Advertentie

Wethoudersvereniging: ‘Stop met beloven gouden bergen’

Nieuwe colleges doen er goed aan de kiezers niet te veel te beloven, anders is er de vrees dat nog meer wethouders voortijdig sneuvelen.

27 februari 2022
vallende-wethouder---shutterstock.jpg
Shutterstock

Colleges of individuele wethouders halen steeds vaker de eindstreep niet. Voorzitter Marcelle Hendrickx en directeur Jeroen van Gool van de Wethoudersvereniging vrezen dat dat de komende vier jaar nog vaker gaat gebeuren. Tenzij met name de verwachtingen worden getemperd.

Hendrickx en Van Gool geven dat advies in een essay in Binnenlands Bestuur. Wat ze, terugkijkend op de huidige collegeperiode, opvalt is dat veel plannen in coalitieakkoorden niet haalbaar bleken en dat de ambities op papier hoger bleken dan in de praktijk te realiseren viel. Daar zijn volgens de auteurs verschillende redenen voor te benoemen: onvoldoende geld of mensen, tekorten in de jeugdzorg en de coronapandemie die alle plannen en veel idealen overhoop gooide.

Torenhoge verwachtingen

Ook voor de komende vier jaar maken Hendrickx en Van Gool zich zorgen. De onzekerheid voor gemeenten is steeds groter geworden en die blijft in hun ogen groeien. Daarom vrezen zij dat er steeds meer colleges de eindstreep niet zullen halen, tenzij er een aantal dingen verandert, zoals het temperen van de verwachtingen.

Het wekken van torenhoge verwachtingen in lokale campagnes is mooi, maar na de verkiezingen blijkt dat er een coalitie moet worden gesmeed. ‘Er worden gouden bergen beloofd waarvan een deel ofwel de onderhandelingstafel niet verlaat, ofwel niet uitvoerbaar blijkt in de vier jaar die na de verkiezingen komen. Als er dan een coalitieakkoord ligt; wie moet de gouden bergen dan gaan waarmaken? Precies, de wethouder. Maar wat als die beloften niet haalbaar of uitvoerbaar blijken? Vanwege geldgebrek, een gebrek aan mensen om de plannen uit te voeren óf omdat er wetten en regels zijn die maken dat de plannen helemaal niet mogen. Dan raakt de kiezer het vertrouwen in ‘de politiek’ kwijt, want ‘ze beloven maar en maken niets waar’, schrijven Hendrickx en Van Gool.

Teleurstelling

De verkiezingstijd blijkt volgens hen op die manier het voorstadium voor teleurstelling bij kiezers. Deels komt dat door te veel beloven en te weinig leveren, maar ook doordat ambities door onvoorziene omstandigheden niet zijn waar te maken. Dat ziet de kiezer alleen veel minder.

‘Vanuit de Wethoudersvereniging valt dit patroon ons de laatste jaren steeds vaker op. Juist omdat de gemeentelijke schatkist steeds minder goed is gevuld en steeds meer beloften daardoor onhaalbaar blijken. En als de financiën wel zijn geregeld, is dat ook nog geen garantie. Want in de huidige arbeidsmarkt krijgen gemeenten allerlei functies niet meer vervuld: de handen om werk uit te voeren ontbreken simpelweg.’

Druk op agenda

Als partijen straks de onderhandelingen in gaan, komt er nog een extra moeilijkheid bij: de onzekerheid over het gemeentefonds en de financiën in het sociaal domein. En daar komen direct de uitvoering van het klimaatakkoord, de energietransitie en de Omgevingswet nog bij. ‘Met zo veel druk op de gemeentelijke agenda is het de vraag hoe realistisch het allemaal nog is waarmee wij bezig zijn. De komende bestuursperiode ontkomen wij er niet aan een realistische benadering van de gemeentelijke uitvoeringspraktijk te hanteren’, aldus Hendrickx en Van Gool.

Daarom is het zaak dat partijen aan de onderhandelingstafel kritisch nadenken over de vraag ‘lukken deze plannen ook in vier jaar? Maar ook dat gemeenten samen bij het rijk blijven aangeven dat stabiele colleges sterk samenhangen met een voldoende gevulde gemeentelijke schatkist. ‘Niemand is gebaat bij vallende wethouders en coalities die op de klippen lopen’, stellen de auteurs. Na elke gevallen coalitie lopen plannen immers vertraging op en moeten nieuwe bestuurders worden ingewerkt.

Lees het volledige essay in Binnenlands Bestuur nr. 4 van deze week.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie