of 59345 LinkedIn

Toegang tot jeugdzorg kan beter

Het werken met praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen in Lelystad functioneert nog niet goed. Het ontbreekt in Lelystad aan tijdige, gerichte en samenhangende sturingsinformatie op het gebied van jeugdzorg. Dat stelt de rekenkamer Lelystad.

Het werken met praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen in Lelystad functioneert nog niet zoals gewenst. In diverse gemeenten leidt de inzet van de praktijkondersteuners jeugd tot minder doorverwijzingen naar specialistische jeugdzorg en tot besparingen op het jeugdbudget. De vraag waarom de resultaten in Lelystad achterblijven, is nader onderzoek waard. Dat stelt de rekenkamer Lelystad. Hij stelt ook dat het in Lelystad ontbreekt aan tijdige, gerichte en samenhangende sturingsinformatie op het gebied van jeugdzorg.

Huisarts

Huisartsen zijn in Lelystad nog steeds de belangrijkste verwijzers naar tweedelijns jeugdzorg. In 2018 werd 45 procent van de verwijzingen naar jeugdzorgtrajecten door de huisarts gedaan; 3 procent minder dan in 2015, het eerste jaar van de decentralisatie. Het aantal verwijzingen door de huisarts is echter na een daling in 2016 weer toegenomen in 2017 en 2018. Het aantal verwijzingen via de gemeentelijke toegang is in de loop van der jaren gestegen van 11 procent (2015) naar 28 procent in 2018. Zij is daarmee inmiddels de een na grootste verwijzer naar de jeugdzorg. Gecertificeerde instellingen tekenen voor 12 procent van de verwijzingen.

 

Huiverig

Behalve de inzet van praktijkondersteuners jeugd bij huisartsen, kan in de poging verwijzingen naar (dure) tweedelijnszorg terug te brengen, worden gekozen voor beperking van de zelfstandige verwijsbevoegdheid van huisartsen zoals verschillende gemeenten doen. De Lelystadse rekenkamer is daar huiverig voor. Hij vreest dat dit juridisch gezien ‘op of over het randje’ is. Investeren in samenwerking levert waarschijnlijk meer op. Kansrijker acht de rekenkamer ook de invoering van een protocol jeugdhulpaanbieders. Daarbij wordt na een verwijzing met de hulpverleners duidelijke afspraken gemaakt over de aard en omvang van de geboden voorziening. Diverse gemeenten hebben daar goede ervaringen mee, zo stelt de rekenkamer.

 

Zichtbaarheid

De zichtbaarheid en laagdrempeligheid van de gemeentelijke toegang tot de jeugdzorg kan beter. Als die toegang zichtbaarder beter is, en er is sprake van een probleem, ligt deze gemeentelijke ‘route’ voor jongeren en ouders eerder voor de hand. ‘De gemeente zou ‘ambassadeurs’ kunnen inzetten die de toegang laagdrempeliger maken. Ook zou de gemeente diensten kunnen bundelen om cliënten beter van dienst te zijn en de zichtbaarheid te vergroten’, aldus de rekenkamer.

 

Sturingsinformatie

Net zoals in veel gemeenten is er in Lelystad een gebrek aan tijdige, gerichte en samenhangende sturingsinformatie op het gebied van jeugdzorg, constateert de rekenkamer. Er zou in ieder geval ‘voldoende informatie moeten zijn over verwijsstromen, over het verband tussen preventieve activiteiten en het beroep op jeugdzorg en over problemen waar inwoners bij het zoeken naar ondersteuning en zorg in de praktijk tegenaan lopen’, aldus de rekenkamer. Bij gebrek aan toereikende informatie kan geen optimale afweging over de inrichting van de jeugdzorg worden gemaakt.

 

Gerichte dialoog

De rekenkamer adviseert te investeren in kwaliteitsmonitoring op indicatoren als uitval, cliënttevredenheid en doelrealisatie. De rekenkamer denkt daarbij onder meer aan kwaliteitsmetingen bij zorgaanbieders, aan online dashboards met informatie over de uitvoering, aan doelgroepenanalyses en aan het ontsluiten van geaggregeerde gegevens uit de zelfredzaamheidsmatrix. ‘Zorg ook voor een structurele dialoog met zorgaanbieders over wat de uitkomsten van deze monitoring betekenen voor de effectiviteit van de jeugdzorg. Het is belangrijk om een gerichte dialoog te kunnen voeren op basis van cijfers’, aldus de rekenkamer. Hij adviseert onderzoek op casusniveau te doen zodat kan worden bepaald of het jeugdzorgstelsel in de praktijk functioneert zoals beleidsmatig en bestuurlijk wordt beoogd. Ook is het raadzaam de werking van het lokale jeugdzorgstelsel met andere gemeenten en/of regio’s in Nederland te vergelijken.

 

De rekenkamer Lelystad heeft elf (literatuur)onderzoeken van onder meer rekenkamers elders in het land onder de loep genomen en daaruit rode draden gedestilleerd. Er is met name gekeken naar de toegang tot de jeugdzorg. Op basis daarvan is de rekenkamer tot een aantal aanbevelingen gekomen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jaap van Velzen (adviseur, dataspotter.) op
Goed advies. Maar te gek dat dat moet worden uitgebracht aan weldenkende mensen die worden geacht op de centen te letten. Sturingsinformatie op basis van alle is essentieel voor een goed inzicht. Tijdgebrek is in deze een non-argument. Overigens doet minister de Jonge exact hetzelfde: Hij zegt 1 miljard toe aan de juegdzorg zonder de cijfers te kennen.