘programma’s van eisen’.