of 59854 LinkedIn

Sociale wijkteams dwalen af

Medewerkers van wijkteams komen nauwelijks toe aan vroegsignalering en preventie. Dat blijkt uit de vierde landelijke peiling ‘(Sociale) wijkteams, 5 jaar later’ van Movisie.

Medewerkers van sociale wijkteams komen nauwelijks toe aan preventie en vroegsignalering. Terwijl gemeenten juist wel willen dat ze dat doen.

Niet genoeg tijd

De sociale wijkteams drijven langzaam maar zeker af van de oorspronkelijke ambitie uit 2014, ziet Silke van Arum, onderzoeker bij Movisie. Meer en meer zijn ze verworden tot de toegangspoort van (gespecialiseerde) zorg en ondersteuning. Terwijl de sociale wijkteams van heel veel gemeenten (ook) de opdracht hebben om met vroegsignalering en preventie een hoop en verergering van problemen te voorkomen. Elk onderzoek opnieuw geven gemeenten echter aan dat dit onvoldoende van de grond komt, stelt Van Arum. Sinds 2014 voert zij peilingen onder gemeenten uit, om zo de ontwikkeling van de wijkteams te kunnen volgen. Recent is de vierde landelijke peiling ‘(Sociale) wijkteams, 5 jaar later’ van de persen gerold. In vergelijking met de peiling uit 2017 neemt het percentage inwoners dat proactief (outreachend) wordt benaderd door een wijkteam af: van 39 procent in 2017 naar 28 procent in 2019. ‘Ook het doorontwikkelen van individueel aanbod naar col­lectieve voorzieningen wordt herhaaldelijk genoemd als taak waarvoor niet genoeg tijd is.’

 

Torenhoge verwachtingen

Van Arum wijt het niet aan de wijkteammedewerkers. Die werken zich een slag in de rondte. In haar optiek zouden gemeenten hun wijkteambeleidsplannen van meestal enkele jaren terug weer eens tegen het licht moeten houden. ‘Na vijf jaar is het wel een mooi moment om te kijken naar de oorspronkelijke ambitie en de doelstellingen die je als gemeente de wijkteams wilt meegeven. Duidelijk moet worden wat je wel en wat je niet bij het wijkteam neerlegt. De verwachtingen over de sociale wijkteams waren van het begin af aan torenhoog.’ De wijkteams kregen een flinke ‘boodschappenlijst’ mee, maar er is in de optiek van Arum te weinig nagedacht of de wijkteams dat ook allemaal konden behappen.

 

Maatwerk

Bijna zeven op de tien gemeenten (68 procent) geeft aan dat de sociale wijkteams bijdragen aan de transitiedoelen, zo blijkt verder uit het onderzoek. Dat betekent onder meer dat er eerst een beroep wordt gedaan op de eigen kracht en het sociaal netwerk, en dat pas daarna wordt gekeken of en welke professionele hulp en ondersteuning nodig is. Daarbij is het leveren van maatwerk het adagium. Bijna een op de drie gemeenten (32 procent) geeft aan dat de wijkteams nog (te) weinig bijdragen aan die transitiedoelen. ‘Je hoopt altijd dat dingen sneller gaan’, stelt Janny Bakker-Klein, voorzitter van Movisie, in reactie op de uitkomsten van het onderzoek. ‘Het is mooi nieuws dat 68 procent van de gemeenten echt vindt het werken met sociale (wijk)teams voldoende bijdraagt aan de realisatie van de gestelde doelen van de transities. Maar die 32 procent die dat niet vindt; dat is toch een behoorlijk percentage.’ Deze gemeenten geven aan dat er door de werkdruk en onvoldoende financiële middelen nog te weinig wordt gedaan aan maatwerk, preventie en integraal werken.

 

Werk en inkomen

Uit het onderzoek is overigens wel een stijging zichtbaar van het aantal wijkteams dat ook taken rondom werk en inkomen oppakt. ‘Daar zie je een positieve ontwikkeling’, stelt Van Arum. ‘Met name in 2017 signaleerden we een afname. Het verbaasde ons dat die taak zo weinig in de wijkteams werd opgepakt. Juist bij multi-probleemhuishoudens spelen financiële problemen vaak een rol. Nu zien we daarin een lichte stijging. Er is meer aandacht voor werk en inkomen in de wijkteams.’

 

Knelpunten

Naast dat gemeenten stellen dat wijkteams onvoldoende toekomen aan onder meer preventief en outreachend werken, wordt nog een aantal andere knelpunten gesignaleerd. De hoge werkdruk is er daar een van, die vaak wordt veroorzaakt door lange wachtlijsten en personeelstekort. Ook de toename van het aantal aanmeldingen en vragen waarbij zwaardere problematiek speelt, wordt als knelpunt genoemd. Daarnaast worden experts gemist op het gebied van geestelijke gezondheidszorg. De samenwerking met andere organisaties wordt eveneens als knelpunt ervaren.

 

Hoge caseload

Van Arum heeft een aantal aanbevelingen voor gemeenten die met wijkteams werken. ‘Er is meer aandacht nodig voor het wijkgericht werken. Dat blijft nu liggen door de hoge caseload en de vele individuele hulpvragen.’ De tweede aanbeveling is dat gemeenten meer op outcome moeten gaan sturen in plaats van op input. De meeste gemeenten maken vooral afspraken over de hoeveelheid inzet in plaats van over de gewenste doelstellingen. ‘Gemeenten leggen bijvoorbeeld vast hoeveel bezoeken wijkteams moeten afleggen. Je moet meer inzetten op de maatschappelijke baten; wat wil je bereiken’, aldus Van Arum.

 

Realistische verwachtingen

Tot slot moeten gemeenten zorgen voor realistische verwachtingen en opdrachten. ‘Het lijkt er nu vaak op dat het wijkteam een voorpost is geworden van die specialistische instellingen’, aldus Van Arum. ‘Maak als gemeente een keuze zodat gemeenten niet elke keer opnieuw als knelpunt aangeven dat de wijkteams te weinig aan preventie en vroegsignalering toekomen.’


Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nummer 12 van deze week (gratis inlog)


Afbeelding
(klik op de afbeelding voor een vergroting)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Len (Moeder van zoon met chronisch psych. aandoening) op
Langduriger beschikken met oog op preventie klachten en mogelijkheid tot participatie. Bij GGZ-problematiek wordt beschikt met oog op zo snel mogelijk opheffen van klachten als doel. Dit gaat lijken op cure en niet op care/ONDERSTEUNING waar de Wmo op gericht behoort te zijn.
Door Toine Goossens op
Verspillen de wijkteams hun tijd niet aan het zoeken van een instelling die mensen WEL op willen nemen? Een kennis had overleg met 8 van de 9 instellingen over een jong iemand. Gezamenlijk besloten de 8 dat de niet aanwezige instelling de geëigende was.

Instellingen zadelen wijkteams met hun vuile was op. Dat valt niet tegenop te werken.