of 63561 LinkedIn

‘Gemeenteraden bespreken werkdruk nauwelijks’

In een driedelige serie bekijkt Binnenlands Bestuur hoe het is gesteld met werkdruk in gemeenten. In hoeverre liggen burn-outs op de loer bij wethouders, raadsleden en in organisaties? In deel 2 gaat Gerhard Brunsveld, bestuurs- en verenigingssecretaris bij de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, in op hoe raadsleden omgaan met de werkdruk en overbelasting kunnen voorkomen.

In een driedelige serie bekijkt Binnenlands Bestuur hoe het is gesteld met werkdruk in gemeenten. In hoeverre liggen burn-outs op de loer bij wethouders, raadsleden en in organisaties? In deel 2 gaat Gerhard Brunsveld, bestuurs- en verenigingssecretaris bij de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, in op hoe raadsleden omgaan met de werkdruk en overbelasting kunnen voorkomen.

U geeft sessies aan raadsleden om met werkdruk om te gaan en sinds kort ook aan griffiers. Lijden zij ook aan burn-outs?
‘Het gaat er vooral om hoe zij raadsleden kunnen ondersteunen, zodat de werkdruk voor hen niet te groot wordt en zij plezier in het raadswerk blijven houden. Elke raad heeft een andere cultuur, dus dat werkt steeds anders. De grootste gemeenschappelijkheid tussen gemeenteraden is: het vinden van vertrouwen in de raad om de last te verdelen. Moet je alle onderwerpen op je nemen of kun je het ook een andere partij toevertrouwen? Met de raad zou je een gesprek moeten voeren over hoe je dat doet. We zitten nu richting het eind van de periode, dus hoe maak je volgend jaar vanaf het begin een goede start?’

Wat zijn die tips en tricks?
‘Ga vooral het gesprek aan, want dit onderwerp wordt nauwelijks besproken. Ze hebben er wel last van, maar als geheel wordt het niet besproken. Manieren om het probleem op te lossen of het te verlichten kom je dan ook niet tegen. We zien raden wel van vergadermodel veranderen: van het commissiemodel naar het BOB-model, dus besluitvorming in drie fasen: informerend (beeldvorming), opiniërend en besluitvormend. Daardoor zou het vergaderen efficiënter moeten worden, maar het leidt niet tot minder vergaderen of efficiënter werken. Procedures aanpakken is dus niet alles, je moet ook de cultuur aanpassen.’

Wat komen griffiers zoal tegen?
‘Of raadsleden melden zich even af of ze kunnen het niet meer combineren en stoppen ermee. Bij raadsleden zorgt verhoging van de werkdruk tot eerder stoppen. Ze krijgen een onkostenvergoeding, maar verder is het vrijwilligerswerk. Er wordt wel eens over gedacht om er een fulltime baan van te maken, maar daar wordt verschillend over gedacht. En argument voor de huidige structuur is dat een leek in het bestuur ook zijn charmes heeft. Als je er fulltime mee bezig bent, dan krijg je vermoedelijk nog minder mensen die in het bedrijfsleven werken. Maar inderdaad, het zou ook juist weer andere mensen dan nu kunnen aantrekken.’

Hoe staat het met de uitval van raadsleden door werkdruk?
‘Voor raadsleden is dat nog niet in kaart gebracht. Ik heb nu bijna twee raadsperiodes meegemaakt en merk dat het onderwerp werkdruk vooral in het derde jaar speelt. In het eerste jaar is alles nieuw, in het tweede jaar loopt het, maar in het derde jaar, richting het einde wordt het raadswerk minder spannend, men vraagt zich af: wat haal ik hier nog uit? Het wordt dan meer een last. In het vierde jaar is het einde in zicht. Als je wilt stoppen, dan heb je dat dan al besloten. De werkdruk zelf wordt dus vooral gevoeld in het derde jaar. Er komt dan nog veel naar de raad toe, vooral dan is er besluitvorming en is de raadsagenda voller dan het jaar ervoor.’

Is er hierin een verschil te ontwaren tussen coalitie- en oppositiepartijen?
‘Daar durf ik geen antwoord op te geven. Bij de oppositie heerst eerder frustratie, denk ik, omdat het lastig is om iets te bereiken. In de sessies komt de werkdruk vooral naar voren bij eenpersoons- en tweepersoonsfracties, minder bij grote fracties. Tussen lokale en landelijke partijen zit geen verschil.’

Wat geeft u voor advies?
‘Het gaat om focus: wat doe je wel en wat doe je niet? Gebruik je partijgenoten, commissieleden, om mee te lezen in de voorbereiding. Vaak doe je teveel zelf. Je moet wel willen zien dat anderen best mee willen helpen. Ik heb vorig jaar ongeveer 60 raadsleden gesproken tijdens de sessies over werkdruk en zij zijn nog steeds raadslid.’


Hoe pakken griffiers dit op?
‘De griffier in Venlo heeft bijvoorbeeld een werkgroepje uit de raad laten inventariseren waar de werkdruk en problemen liggen en hoe ze die kunnen oplossen. Dat heeft geleid tot een aanpassing in de werkwijze. Wij merken dat griffiers nog zoekende zijn in hoe ze raadsleden kunnen ondersteunen. Een betere informatiestroom lukt wel, maar het zit hem meer in hoe raadsleden het plezier en de passie behouden. Dat zit hem meer in coachen, dan in een verandering van het proces. Een methode is om drie dingen uit te kiezen, waar je je op wilt profileren en andere onderwerpen min of meer uit te besteden aan andere fracties.’

Is de werkdruk nou echt toegenomen in de afgelopen jaren?
‘Gemeenten hebben steeds meer uitvoeringstaken gekregen. Als raadslid moet je individuele keuzes maken en dan zijn er raden van 9 zetels tot 45 zetels. Hoe ga je met anderen die werklast verdelen? Raadsleden voelen wel dat de druk is toegenomen met de decentralisaties, RES’en en de warmtevisie met het gebod dat men van het gas af moet. Dit wordt vanuit het rijk opgelegd, dus raadsleden worden voor het blok gezet. Hoe je als raadslid hierin jouw inwoners meekrijgt is een spanningsveld, want die willen vaak het aardgas houden of helemaal geen windmolens in de buurt. Je ziet op social media in het afgelopen jaar meer agressie richting raadsleden dan het jaar ervoor. Dat steeg van 20 naar 30 procent van de raadsleden.’

Hebben raadsleden ook een verantwoordelijkheid om de ambtelijke organisatie en de wethouders in de gaten te houden wat betreft werkdruk?
‘Richting ambtelijke organisatie niet, maar richting wethouders verschilt per raad en cultuur. Bij wethouders is werkdruk een probleem. De menselijke omgang tussen raad en college is wel heel cultuurgebonden. Als die harmonieus is, dan zijn dit soort kwesties gemakkelijker te bespreken. Als er een vechtcultuur heerst, dan wordt daar vanzelfsprekend minder rekening mee gehouden en dan is het ook lastiger om het als raadslid te bespreken. Dat hangt dus af van de heersende cultuur.’

Moet het openbaar bestuur anders worden ingericht om beter met werkdruk en het risico op burn-outs om te kunnen gaan?
‘Wat betreft ondersteuning wel. Vorig jaar schreef de Raad voor het Openbaar Bestuur al in een rapport dat raadsleden betere ondersteuning nodig hebben. Raden zijn hierin zelf in de lead, zij gaan over de ondersteuning door de griffie. Er is hierin een bepaalde terughoudendheid, maar een grotere griffie kan bijdragen aan minder werkdruk. Een raadslid kan gemakkelijker een onderzoeksopdracht bij de griffier neerleggen en deze kan ook meer adviseren en ondersteunen. Als een raadslid een vraag heeft, hoeft hij niet zelf het onderzoek op te starten of de motie voor te bereiden, maar kan de aanzet uit de griffie komen. De gemeenteraad kan er ook voor kiezen om de fractieondersteuning uit te breiden. Dat is ook een budgetkwestie, dus daar moet raad ook weer zelf de ruimte voor maken.’

En helpt het om die verlofregeling flexibeler te maken, zoals een aantal raadsleden in grote steden onlangs voorstelde? Werkdruk-expert Maarten de Winter noemde dit ‘een lapmiddel’.
‘Ik denk niet dat het een lapmiddel is. Kijk maar eens goed naar de verlofregeling op ouderschap en vaderschap, wat beter is voor de werk-privébalans. Dit draagt bij aan het aantrekkelijk maken van het raadslidmaatschap en levert ook bijdrage aan het verlichten van de werkdruk.’

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gerben op
Natuurlijk is de raad medeverantwoordelijk. Alleen geven ze nooit thuis. FC eigen belang / agenda staat ook bij hen onveranderd voorop.
Door Criticus op
" Procedures aanpakken is dus niet alles, je moet ook de cultuur aanpassen" Een waar woord. Maar de procedure aanpassen is makkelijker want dan ligt het niet aan de raad/raadsleden zelf. Om de cultuur aan te passen, is zelfreflectie nodig.

" Hebben raadsleden ook een verantwoordelijkheid om de ambtelijke organisatie (...) in de gaten te houden wat betreft werkdruk? Richting ambtelijke organisatie niet"
Formeel correct, maar in de praktijk wil de raad van alles, zonder geld te willen vrijmaken voor de ambtelijke organisatie. En is zo indirect wel degelijk verantwoordelijk.

Vacatures

Van onze partners

Whitepapers