of 63998 LinkedIn

Kansen om koers te verleggen voor sociale werkvoorziening

In de sociale werkvoorziening spelen twee belangrijke ontwikkelingen zich min of meer gelijktijdig af. Sw-bedrijven krijgen nu al steeds minder geld van het rijk voor de lonen en begeleiding van sw’ers. Daarbij neemt met de komst van de Participatiewet vanaf 2015 het aantal sw’ers gestaag af.

De sociale werkvoorziening (sw) kan de bezuinigingen die haar boven het hoofd hangt deels opvangen door de bedrijven op een slimme manier om te bouwen en door meer ‘rendement’ te halen uit de sw’ers. Dat concludeert branchevereniding Cedris op basis van twee onderzoeken die onlangs zijn verschenen. 

In de sociale werkvoorziening spelen twee belangrijke ontwikkelingen zich min of meer gelijktijdig af. Sw-bedrijven krijgen nu al steeds minder geld van het rijk voor de lonen en begeleiding van sw’ers. Daarbij neemt met de komst van de Participatiewet vanaf 2015 het aantal sw’ers gestaag af. 

Beide ontwikkelingen hebben belangrijke gevolgen voor de bedrijfsvoering van de sw-bedrijven en met name voor de financiële positie van deze bedrijven. Capeladvies onderzocht voor Cedris hoe sw-bedrijven het beste met deze ontwikkelingen om kunnen gaan. Waar is winst te behalen en wat moeten gemeenten wel of niet doen?

Bezuinigen
Drie jaar geleden kregen gemeenten een rijkssubsidie van 27 duizend euro per sw’er. De komende jaren daalt die bijdrage gestaag, tot uiteindelijk 22 duizend euro in 2020.

Gemeenten moeten dus fors bezuinigen op de sociale werkvoorziening. Het overgrote deel van het geld dat gemeenten krijgen (zo’n 75 procent) gaat op aan het loon van de sw’er. De bezuiniging zal daarom gehaald moeten worden bij de overige 25 procent die opgaat aan onder meer begeleiding, vastgoed, materieel en overhead.

‘Daar valt nog wel wat winst te behalen’, stelt Albert Bruins Slot, algemeen directeur van de Drentse Sociale werkvoorziening Alescon en bestuurslid van Cedris. ‘Bedrijven kunnen kijken of er goedkoper kan worden geproduceerd, of de kosten dus omlaag kunnen. Maar tegelijkertijd kan ook worden gekeken of wellicht de opbrengsten omhoog kunnen.’

Uit het onderzoek blijkt dat op beide terreinen nog wel wat winst te behalen is. ‘Niet overal is evenveel’, aldus Bruins Slot. ‘Er zijn grote verschillen per regio en sommige bedrijven hebben in het verleden al verbeteringen doorgevoerd. Maar enige winst is vrijwel overal nog te halen.’

Optimaliseren
Met het onderzoek ‘Optimaliseren Verdienvermogen’ kunnen sw-bedrijven aan de hand van zes thema’s de bedrijfsvoering van hun bedrijf onder de loep nemen. Hiervoor is gekeken naar acht verschillende bedrijven verspreid over het land. Geconcludeerd wordt dat nog veel winst kan worden behaald door de beweging ‘van binnen naar buiten’ te maken.

Nog meer mensen met een arbeidsbeperking plaatsen bij reguliere bedrijven. Die beweging hebben veel sw-bedrijven al ingezet en wordt ook ondersteund door de kabinetsplannen. Bruins Slot: ‘Ik zie elke dag dat sw’ers die buiten een sw-bedrijf werken een hogere loonwaarde hebben. Ze hebben meer plezier in het werk en presteren daardoor beter.’

Groepsdetachering
In het rapport wordt sw-bedrijven geadviseerd op zoek te gaan naar plaatsen voor groepsdetacheringen waar twintig of dertig sw’ers aan de slag kunnen. De kosten voor begeleiding zijn daarbij veel lager dan bij individuele detachering. ‘Hoewel dit voor een sw-bedrijf in bijvoorbeeld Oost-Groningen geen oplossing is omdat daar niet veel regulier werk is, kunnen veel bedrijven hier nog winst behalen’, aldus Bruins Slot.

Een ander punt waar bedrijven naar kunnen kijken, is de begeleiding en de staf. ‘Vaak kan dat nog efficiënter’, vindt Bruins Slot. Maar ook kunnen bedrijven onderzoeken of ze meer samen kunnen werken, zonder dat dit direct een voorbode voor een fusie hoeft te zijn. ‘Ict, backoffice of personeelszaken kunnen soms samen en daardoor goedkoper worden opgepakt.’

Werksoorten
Sw-bedrijven kunnen ook kritisch kijken welke werksoorten ze aanbieden. Meer en verschillende werksoorten kosten meer geld. ‘Dat is tegelijkertijd een dilemma’, aldus Bruins Slot. ‘We weten bijvoorbeeld dat werk in de schoonmaaksector veel geld oplevert. Maar we kunnen natuurlijk niet iedereen aan het schoonmaken zetten.’ Schoonmaakwerk is van oudsher werk dat in de avonduren wordt gedaan. Door bedrijven over te halen het schoonmaakwerk overdag te laten doen, wordt het werk voor meer mensen toegankelijk.

‘De beweging naar dagschoonmaak zien we steeds meer. Vooral gemeenten halen het werk naar de dag, wat een voordeel is voor sw-bedrijven.’ Toch moeten sw-bedrijven geen verkapte schoonmaakbedrijven worden, vindt hij. Er zijn immers altijd mensen die dat werk niet aan kunnen. ‘Maar kritisch kijken naar hoeveel en welke werksoorten je binnen je bedrijf hebt, kan winst opleveren. Je moet zorgen voor passende arbeid, maar niet per se alles in de lucht willen houden.’


Ombouw broodnodig
Als vanaf 2015 de instroom vanuit de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) in de sw-bedrijven stopt, daalt − door natuurlijk verloop – het aantal sw’ers met gemiddeld vijf procent per jaar. De Wsw wordt vervangen door de Participatiewet waarbij geen verschil meer wordt gemaakt tussen mensen in de sociale werkvoorziening, de Wajong of de bijstand. Bedrijven die dat natuurlijke proces op hun beloop laten zonder de nieuwe groep vanuit de Participatiewet bij het bedrijf te betrekken, zullen het niet gemakkelijk krijgen, blijkt uit het onderzoek ‘Een financieel toekomstperspectief voor het Sw-bedrijf na 2013’. ‘Door het dalend aantal personeelsleden komt zo’n sw-bedrijf in een continue staat van reorganisatie’, zegt Bruins Slot.

Reorganisaties kosten geld en de kosten voor de overhead en de gebouwen moeten door steeds minder mensen worden opgebracht. ‘Als je dat proces van leegloop van personeel voor een deel opvangt door het bedrijf langzaam om te bouwen tot een bedrijf waar mensen uit de Participatiewet kunnen werken, kun je die ineffi ciënte gevolgen opvangen.’

Uit berekeningen blijkt dat in 2011 – na een eerste bezuinigingsronde − een sw-bedrijf gemiddeld 1,5 miljoen euro verlies leed. Als een sw-bedrijf de komende jaren slechts afbouwt, kan dat verlies na 2014 door daling van rijkssubsidies en toenemende inefficiency oplopen tot mogelijk 4 miljoen euro per jaar. Als de leeggekomen plekken worden opgevuld met mensen vanuit de Participatiewet en de bedrijfsvoering wordt verbeterd, kan de schade worden beperkt. Het gemiddelde verlies blijft dan ongeveer gelijk aan dat van 2011.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.