of 60220 LinkedIn

Meer aandacht nodig voor inkomenspositie jongeren

In het plan, dat aanstaande maandag in de Tweede Kamer wordt besproken, is veel aandacht voor nieuwe woningen. Maar Stichting Zwerfjongeren Nederland mist aandacht voor de inkomenspositie van thuisloze jongeren.

Het kabinet wil de komende anderhalf jaar tienduizend woningen met begeleiding voor dak- en thuislozen realiseren. Dat is goed nieuws voor dak- en thuisloze jongeren, maar zonder betere inkomensregelingen blijven die nieuwe woningen voor sommigen toch onbetaalbaar, zegt Utrechts gemeenteraadslid Anne-Marijke Podt. 

Doorbraak
Het nieuwe plan voor het aanpakken van dak- en thuisloosheid, genaamd ‘Een (t)huis, een toekomst’, moet een doorbraak vormen in een systeem dat vast zit, liet staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) van Volksgezondheid, Welzijn en Sport woensdag weten. 'Ook voor de langere termijn moet er een omslag plaatsvinden, waarbij niet opvang maar wonen, mét de benodigde begeleiding, het uitgangspunt is', aldus Blokhuis. De nieuwe plekken moeten tot stand komen door een combinatie van nieuwbouw, transformatie, het delen van woningen en het met voorrang toewijzen van woningen aan de doelgroep.

Rol voor gemeenten
Naast het kabinet en woningcorporatie-koepel Aedes, committeert ook de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) zich aan die doelstelling. Er is dan ook een grote rol voor gemeenten weggelegd. Van de 43 centrumgemeenten hebben er 21, waaronder de G4, aangegeven in de tweede helft van 2020 te kunnen starten met het nemen van extra maatregelen. Uit de plannen van die groep blijkt een voornemen om drieduizend nieuwe woonplekken te realiseren. Het kabinet verwacht dat dit, wanneer ook de andere centrumgemeenten hun plannen indienen, eind 2021 tot vierduizend extra woonplekken zal leiden. Voor de overige drieduizend plekken wordt ingezet op flexwoningen, tijdelijke woningen die snel beschikbaar zijn.

Inkomenspositie jongeren
In het plan, dat aanstaande maandag in de Tweede Kamer wordt besproken, is dus veel aandacht voor nieuwe woningen. Maar Stichting Zwerfjongeren Nederland mist aandacht voor de inkomenspositie van thuisloze jongeren. ‘Van het minimumjeugdloon of een bijstandsuitkering kan een 18-, 19-, of 20-jarige niet rondkomen’, stelt de stichting. ‘Jongeren van wie de ouders niet in staat zijn om aan de onderhoudsplicht te voldoen, komen als zij jeugdzorg verlaten vanwege onvoldoende financiële bestaanszekerheid vanaf hun 18e jaar direct in de schulden. Als daarbij komt dat de betreffende jongere niet langer bij zijn ouders of op een jeugdzorgplek terecht kan, betekent dit in de praktijk dat de jongere een bijstandsuitkering krijgt van 255 euro en dak- of thuisloos wordt.’

Meer nodig
Ook Anne-Marijke Podt, D66-raadslid in Utrecht, maakt zich zorgen over de inkomenspositie van jongeren. Haar gemeente krijgt 22,4 miljoen van de 200 miljoen euro die het kabinet uittrekt om meer woonplekken beschikbaar te stellen voor dak- en thuislozen. In Utrecht moeten daarmee tweehonderd woonplekken gerealiseerd worden. Podt is daar blij mee, maar denkt dat er meer nodig is om te voorkomen dat jongeren op straat terecht komen.

Want het probleem ligt niet alleen bij wonen, maar ook bij inkomen, ziet Podt. Jongeren tot 21 jaar kunnen in de bijstand niet meer dan zo'n 250 euro per maand krijgen. De kans is klein dat ze daarvan een van die nieuwe woonplekken kunnen betalen. 'Op het moment dat jongeren genoeg geld hebben, wordt het ook makkelijker om woningen voor ze te realiseren', aldus Podt.

Maatwerk
De bijstandsnorm voor jongeren is laag omdat de overheid uitgaat van de onderhoudsplicht van ouders. 'Maar een grote groep jongeren kan niet steunen op hun ouders, omdat die bijvoorbeeld te maken hebben met schulden.' Daarom zijn er voor de gemeente mogelijkheden om toch in individuele gevallen te hulp te schieten, luidt het antwoord van het kabinet. De gemeente kan bijvoorbeeld een beroep doen op de bijzondere bijstand of een uitzondering maken op de kostendelersnorm. Voor gemeenten zijn er voldoende mogelijkheden tot maatwerk, schreef staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) onlangs nog.

Zeer beperkt
'Maar we merken dat dat vaak niet gebeurt', vertelt raadslid Podt. Als voorbeeld noemt ze de uitzondering op de kostendelersnorm: die werd in Utrecht in een jaar slechts tien keer ingezet, terwijl ruim duizend huishoudens met de kostendelersnorm te maken hebben. De beleidsvrijheid binnen de Participatiewet om soepel met de kostendelersnorm om te gaan is dan ook 'zeer beperkt', concludeert het college.

Aanbellen
Bovendien kan het zijn dat 'maatwerk' te laat komt, voegt Podt toe. 'Tegen de tijd dat je hebt aangetoond dat je er recht op hebt, sta je al op straat.' Daarom wil Podt het fundamenteler aanpakken. De gemeente zou moeten identificeren welke jongeren een hoog risico lopen om in de problemen te komen. 'En dan bij hun aanbellen.' In plaats van naar individuele gevallen, zou de gemeente dus meer naar groepen jongeren moeten kijken, vindt Podt.

Zo'n aanpak kan ook geld besparen, denkt Podt: 'Als jongeren voldoende inkomen hebben om in levensonderhoud te voorzien, dan voorkom je veel problemen.' Uitgaven aan jeugdzorg of maatschappelijke opvang kunnen dus bespaard worden.

Toeters en bellen
'At the end of the day gaat het erom: kunnen we van jongeren realistisch gezien verwachten dat ze van 250 euro het hoofd boven water kunnen houden? De structurele oplossing is: laten we zorgen dat alle jongeren uitkomen op een normaal levensonderhoudsniveau.' Daarbij kunnen zowel gemeenten als het rijk hun steentje bijdragen. 'Mijn oproep aan gemeenten is: doe je best, kijk hoe ver je kunt gaan. Maar mijn oproep aan de landelijke overheid: ja, ja, we kunnen wel maatwerk toepassen, maar zorg dat het mogelijk is om dat met minder toeters en bellen te doen.'

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jeroen van der Velden op
De 200 miljoen is bedoeld voor zorg en begeleiding en niet voor extra woonplekken. In de Kamerbrief stelt de minister: 'Eerder liet het kabinet al weten dat er 200 mln. euro extra beschikbaar is voor de zorg aan en begeleiding van dak- en thuisloze mensen. Dit is een belangrijke randvoorwaarde om deze mensen duurzaam te kunnen huisvesten.'