of 64740 LinkedIn

‘Bezuinig nooit op de kinderboerderij’

Raadsleden moeten de ruimte hebben om te kunnen kiezen voor bezuinigingen. ‘Hoe eerder ze moed vatten, des te groter is hun keuzevrijheid’, zegt bezuinigingsadviseur Arie Teeuw. ‘Soms heb je iemand nodig die ze daarbij een handje helpt.’

Raadsleden moeten de ruimte hebben om te kunnen kiezen voor bezuinigingen. ‘Hoe eerder ze moed vatten, des te groter is hun keuzevrijheid’, zegt bezuinigingsadviseur Arie Teeuw. ‘Soms heb je iemand nodig die ze daarbij een handje helpt.’

Keuzevrijheid

Bezuinigingsadviseur Arie Teeuw (65) loopt al heel wat jaren mee in gemeenteland. De afgelopen jaren speurde hij voor zo’n veertig gemeenten naar (acceptabele) bezuinigingen. Van klein (Scherpenzeel, Harlingen), tot groot (Amersfoort, Delft). Sinds de zomer van 2020 is Teeuw concerncontroller bij de Zuid-Hollandse gemeente Krimpenerwaard. Over zijn ervaringen, en om gemeenten op weg te helpen, heeft hij een onderhoudend boek geschreven: Komt een man bij de gemeente. Zelfs een alfa kan het begrijpen. Teeuw: ‘Het boek gaat over moed. Raadsleden en gemeentebestuurders hebben moeite om te kiezen. Dat is terecht, want het gaat om wat ze belangrijk vinden. Je moet ze het comfort en de ruimte geven om te durven kiezen. Hoe eerder ze moed vatten, des te groter is hun keuzevrijheid.’

 

Schuld

Raadsleden en wethouders zoeken liever niet op eigen houtje naar ingrijpende bezuinigingen, weet Teeuw. ‘Het is vaak makkelijker om iemand van buiten te laten vertellen wat de pijnlijke keuzes zijn. Je kunt externen de schuld geven, hè? Dat is in het bedrijfsleven niet anders. Als zij moeten saneren, huren ze een bedrijvendokter in.’ Een excuustruus? ‘Daarmee doe je gemeenten tekort. Ze doen hun uiterste best om bezuinigingen te vinden, maar soms lukt het gewoon niet. Colleges zitten vast, ambtenaren zijn gericht op hun eigen projecten en opdrachten. Soms heb je iemand nodig die een handje helpt. En ik weet hoe pijnlijk het is om de subsidie aan de scouting te halveren. Moet je dat willen? Je kunt heel technisch zeggen: dit kan wel wat minder, maar hoe belangrijk is de scouting voor die gemeenschap?’

 

Kinderboerderij
Moet je op voorzieningen voor kinderen willen bezuinigen? Arie Teeuw schrijft op de achterflap van zijn boek dat je dat maar beter uit je hoofd kunt laten. ‘De kinderboerderij gaat nooit dicht.’ Hij vertelt: ‘Het was 2007, 2008, en ik deed een bezuinigingsoperatie in Waddinxveen. De gemeente vond dat de kinderboerderij zijn eigen geld moest gaan verdienen. De consequentie was dat de kinderboerderij dicht zou gaan. Bij de begrotingsbehandeling diende een raadslid een motie in om de kinderboerderij eenmalig voor één jaar subsidie te geven. Konden ze een jaar langer zoeken naar inkomsten. Voor zover ik weet bestaat ze nog steeds met behoud van subsidie. En dat is zó begrijpelijk. Een politicus gaat niet besluiten om de kinderen van de gemeente te duperen. Zou ik ook niet doen.

 

Kerntaken

Op iedere kerntaak kan bezuinigd worden door het werk slimmer, soberder of efficiënter te doen, meent Teeuw. Maar dat is bij gemeenten gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Weinig ambtelijke organisaties zijn echt doelmatig. Ze vinden het lastig om zich af te vragen waarom ze er zijn en hoe ze zo efficiënt mogelijk kunnen doen wat ze moeten doen. Dat is denk ik de enige reële kritiek die je op gemeenten kunt hebben’, zegt hij. Risicomijdend ­gedrag ligt daaraan mede ten grondslag. Teeuw: ‘Ambtenaren hebben geleerd om risico’s te mijden. Dat kan vertragend en daardoor kostenverhogend werken. ­Tegelijk: ze moeten risico’s wel vermijden. Wethouders hebben de schurft aan financiële problemen die zijn veroorzaakt door een ambtenaar die het beter wist. Een ambtenaar moet wel de ruimte en het lef hebben om de wethouder te wijzen op een manier om de wet soepeler en goedkoper uit te voeren.’

 

Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nummer 20, 29 oktober 2021

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Andreas Dijk (vrijwilliger BuurtBoerderij De Nijkamphoeve) op
In 2011 besloot de gemeente Den Haag vanwege bezuinigingen 2 van haar boerderijen te sluiten. Bezwaren van buurtbewoners hadden geen effect, het afstoten ging door. Gemotiveerde buurtbewoners zagen kan de boerderij bij mij om de hoek in een stichtingsconstructie over te nemen. Het is elk jaar buffelen om voldoende geld voor de exploitatie binnen te halen (geen gemeentelijke subsidie beschikbaar, want afstoten was bezuiniging) maar dankzij sponsors en donateurs en het genereren van eigen inkomsten door activiteiten en een theehuis lukt dat. En niet te vergeten, de zo'n 200 vrijwilligers die de boerderij runnen. De boerderij is een echte BuurtBoerderij geworden, een ontmoetingspunt voor mensen uit de weide omtrekken en er zijn meer bezoekers dat toen het nog een gemeenteboerderij was.
Door Spijker (n.v.t.) op
Het zelf exploiteren van een kinderboerderij is geen kerntaak voor een gemeente. Dat kan veel beter plaatsvinden in een geprivatiseerde situatie (bijv. stichtingsvorm). Dat gemeenten indien nodig bijdragen in de exploitatie blijft natuurlijk altijd mogelijk.