of 59232 LinkedIn

Mogen lokale bestuurders zelf uitmaken hoe ze het geluidprobleem aanpakken?

Europa zet al jaren in op een sectorale aanpak van belangrijke milieuproblemen. Dat is ook voor geluid het geval. De geluidaanpak die Europa voorstaat kost alleen bakken met geld, terwijl de financiering een groot struikelblok is. Het benodigde geld is in steeds mindere mate beschikbaar. En het is haast onmogelijk om de investeringen in een betere geluidkwaliteit te laten renderen. Het moet en kan anders. Biedt de Omgevingswet daarvoor kansen?

Geluidhinder is vooral een probleem in de stad. De meeste geluidknelpunten doen zich voor bij bestaande woningen langs lokale wegen. De Europese richtlijn omgevingslawaai verplicht gemeenten, als beheerder van die lokale wegen, om de knelpunten te inventariseren en een actieplan op te stellen. Hiermee krijgt de gemeente de bal toegespeeld als probleemeigenaar. Dat is op zichzelf geen bezwaar, als gemeenten het geluidprobleem maar niet helemaal zelfstandig willen oplossen. In de praktijk is dat vaak wel het geval. Daar zit ‘em de kneep.

 

Enkele gemeenten en woningcorporaties hebben het Energieakkoord aangegrepen om energiebesparing van woningen te combineren met geluidisolatie. Gevelisolatie van woningen vraagt weliswaar om een extra investering, maar in combinatie met energiebesparing is die extra investering beperkt. En belangrijker: er is een verdienmodel. Woningcorporaties hebben ook een belang met het verhuurbaar en verkoopbaar houden van hun woningenbestand. Gevelisolatie mag per woning dan wel duurder zijn vergeleken met stille wegdekken, maar het levert meer rendement op de lange termijn. Comfort, gezondheid van bewoners en de waarde van woningen nemen immers toe.

 

De rol van gemeenten verandert van producent van plannen naar het faciliteren ervan. Actieplannen maken is niet meer van deze tijd. Het komt steeds meer aan op het verbinden van verschillende stakeholders om gezamenlijk oplossingen te vinden. Dat zie je bijvoorbeeld in organische gebiedsontwikkeling, waar het vooral gaat om timing en het aangrijpen van kansen als die zich voordoen. Je hebt wel een stip aan de horizon nodig, zodat je weet wanneer en hoe je flexibel en creatief kan inspelen op de kansen die zich aandienen.

 

Die kant moet het ook op met de geluidaanpak. De gemeente Utrecht laat zien dat je daarvoor aan meerdere knoppen moet draaien. Utrecht kiest voor een aanpak waarbij wordt ingezet op verschillende maatregelen. De aansluiting is gezocht bij andere sectoren, zoals mobiliteit (fiets, OV, elektrisch vervoer, stadsdistributie), energie (gevelisolatie) en openbare ruimte (stille groene plekken in de stad). Want de afdeling Milieu heeft zelf geen geld. Ook voor de aanleg van stille wegdekken ben je als afdeling afhankelijk van het budget voor wegonderhoud.  

 

Voor Europese richtlijnen geldt het subsidiariteitsbeginsel. Het oplossen van problemen kan het beste gebeuren op het niveau waarop die problemen zich manifesteren. Voor het betreffende bevoegde gezag is er de vrijheid om zelf afwegingen te maken over aanpak en inzet van financiële middelen. Vanuit Europa strikte middelvoorschriften voorschrijven aan gemeenten voor de geluidaanpak spoort dus niet met dat beginsel. Mogen lokale bestuurders zelf uitmaken hoe ze het geluidprobleem aanpakken? Europese regelgeving is wat betreft geluid compleet doorgeslagen en maakt van het actieplan een moetje.

 

De Omgevingswet biedt met de omgevingsvisie en programma-aanpak optimale mogelijkheden voor een integrale aanpak van geluid. In een omgevingsvisie zet je een stip op de horizon. Met de programma-aanpak coördineer je een samenhangend pakket van maatregelen die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. Een solitair actieplan geluid is dan overbodig.

 

Aan Europa dient het dringende verzoek te worden gedaan tot aanpassing van de Richtlijn omgevingslawaai. Niet het middel van het actieplan moet centraal staan, maar het doel: minder ernstig geluidgehinderden en slaapverstoorden. Wat de beste route is naar dat doel, dat kunnen lokale besturen zelf wel uitmaken. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Geluidsgedupeerde op
Niet eens met onderstaande reactie; 95% van de verkeersherrie wordt veroorzaakt door motorrijders terwijl de meeste auto's geruisloos door het verkeer glijden. Helaas vinden agentjes motorrijders lief en vallen ze liever forensen lastig die met hun keurige APK karretjes naar hun werk gaan.
Door Niels (Bezig met de aanpak van geluid) op
Ja gemeenten mogen zelf hun aanpak bepalen. Europa verplicht je wel tot het maken van een actieplan, maar Europa legt je geen verplichting op wat je als gemeente in dat plan zet. Je mag dus als gemeente zelf bepalen wat je aan ambities in dat plan zet. De EU-systematiek van geluidkaarten en actieplannen heeft de geluidprobleematiek op stedelijk niveau wel heel duidelijk bij het bestuur op het netvlies gezet. Geluid is namelijk overal en het kan net zo bedreigend voor de gezondheid zijn als slechte luchtkwaliteit.

Knelpunt is en blijft het geld. Als bedreiging van de gezondheid is ook bij geluid de auto het grootste probleem. De 10 miljard die opgehaald worden aan belastingaczijns vloeien echter niet naar de potjes om geluidproblemen op te lossen.

Daar zit dus het probleem. Geeft of gemeenten een deel van deze aczijns in het kader van de vervuiler betaalt of regel dat gemeenten bij de autogebruiker inkomsten kan genereren, waardoor geluidoplossingen gefinancierd kunnen worden.
Helaas is voor beide oplossingen op dit moment weinig draagvlak en dat betekent dat de meeste actieplannen weinig ambitieus kunnen zijn. Zaak is dan om te kijken of je mooie combi's kan maken. Energiebesparing en geluidisolatie is daarvan een mooi voorbeeld.