of 63428 LinkedIn

'Onvoldoende onderzoek naar geroofd Joods vastgoed'

De onderzoeken die 39 gemeenten hebben ingesteld naar wat er gebeurde met onteigend Joods vastgoed in en na de Tweede Wereldoorlog zijn kwalitatief niet allemaal even goed. Dat zegt voorzitter Ronny Naftaniel van het Centraal Joods Overleg (CJO).
5 reacties

De onderzoeken die 39 gemeenten hebben ingesteld naar wat er gebeurde met onteigend Joods vastgoed in en na de Tweede Wereldoorlog zijn kwalitatief niet allemaal even goed. Dat zegt voorzitter Ronny Naftaniel van het Centraal Joods Overleg (CJO) tegen journalistiek platform Pointer van KRO-NCRV. ‘Gemeenten zeggen soms te gemakkelijk dat ze niets over naheffingen hebben kunnen vinden.’

Vastgoedboeken
Geschat wordt dat in de oorlog tussen de 16.000 en 20.000 woningen zijn onteigend. Van 7107 van deze woningen, die staan beschreven in vastgoedboeken (de Verkaufsbücher), is duidelijk dat ze zijn onteigend en vervolgens doorverkocht, aldus Pointer, dat er eerder over schreef.

Onderzoek in 39 gemeenten
Volgens het platform zijn publicaties van Pointer voor veel gemeenten reden geweest onderzoek in te stellen naar wat er met het Joods onroerend goed in hun gemeente gebeurde. Inmiddels 39 gemeenten doen onderzoek of hebben dat onderzoek al afgerond.

Heffingen na de oorlog
Volgens Naftaniel moeten gemeenten niet alleen de onderzoeksvraag stellen of zij ook een rol hebben gespeeld bij de verkoop van Joodse panden. ‘Er kunnen ook andere misstanden spelen. Zo kan het zijn dat een gemeente heeft gefaciliteerd, bijvoorbeeld door aan te geven waar Joden woonden. Maar ook de vraag of de gemeente zelf Joodse panden heeft aangekocht is een belangrijke, net zoals de vraag of er na de oorlog heffingen zijn opgelegd.’

Maastricht
De gemeente Maastricht deed bijvoorbeeld tussen 30 juni en 5 juli vorig jaar een verkennend onderzoek, waarbij de gemeente wilde weten of er gemeentelijke belastingen zijn geïnd over de panden die zijn onteigend, aldus Pointer. Na onderzoek door de gemeentelijke archieven, konden medewerkers van het Regionaal Historisch Centrum Limburg daar niets over vinden. De gemeente besloot geen verder onderzoek in te stellen. ‘In een week tijd onderzoek doen? Dat kan niet’, zegt Naftaniel.

Onteigend
Veel gemeenten nemen volgens hem de Verkaufsbücher als uitgangspunt. ‘Maar ongeveer 60 procent van de onteigende huizen staan daar niet in omdat ze niet zijn doorverkocht. Er zijn veel meer plekken waar je moet kijken.’ (ANP)

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Petra op
Ik stel voor om in ieder geval níet te onderzoeken of Nederland nog schadevergoedingen te betalen heeft in verband met slavernij.
Door Spijker (n.v.t.) op
@Birnie Janssen. Stel in je bijdrage dan ook voor dat we nog oorlogscompensatie te goed hebben van de Scandinaviërs, Spanjaarden, Fransen, Duitsers etc. Sommige burgers/landen zijn vooral met het verleden bezig en te weinig met de toekomst.
Door Bimie Janssen (Ambtenaar) op
Om technische redenen kan je best tot de conclusie komen dat er geen informatie meer boven tafel te krijgen is in enkele gevallen. Maar we zijn het absoluut moreel verplicht om het serieus te onderzoeken. Historisch besef mag van iedereen in Nederland gevraagd worden, we leven tenslotte door op alles wat we na WOII gesticht hebben in Nederland. En ja, het is niet bepaald fraai hoe we met repatriërende Nederlanders zijn omgegaan, om nog maar te zwijgen over wat we in Indonesië hebben gedaan. Het is onverteerbaar wanneer we dat leed zouden willen ontkennen of wegstoppen.
Door Zipje op
Eens met @Spijker dat je je kunt afvragen of er een einddatum aan de afwikkeling van de tweede wereldoorlog zit. Moeten we nog schadevergoeding aan Frankrijk vragen vanwege Napoleon en de Mosasaurus terug vragen?
Door Spijker (n.v.t.) op
Ongetwijfeld is er na 1945 het een en ander misgegaan bij de afwikkeling van verlaten en achter gebleven Joodse goederen. Hoewel geen excuus had dat ongetwijfeld ook te maken met de miserabele omstandigheden waarin veel burgers en grote delen van het land kort na 1945 verkeerde. Tot hoe lang wil/moet je echter nu nog doorgaan met een zoektocht naar mistoestanden? Het CJO kan na 75 jaar misschien toch beter ook eens een punt zetten achter deze activiteiten en zich meer richten op de toekomst in plaats van het najagen van de laatste euro/dollar. Na 75 jaar zal er in gemeentearchieven over de meeste zaken weinig meer over deze tijd zijn te vinden. Dat zal bij het CJO toch ook eens onderwerp van discussie moeten zijn/worden?.

Vacatures

Klik hier voor alle vacatures

Van onze partners