of 59318 LinkedIn

Samen beter normaliseren

Naar verwachting treedt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 in werking. Een aantal gemeenten trekt bij de invoering van de wet samen op met buurgemeenten. ‘Alles wat kán aansluiten, kan meerwaarde opleveren.’ 

Naar verwachting treedt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 in werking. Een aantal gemeenten trekt bij de invoering van de wet samen op met buurgemeenten. ‘Alles wat kán aansluiten, kan meerwaarde opleveren.’ 

Gemeenten zoeken elkaar op bij voorbereiding Wnra

In Delft hebben ze niet eens overwógen de Wnra ‘alleen’ in te voeren. Gemeentesecretaris Hans Krul, tevens algemeen directeur, is lid van de Haaglandse kring van negen gemeentesecretarissen. In die kring werken ze ook samen op het gebied van hrm, ‘Werken in Haaglanden’ heet dat daar. ‘Logisch dat we elkaar in het Wnra-traject kunnen helpen’, zegt Krul. ‘We moeten als gemeenten meer als één werkgever gaan denken. Dan is het bijvoorbeeld ook gemakkelijker om een medewerker van de ene naar een andere gemeente over te plaatsen.’

Vacaturevervullingen deden de negen gemeenten – Delft, Zoetermeer, Westland, Midden-Delftland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker, Rijswijk, werkorganisatie Duivenvoorde – al gezamenlijk. Solliciteerde een medewerker van een van de Haaglandse gemeenten bij een andere deelnemende gemeente, dan is er sprake van ‘prioriteit’. Een samenwerking die organisch aan het groeien is, zegt Krul: eerst uit arbeidsmarktoverwegingen, nu dus ook de Wnra. ‘Je kunt overal het wiel alleen uitvinden, maar we kunnen ook gezamenlijk optrekken, gezamenlijk leren en de taken verdelen. We beogen met die samenwerking overigens ook iets anders. Ieder heeft zijn eigen lokale regelingen en een spin-off van deze gezamenlijke operatie zou kunnen zijn die eigen regelingen meer harmoniseren. Ook dat kan mensen in onze regio mobiel maken.’

Onder die lokale regelingen vallen bijvoorbeeld de doelen voor het IKB, verhuiskosten en kosten voor het woon-werkverkeer. ‘Alles wat straks niet uitputtend in de cao is geregeld, maar wat je nog lokaal kunt afspreken.’

Fréderique Koetsier, projectleider Wnra in Delft, wijst erop dat er al een gezamenlijke projectgroep arbeidsvoorwaarden en rechtspositie was. ‘De Wnra is een mooie aanleiding dit stevig door te zetten. We gaan ons richten op opleidingen: hrm-mensen en juristen moeten worden bijgeschoold in het private arbeidsrecht. Hoe logisch is het dat je dat samen oppakt.’

Secretaris Krul zegt dat de gemeente Delft voor de invoering van de Wnra werkt met een budget van 130.000 euro. ‘Het scholingsplan pakken we gezamenlijk op, daar haal je voordelen uit. Alleen al daarvoor is 70.000 euro gebudgetteerd, maar misschien kan dat voor 50.000 of 60.000.’

Dynamische samenwerking
Koetsier spreekt van een ‘dynamische samenwerking’. ‘We zijn begonnen met het opstellen van een plan van aanpak in deze regio. Dat is wel lokaal geïmplementeerd, ieder houdt z’n eigen noodzakelijke regelruimte. Maar om een slag te kunnen slaan, hebben we de cao van de VNG nodig. Om te kijken waar we ruimte hebben om te opereren.’ Nadrukkelijk zegt ze erbij: iedere gemeente behoudt nog de eigen identiteit.

Dat veel gemeenten de Wnra alleen lokaal invoeren heeft volgens Krul te maken met ‘je visie op gemeenteland’. Zijn visie: je moet het in toenemende mate met elkaar doen. Wat hem betreft is er geen maximum aan het aantal gemeenten dat samen de Wnra invoert: ‘Alles wat kán aansluiten, kan meerwaarde opleveren.’

Vooralsnog is het bij negen gemeenten gebleven, die samen een ‘Leidraad plan van aanpak’ hebben opgesteld. Koetsier: ‘Dat is voor de samenwerkende gemeenten heel praktisch en handig geweest. Er staan punten in waar we allemaal aan moeten denken, en een tijdpad. Op basis van deze Leidraad stelde ieder zijn eigen plan van aanpak op.’ Delft heeft dat plan van aanpak in ieder geval rond, nu is de uitwerking aan de beurt: de opleidingen regelen. Overigens wordt de grootste werkdruk in 2019 verwacht, dan komt het er echt op aan.

De medewerkers zelf zijn er in deze negen gemeenten nog niet mee bezig, zeggen Krul en Koetsier. ‘Het gaat om belangrijke wijziging voor alle ambtenaren. Dat zal veel vergen van de afdelingen hrm. Maar we blijven wel ambtenaar. Aan de materiële rechtspositie verandert ook weer niet zo veel. Salarissen blijven salarissen en het werk blijft het werk. Goed, de bezwaarschriftprocedure verdwijnt, het ontslagrecht verandert. Financieel gaat deze omzetting de mensen niet raken. We krijgen nu een civielrechtelijke cao. Die hadden we niet maar we deden wel alsof het wel zo was.’

Vooral de afdelingen hrm krijgen het druk. Koetsier: ‘Er moeten arbeidsovereenkomsten komen voor alle medewerkers. In de samenwerking kies je daarvoor een model, maar lokaal moet de hrm-afdeling dat gaan uitvoeren. Later krijgen de afdelingen communicatie het druk: iedereen moet goed worden geïnformeerd over wat ze kunnen verwachten. Die communicatie willen we ook in de regio oppakken, zoals het maken van filmpjes. Dat kan je samen beter dan iedere gemeente apart. De samenwerking bespaart dus inzet van menskracht maar lokaal leidt de Wnra-invoering wel tot veel werk.’

Volgens Koetsier zal, naarmate de tijd vordert, de samenwerking verder toenemen. ‘We kregen zelf het verzoek van een gemeente om zich bij ons samenwerkingsverband aan te sluiten. Veel zullen denken: we doen het zelf wel maar gaandeweg de rit er toch achter komen dat samenwerken voordelen biedt. Misschien is dat onbekendheid of onderschatting.’

Wachten
Een half uur rijden naar het oosten werkt de gemeente Gouda ook samen – met Capelle aan den IJssel, Katwijk, Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Nieuwkoop, Waddinxveen, Zuidplas en de Omgevingsdienst Midden Holland – om gezamenlijk de Wnra in te voeren. Dat wil zeggen: er zijn voorbereidingen getroffen. Maar Jan van Opijnen, beleidsmedewerker arbeidsvoorwaarden in Gouda, en beleidsmedewerker personeel en rechtspositie Jan Robbemond (Krimpen aan den IJssel) zitten nu te wachten. Wachten op materiaal van de LOGA-partijen: het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden, waarin de VNG en vakbonden nu sleutelen aan de nieuwe cao voor het gemeentepersoneel. Rond 1 januari 2019 moet die er zijn.

‘Die geeft richting aan de keuzes die we moeten maken en wat we moeten gaan doen’, zeggen Van Opijnen en Robbemond. Nu zijn ze ‘bezig’ met voorbereidende werkzaamheden, maar vanaf 2019 krijgt elke gemeente het druk, dus ook wij als werkgroep. In enkele gemeenten werkt een projectleider – soms een ingehuurde – en een of enkele medewerkers aan de invoering van de Wnra, elders doet één persoon dat. ‘Voor die ene persoon is het echt een behoorlijke klus’, vindt Van Opijnen.

De acht gemeenten en de ene Omgevingsdienst MH zijn bewust bij elkaar gaan zitten om de nieuwe wet in de organisaties onder te brengen. Robbemond: ‘Het is een grote operatie, met veel aspecten en invalshoeken. Dat zorgt voor veel vragen en interpretaties. Iedere deelnemer in de werkgroep neemt z’n eigen ervaring en kennis mee. Je leert ook van de aanpak van anderen, dat voorkomt dat je in valkuilen stapt. Met de Wnra wordt het publieke arbeidsrecht omgezet in civiel arbeidsrecht. Kennis daarvan is binnen ons geheel van negen beperkt aanwezig. We zijn zoekende en daarin steunen we elkaar.’

Draaiboek
Ook het grotere Gouda hecht aan de samenwerking, zegt Van Opijnen. ‘Anders moeten we het wiel alleen uitvinden. Dat vraagt meer tijd en je mist dan de inbreng van anderen. Bovendien kun je juist van elkaar leren.’ Zo heeft het ene lid van de werkgroep verstand van medezeggenschapskwesties, een ander wat meer ervaring op het gebied van het arbeidsrecht. Gouda heeft bijvoorbeeld een draaiboek gemaakt. ‘We hadden al het Draaiboek Wnra van de VNG, opgesteld door Driessen HRM. Dat bevat verschillende hoofdstukken en per hoofdstuk een tijdpad. Dat hebben we omgebouwd tot een draaiboek met de tijdpaden onder elkaar. In één oogopslag zie je wat per maand moet worden gedaan.’

‘Die vertaalslag naar de praktijk werkt efficiënter dan ‘VNG/Driessen’’, vult Robbemond aan. ‘Dit draaiboek is een voorbeeld voor de andere acht organisaties. Het is overigens van belang voor meer gemeenten en daarom staat het nu ook op de site van de VNG. Veel gemeenten gebruiken dit.’

Elke gemeente is vrij om zich aan dit tijdpad te houden. Gouda bijvoorbeeld volgt het op de voet, andere organisaties houden zich daar minder strikt aan en er zijn ook organisaties die eerst de cao afwachten. Net als in Delft werkt Gouda in een groep van negen organisaties. Is dat niet wat veel? Robbemond: ‘Een paar jaar geleden hadden we een andere grote exercitie, over een nieuw beloningshoofdstuk in CAR/UWO.

Dat deden we met zes mensen. Deze zes, van verschillende gemeenten, doen nu ook met dit gezamenlijke Wnra-traject mee. Dat nieuwtje heeft rondgezongen en drie organisaties hebben zich erbij aangesloten. Binnen de groep wordt verschillend gedacht en daar zijn wij blij mee, want dan krijg je discussie en nieuwe inzichten en dat zorgt voor een beter resultaat. Uiteindelijk maken we per gemeente onze eigen uitwerking, dus het kan negen keer iets anders zijn. Maar negen is een mooi aantal. Prettig ook dat er onderling een goede klik is.’

Enorme dobber
De samenwerking is voor Van Opijnen en Robbemond geslaagd als ze tijdig goede stappen kunnen zetten. Ze denken aan die vorige operatie, over het beloningshoofdstuk. ‘Dat kwam erg laat’, herinnert Robbemond zich. ‘We hebben veel problemen gehad om dat op tijd af te wikkelen, om mensen te informeren, de besluitvorming op lokaal niveau te regelen en alles te implementeren. We willen voorkomen dat de geschiedenis zich gaat herhalen.

Daarom onze oproep aan de LOGA-partijen: maak de cao uiterlijk 1 januari bekend. Dat is onze nadrukkelijke wens. Dan hebben we de tijd om alle stappen te zetten, hoewel het nog een enorme dobber zal zijn om de invoering op tijd klaar te hebben. Ik hoor ook bij andere gemeenten geklaag over dat die cao zo lang op zich laat wachten.’

En als die cao er eenmaal is: dán pas kan de samenwerking echt vorm gaan krijgen. Van Opijnen: ‘Dan kunnen we de lokale regelingen daarop gaan afstemmen. We hebben ook tijd nodig om de communicatie met medewerkers goed in te richten. Daar hebben we een jaar nodig. Unaniem werd als zorgpunt vastgesteld: we hebben nu te weinig concrete teksten. Zolang we de cao niet hebben, kunnen we eigenlijk niet vooruit. Pas met die cao kunnen we samen de omslag naar de Wnra maken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.