Advertentie
financiën / Ingezonden

Typisch Nederlands: een reactie

Een reactie op de column van Jan Verhagen in Binnenlands Bestuur nr. 4-2021

12 maart 2021

Leuk hoor, die column van Jan Verhagen in BB04 over gemeenten die op typische Nederlandse veen- en kleigrond liggen. Die gemeenten maken extra kosten door het verzakken van wegen, gebouwen en rioleringen.

Verhagen rekent voor dat gemeenten die op kleigrond liggen 30 procent en die op veengrond liggen 110 procent meer geld krijgen. Want veen verzakt meer dan klei. Helder verhaal. Verhagen legt uit dat er ook zoiets bestaat als kleiveen. Gemeenten die daarop gebouwd zijn krijgen 45 procent meer geld. So far so good. Maar Verhagen vindt de compensatie vervolgens typisch Nederlands geregeld: gedetailleerd en ingewikkeld.

Ook dat rekent Verhagen voor. En dan gaat het mis. Gemeenten krijgen immers geen compensatie per hectare veen, klei of kleiveen, maar voor de gemiddelde bodemslechtheid. Daar ligt inderdaad een ingewikkelde systematiek aan ten grondslag, maar het resultaat is wel dat gemeenten die op veengrond liggen weliswaar niet de eerder genoemde 110 procent meer geld krijgen, maar wel (veel) meer dan gemeenten die op klei of kleiveen liggen. Dus wat gaat hier nou eigenlijk mis?

Het gaat vooral in het hoofd van Verhagen mis, die blijkbaar de genoemde 110 procent beschouwt als een soort verworven recht. In het voorbeeld dat Verhagen noemt – Gouda - krijgt Gouda geen 110 procent extra, maar minder dan 100 procent. Het lijkt me dat Gouda met dat extra geld prima de wegen, gebouwen en rioleringen kan onderhouden en vervangen. Daar is niks mis mee. Daar en probleem van maken, dat lijkt me nou typisch Nederlands.

Peter Burgers, Woudenberg

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie