Advertentie
sociaal / Nieuws

Terughoudendheid nodig bij ondersteuning kind

Dat schrijft de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in een vandaag verschenen advies.

24 mei 2016

Gemeenten moeten terughoudend zijn met het maken van regels rondom de zorg en ondersteuning van ouders en kinderen. En als ze hun opdracht echt serieus willen nemen, zorgen ze dat er in hun inkoopbeleid ruimte is voor innovatie, leren en reflecteren. Dat schrijft de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in een vandaag verschenen advies.

Werkbare omgeving
In het rapport ‘Een gedurfde ambitie, veelzijdig samenwerken met kind en gezin’ bekeek de RVS hoe er effectievere vormen van samenwerking kunnen ontstaan in de zorg en ondersteuning aan kinderen en gezinnen. Professionals in de zorg en ondersteuning moeten zich hiervoor ontwikkelen, maar ze werken niet in een vacuüm. En dus zullen bestuurders van gemeenten, samenwerkingsverbanden en zorgaanbieders moeten zorgen voor een werkbare omgeving. Er moet tijd en ruimte zijn voor het ontplooien van praktijken. Ook de mogelijkheden voor bij- en nascholing worden vaak bepaald door afspraken met bestuurlijke partijen, aldus José Manshanden, lid van de RVS en commissievoorzitter van dit advies.


Durf
‘Het maken van een professionele inschatting over wat nodig is voor een gezin vergt durf’, benadrukt Manshanden. 'Professionals moeten de durf hebben om te allen tijde met ouders en kinderen in gesprek te blijven, ook bij dwangmaatregelen. Ze moeten ook de durf hebben om andere instanties naar voren te schuiven als dat in het belang van kind en gezin is. Maar dit vraagt dus  ook durf van bestuurders.’

Bestuurlijke knoppen
‘Bestuurders staan voor de uitdaging om in de zorg en ondersteuning voor kinderen en gezinnen een balans te vinden tussen uiteenlopende belangen, financiële mogelijkheden, politieke opvattingen en maatschappelijke opgaven’, schrijft de RVS. De vraag is hoe ze professionals die samenwerken met kinderen en gezinnen in hun bestuurlijke afwegingen in dit domein kunnen ondersteunen en stimuleren. De RVS ziet  drie soorten ‘bestuurlijke knoppen’ waar al dan niet aan gedraaid kan worden.

Ondergeschikt maken

Zo waarschuwt de raad voor de gevaren van concurrentie. Professionals uit verschillende organisaties moeten met elkaar samenwerken en dat vergt vertrouwen in zowel kennis en kunde van de ander als in andermans werkwijze. Concurrentie kan ertoe leiden dat dit proces van afstemmen moeilijker verloopt en het wederzijds vertrouwen ondermijnd raakt. José Manhanden: ‘Professionals moeten zichzelf en hun organisatie ondergeschikt maken aan de belangen van het kind en de ouders. Concurrentie kan dit verstoren, omdat met het oog op de concurrentiepositie de eigen organisatie juist gebaat is bij instroom  en behoud van zo veel mogelijk cliënten.  


Aanbestedingen 

Een ander punt is dat als aanbieders telkens wisselen als gevolg van soms kortdurende aanbestedingen, de gevolgen zullen zijn dat er geen goede relaties opgebouwd kunnen worden. ‘Dat heeft niet alleen gevolgen voor de samenwerkingsopgave, maar brengt uiteindelijk ook de continuïteit van zorg voor kind en gezin in gevaar’, zegt Manshanden. ‘Concurrentie kan ook positief werken, bijvoorbeeld als hierdoor de eigen positie van een professional of organisatie minder vastomlijnd wordt en dit ruimte geeft voor innovaties. De kunst is om een balans te vinden tussen deze twee kanten van concurrentie.’


Keuzevrijheid 

Gemeenten moeten er ook voor zorgen dat kinderen en ouders voldoende keuzevrijheid hebben, schrijft de RVS. Als er met te weinig partijen contracten afgesloten worden, komt deze keuzevrijheid in het geding. Tegelijkertijd kan een grote hoeveelheid verschillende zorgaanbieders samenwerking in de zorg voor kinderen en gezinnen ook bemoeilijken. Bijvoorbeeld als een huisarts door de grote hoeveelheid aanbieders niet meer kan overzien naar wie het beste te verwijzen. De RVS pleit daarom voor een systeem waarbij ouders en kinderen feedback geven en kritiek uiten als er iets niet goed gaat. Hier kunnen organisaties van leren en zich verbeteren en is de oplossing niet altijd weer een nieuwe aanbieder erbij. Belangrijk hierbij is dat gezinnen mee kunnen beslissen over de ondersteuning die zij krijgen. ‘Te vaak wordt er over gezinnen, in plaats van met de gezinnen gepraat’, zegt Manshanden.

Kijk naar de praktijk
Ook nu de financiering van alle jeugdhulp in handen van één partij – de gemeente – is gebracht, blijven financiële schotten bestaan, bij voorbeeld met ondersteuning in een onderwijscontext of het medische domein, ziet de RVS. Op papier is wel vastgelegd hoe er in samenwerkingsverbanden afspraken moeten worden gemaakt hierover, maar toch levert het in de praktijk vaak wrijving en vertraging op. ‘Bestuurders en beleidsmakers moeten zich realiseren, dat het vooraf nog niet altijd lukt dit hard af te spreken. Juist door goed naar de praktijk te kijken zal duidelijkheid ontstaan over het inrichten van financieringsstromen, meent Manshanden.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie