of 63372 LinkedIn

Kabinet (nog) niet met billen bloot na arbitrage jeugdzorg

Het kabinet heeft nog geen besluit genomen over het toekennen van 1,9 miljard euro extra voor de jeugdzorg voor 2022, zoals de arbitragecommissie gelast. De VNG spreekt van een doorbraak.

Het kabinet heeft nog geen toezegging gedaan over de 1,9 miljard euro extra voor de jeugdzorg voor 2022. Het oordeel van de arbitragecommissie is zonder enige inhoudelijke reactie met een neutrale brief vrijdagavond naar de Kamer gestuurd. Als het kabinet het oordeel van de arbitragecommissie in zijn geheel overneemt, is de VNG tevreden. Ook al moet zij zelf een flinke concessie doen.

Niet shoppen

‘Ik ga er vanuit dat de regering een voorstel aan de Tweede Kamer gaat doen dat in lijn is met het oordeel van de arbitragecommissie’, stelt VNG-directeur Leonard Geluk. ‘Het kabinet moet er niet in gaan shoppen.’ De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) spreekt over een ‘doorbraak’. ‘Deze commissie met gezag heeft geoordeeld dat het rijk gemeenten al die jaren onvoldoende middelen heeft gegeven om de Jeugdwet uit te voeren. Dat is een erkenning van hetgeen we al jaren zeggen en zeer waardevol voor ons’, aldus Geluk.

 

Normalisering verhoudingen

Als het kabinet inderdaad de komende jaren met de extra miljarden over de brug komt, en daar gaat de VNG vanuit, effent dat de weg voor normalisering van de slechte verhoudingen tussen rijk en gemeenten, vervolgt Geluk. En daarmee om gezamenlijk te werken aan de ontwikkelagenda, waarin rijk en gemeenten voor 1 januari 2022 afspraken moeten maken over maatregelen om het stelsel te verbeteren en besparingen door te voeren.

 

Geen toezegging

De VNG had gehoopt dat er vrijdag na de ministerraad al witte rook zou komen voor in ieder geval de 1,9 miljard voor 2022 (dat is inclusief de eerder toegezegde 300 miljoen euro). Er is vrijdag geen concrete toezegging gedaan, zo laat een woordvoerder van verantwoordelijk staatssecretaris Blokhuis (VWS) weten. Blokhuis schrijft in zijn Kamerbrief dat het oordeel van de arbitragecommissie ‘zwaarwegend’ is en als inbreng dient voor de kabinetsformatie. ‘Een volgend kabinet kan vervolgens integraal besluiten over de inrichting van het jeugdstelsel en het bijbehorende structurele budget voor de uitvoering van de Jeugdwet.’ Mogelijk dat er woensdag meer duidelijkheid komt over in ieder geval het budget voor 2022. Dan is er een bestuurlijk overleg tussen rijk en VNG over het oordeel van de

arbitragecommissie.

 

Concessie

Wat de VNG betreft is het oordeel, van a tot z, bindend. ‘We nemen het hele oordeel van de commissie over’, aldus Geluk. Dat betekent ook dat de VNG op onderdelen concessies moet doen. De VNG is fel gekant tegen de verplichting tot regionale samenwerking bij een aantal jeugdzorgvormen. Daarvoor is een wet in voorbereiding. De VNG vindt dat het rijk daarmee te veel op de stoel van gemeenten gaat zitten en stelt dat gemeenten op basis van de zogeheten Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) hierover vrijwillige afspraken kunnen en moeten maken.

 

Aderlating

In de toepassing van die NvO ziet de arbitragecommissie te weinig voortgang. Zij vindt met het kabinet dat invoering van de wet Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen nodig is. ‘We hebben ons altijd tegen regionalisering verzet. Nu wij het kabinet vragen om niet te shoppen in het oordeel van de arbitragecommissie, moeten wij dat ook niet doen. We trekken ons verzet tegen regionalisering in. We committeren ons aan het oordeel van de arbitragecommissie’, aldus Geluk, die van een ‘flinke concessie’ en ‘een aderlating’ spreekt. Ook de gewenste uniformering van de inkoop en administratie ‘vraagt veel van de VNG’.  

 

Kritisch kijken

Geluk, als VNG-directeur maar ook als oud-wethouder jeugd, voelt zich persoonlijk gecommitteerd om tot een goede ontwikkelagenda te komen. Een palet aan mogelijkheden ligt er al, zoals inperking van de jeugdhulpplicht, invoering van een eigen bijdrage en beperking van de duur van trajecten. ‘We moeten kritisch kijken naar de zorg die we nu verlenen en of die allemaal noodzakelijk is. Als gemeenten gaan we ons uiterste best doen om de kosten te beperken.’ Dat moet wel samen met het rijk gebeuren. De randvoorwaarden die de Haagse politiek moet stellen zijn medebepalend voor het kunnen terugdringen van het beroep op jeugdzorg en daarmee de kosten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Voor de specialistische Jeugdzorg (denk daarbij o.a. aan de inzet van professionals en het (flexibele) vastgoed) is sowieso regionale, provinciale of landelijke overhead noodzakelijk. Dergelijke overall voorzieningen kunnen het beste centraal, dus vanuit het Rijk, worden geregeld.
Dat onderdeel op gemeentelijk niveau of via gemeentelijke samenwerking regelen gaat veel te traag en gecompliceerd. Dit deel van het jeugdbeleid kan derhalve het beste uit de decentralisatie worden gelicht (hoe hebben gemeenten dit deel van de Jeugdzorg ooit naar zich toe kinnen halen).
@Adriaan Zwaag. Follow the Money is kennelijk ook een beetje de weg kwijt. Het grote verschil is als volgt te verklaren:
1. we zijn inmiddels 6 jaar verder.
2. ten gevolge van de overdracht van het matige voorzieningenniveau en de veelal achterhaalde en niet op elkaar afgestemde administratiesystemen van het Rijk/provincie zijn de overheadkosten de afgelopen jaren gestegen tot ca. 29% (i.p.v. ca. 20%).
3. er was op dit beleidsonderdeel bovendien duidelijke sprake van een onderdrukte behoefte, hetgeen nog eens werd gestimuleerd door onvoldoende taakafbakening in de wetgeving.
Door Adriaan Zwaag op
Een totaal ander geluid over het 'jeugdzorgdrama' lezen we bij Follow the Money. Omdat dit artikel na 24 uur achter een betaalmuur gaat, druk ik het hier integraal af.

"
De arbitragecommissie die het jeugdzorgconflict tussen Rijk en gemeenten moet beslechten, concludeert dat de gemeenten de komende drie jaar ruim vijf miljard extra moeten krijgen. Daarmee is een van de hoofddoelen van de decentralisatie – minder geld voor betere zorg – gevoeglijk afgeserveerd. Waar de jeugdzorg in 2015 met 3,75 miljard werd overgeheveld naar de gemeenten, is dat budget inmiddels opgezwollen tot 6,1 miljard in 2022. En dat allemaal op basis van onderzoek dat op geen enkele manier blootlegt wat het aandeel is van de gemeenten in deze budgettaire explosie.

‘Het water staat ze aan de lippen,’ trapte presentator Twan Huys het tv-programma Buitenhof op zondag 23 mei af. ‘Gemeenten zitten met een enorm financieel probleem, want er is een groot zwart gat van 1,7 miljard euro bij jeugdzorg, een financiële molensteen. En ik ga erover praten met Jan van Zanen, burgemeester van Den Haag maar ook voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.’

Van Zanen zit erbij te knikken, eigenlijk kan hij al naar huis. Dit is in een notendop de boodschap die hij te brengen heeft.

In de tien minuten die volgen, mag Van Zanen de aankondiging nog aankleden met ronkende zinnen als: ‘Dit gaat zo niet langer’, ‘Ik spreek Rutte hierop aan: let op, nu moet je leveren’, en met een paar clichés over beperktere openingstijden van zwembaden en bibliotheken.

Huys legt hem geen strobreed in de weg: het frame van de arme gemeenten, met kwetsbare kinderen en al in de kou gezet door het Rijk, heeft zijn vruchten afgeworpen.

Gemeenten in Calimero-rol
Daar is dan ook lang en krachtig voor gelobbyd. De Nederlandse gemeenten, hun belangenorganisatie de VNG voorop, kozen voor een campagne met een Calimero-rol richting het kabinet, dat tot nu toe weigerde hun tekorten volledig te dekken. De gemeenten hadden de rekeningen maar te betalen, zonder dat zij invloed konden uitoefenen op het type zorg of de prijs, klonk het gemeentelijk frame.

Het frame van gemeenten, met kwetsbare kinderen in de kou gezet, heeft zijn vruchten afgeworpen

Toen dat niet hielp, dreigde Jan van Zanen: als het Rijk bleef weigeren, konden de ministeries hulp van gemeenten op andere probleemdossiers als de energietransitie en de woonproblematiek wel vergeten.

Donderdagavond was daar de uitbetaling.

Volgens een arbitragecommissie moet het Rijk structureel miljarden extra in de jeugdzorg pompen, volgend jaar te beginnen met een eerste 1,9 miljard euro. Als het nieuwe kabinet dit ‘zwaarwegende advies’ overneemt, zijn de uitgaven aan jeugdzorg gegroeid van 3,7 miljard in 2015 naar 6,1 miljard in 2022.

Selectief shoppen in onderzoeksresultaten
De afgelopen maanden was die 1,7 miljard euro het mantra van burgemeesters, wethouders en bovenal van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (de 1,9 miljard van de arbitragecommissie is met indexatie). Van Zanen schermde er ook mee bij Buitenhof, dit tekort was immers naar voren gekomen uit onafhankelijk onderzoek van adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF).

Wat er zelden bij wordt vermeld , is dat die 1,7 miljard is gebaseerd op een prognose bij gelijkblijvend beleid – dus wanneer gemeenten doorgaan op oude voet.

Het is dan ook niet in het voordeel van wethouders en burgemeesters om dat te hard van de daken te schreeuwen. Want kijk je kritisch naar het uitgavenpatroon voor jeugdzorg, dan staat de schijnwerper ineens oncomfortabel fel op de gemeenten.

Wat gebeurde met de 1,7 miljard uit het AEF-rapport overkwam ook strategisch adviesbureau It’s Public, dat in maart een benchmark publiceerde waaruit bleek hoe het tekort van de ene gemeente zich verhield tot dat van een andere. Ook uit die vergelijking werd selectief geshopt: 97 procent van de Nederlandse gemeenten geeft meer geld uit aan jeugd dan zij hiervoor binnenkrijgt van het Rijk. Zie je wel!

Even doorbladeren leert dat It’s Public ook bekeek hoe die extra miljarden zullen landen bij diezelfde gemeenten. Dan is het gebrek aan geld niet zomaar opgelost, was de conclusie.

‘Zélfs als het Rijk met het volledige tekort (1,6 - 1,8 miljard) over de brug zou komen, zou circa 60 procent van de gemeenten nog stééds een tekort hebben. Dit komt doordat de extra middelen en maatregelen evenredig over alle gemeenten verdeeld zullen worden, terwijl de tekorten verre van evenredig verdeeld zijn,’ aldus de benchmark van It’s Public.

Geen pleidooi voor een miljardencheque
Follow the Money volgt nu ruim anderhalf jaar de geldstromen in de jeugdzorg. Het begon met een verzoek om gegevens aan de gemeenten. Waar gaat hun jeugdzorggeld naartoe? Welke aanbieders kregen de poet? En voor wat voor soort zorg?

Jeugdzorg is namelijk nogal een breed begrip. De behandeling van een tiener met anorexia wordt betaald uit dezelfde pot als de hulp aan een dyslectische basisschoolleerling die moet leren lezen. Een gespecialiseerde kinderpsychiater eet uit dezelfde ruif als een selfmade paardencoach die dagbesteding biedt aan getroubleerde kinderen.

Van de 352 gemeenten vulden tot nu toe 33 gemeenten onze Excelsheets volledig in. De overige konden of wilden niet zeggen hoe zij hun jeugdzorgbudgetten verdelen. Een belangrijke oorzaak is dat veel gemeenten geen idee hebben hoeveel geld er naar welke aanbieder gaat en voor welke zorg.

Het peloton adviesbureaus dat in opdracht van de overheid dezelfde vraag onderzocht, stuitte keer op keer op hetzelfde probleem. Elk rapport over de tekorten in de jeugdzorg vermeldt moeizame dataverzameling, gemeenten die niet mee willen doen en data van slechte kwaliteit. De conclusies gaan steevast gepaard met slagen om de arm, maar die halen zelden de media of de publieke debatten.

DOSSIER
Jeugdzorg in het rood
De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis?

Ook het rapport van adviesbureau AEF kent deze tekortkomingen. Dat weerhield de gemeenten er niet van het te gebruiken als stok om het Rijk mee te slaan.

AEF baseert zijn conclusie dat gemeenten structureel 1,7 miljard euro meer aan jeugdzorg uitgeven dan er binnenkomt op een diepte-analyse van data uit tien gemeenten en van negen aanbieders. 144 gemeenten – minder dan de helft van het totaal – vulden alleen een vragenlijst in.

In het frame van de gemeentelijke lobby veranderde dat bedrag alras in 1,7 miljard tekort, daarbij het eigen aandeel in het ontstaan van dat gat negerend.

Terwijl Irene Niessen, partner bij Andersson Elffers Felix en eindverantwoordelijke voor het rapport, toch duidelijk was tegenover Follow the Money: ‘Op basis van ons rapport kan niet worden beweerd dat gemeenten te weinig geld krijgen van het Rijk.’

Het rapport spreekt niet van een hoofdschuldige en al helemaal niet van een miljardencheque. Niessen riep slechts op tot een debat. ‘Het is een maatschappelijk vraagstuk. Waar het op neerkomt: Voor welke problemen willen we als maatschappij betalen, en welke worden mensen zelf geacht op te lossen?’

Maar dat is een kwestie waarover je wethouders niet snel zult horen.

Gemeenten laten kosten zelf uit de hand lopen
Gemeenten zijn ook niet zo vocaal over de rapporten van hun eigen Rekenkamers. De Rekenkamer Metropool Amsterdam concludeerde bijvoorbeeld dat Amsterdam en Zaanstad de kosten voor een groot deel zelf uit de hand lieten lopen.

Een nieuw inkoopstelsel moest de jeugdzorg in Amsterdam 25 miljoen euro goedkoper maken; in plaats daarvan stegen de kosten met 42,8 miljoen. Bij 17 van de 18 grote zorgaanbieders in de hoofdstad steeg de omzet.

Toch beweerde de Amsterdamse wethouder van Financiën Victor Everhardt afgelopen zaterdag in Het Parool dat de uitkomst van de arbitragecommissie ‘het gelijk van gemeenten over het grote tekort in jeugdzorg bewijst’.

Onderzoek van Follow the Money liet zien dat ook in de regio Tilburg de omzetten van vooral kleine aanbieders rap stegen, mede dankzij de veel te hoge tarieven die ze mochten declareren.

Hoeveel winst er gemaakt wordt, weet niemand – jaarrekeningen van eenmanszaken zijn niet openbaar en dus oncontroleerbaar

Sommige jeugdzorgaanbieders boeren zelfs zo goed dat ze sinds de decentralisatie in 2015 meer dan een miljoen euro dividend aan hun aandeelhouders konden uitkeren.

Nog zo’n winnaar van de decentralisatie: de paardencoaches die door het inkoopmodel van 90 procent van de gemeenten (‘open house’) vrije toegang hadden tot de zorggelden. Niet alleen stijgt het aantal bedrijven dat deze vorm van (jeugd)zorg biedt, ook hun omzetten vliegen omhoog, waarbij de winsten tot in de tonnen kunnen oplopen.

Hoeveel winst er precies gemaakt wordt, weet niemand. Zo zijn de jaarrekeningen van de vele eenmanszaken die jeugdhulp bieden niet openbaar en dus oncontroleerbaar.

Tegelijk hebben de instellingen voor de zwaarste vormen van jeugdzorg het juist moeilijk. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) maakt zich ernstig zorgen om de lange wachtlijsten in de jeugd-GGZ en om de staat van de zwaardere jeugdhulp.

Terecht, zo ontdekten wij. Zorgaanbieder Pluryn liet met de sluiting van De Hoenderloo Groep het organisatiebelang prevaleren boven dat van kwetsbare jongeren. En ook de Horizon Groep heeft in haar drift aanbestedingen te winnen, misstanden binnen in haar instellingen in de hand gewerkt.

Vol op het ‘dan maar niet’-orgel
Ondanks de slechte administratie weten wethouders vaak wel precies te vertellen hoeveel geld hun gemeente tekortkomt door jeugdzorg.

Vaak gehoord: dat de zwembaden, de bibliotheken en de groenvoorziening door die tekorten het onderspit zouden delven – zoals Van Zanen ook weer zei bij Buitenhof. De burger kon zijn borst nat maken, de gemeentelijke belastingen zouden omhooggaan.

Bij de meeste gemeenten met tekorten heeft Follow the Money nog weinig hervormingen kunnen ontwaren. Weinig gemeenten scherpen de ingezette koers aan, terwijl zij grotendeels zelf aan zet zijn om te bepalen welke jeugdhulp ze uit de gezamenlijke pot betalen en voor welk tarief. Sterker: veel jaarrekeningen van bonafide zorgaanbieders – niet te verwarren met zorgcowboys – zien er jaar op jaar zonniger uit.

Gemeenten die wel serieus aan de slag zijn gegaan met controles, bijvoorbeeld in Friesland, kunnen miljoenen aan te veel betaalde zorggelden terugvorderen.

Maar nu de gemeenten met deze arbitrage-uitkomst de hand wederom niet in eigen boezem hoeven te steken, komt de rekening uiteindelijk gewoon bij de belastingbetaler terecht.

Het arbitragerapport is vooralsnog niet gepubliceerd, maar zeker is wel dat het maatschappelijk debat over wat precies onder jeugdzorg valt – en hoe het budget wordt verdeeld – nog niet heeft plaatsgevonden.

Aan tafel bij Buitenhof was in ieder geval geen greintje introspectie te bekennen. Afkoersend op het einde van het gesprek ging Van Zanen nogmaals vol op het ‘dan maar niet’-orgel.

Jeugdzorg weer ‘teruggeven’ aan het Rijk is immers hét drukmiddel van gemeenten. Zonder extra geld, besluit Huys, ‘zeggen de gemeenten in Nederland: dan gaan we het [jeugdzorg, red.] terugschuiven naar het Rijk’.

‘Dat sowieso,’ antwoordde Van Zanen. ‘Want dat betekent dat wij niet als krachtige gemeenten kunnen bijdragen aan het herstel van Nederland. Dan doen we het maar niet, want we kunnen het niet financieren.’

Huys: ‘Klip en klaar, zoals altijd. Bedankt, meneer Van Zanen'.
""

Dit is een analyse van team jeugdzorg, dat naast de auteurs bestaat uit Lucien Hordijk, Judith Spanjers, Daan Appels en Tom Claessens.
Door Wietske op
Inderdaad een helder en scherp stuk in de Volkskrant! ik wil er aan toevoegen dat ik binnen de overheden een sterke cultuur zie van “relatie netwerken” , doen wat de baas je zegt voor je eigen carrière, vooral zelf geen verantwoordelijkheid pakken, veel wollig turbo taal en geen selectie van personeel op basis van kwaliteit maar op basis van “ relaties”. Het gedrag van mensen, de kwaliteit van mensen en het aantal mensen is ver onder de maat bij diverse overheidsorganisaties. Nb : ik heb van de VNG jaren niets gehoord en idem van veel burgemeesters en wethouders……. Ze branden hun vingers niet omwille van eigen carrière.
Door Jasper op
Scherpe column hierover van Sheila Sitalsing in de Volkskrant van vandaag.

Meer doen met minder geld’ is quatsch gebleken, ontsproten aan het koortsige brein van mannen met spreadsheets

M ‘Meer doen voor minder geld’: het stond er echt, op pagina 41 van het regeerakkoord van Mark Ruttes tweede kabinet. Het waren de tijden van volle vaart vooruit en van heilig geloof in de zegeningen van ‘activerend beleid’ en van ‘prikkels’, want dat was ‘júíst goed’ voor de zelfredzaamheid van mensen (zelfredzaamheid was een woord dat bestuurders toen zonder ironie uit mond lieten vallen, om de ene zin).

Net zoals het ‘júíst goed’ was voor gemeenten om een grote verzameling verantwoordelijkheden cadeau te krijgen van de Rijksoverheid – de zorg voor langdurig zieken en ouderen, de zorg voor kinderen in de knel, de zorg voor mensen die niet op eigen kracht aan werk kunnen komen – vergezeld van een klein beetje geld. Minder geld dat het Rijk tot dusver had uitgegeven aan diezelfde taken. En daar dan meer mee doen. Simsalabim, vraag niet hoe het kan.

Dat was geen bezuiniging, ook geen stiekeme, werd allerwegen bezworen, maar júíst een teken van vertrouwen in de toverkracht van gemeenten. Want dichtbij, want maatwerk, want juist goed.

En nu moet het kabinet 1,9 miljard euro overmaken naar gemeenten om de nood in de jeugdzorg te lenigen, zo oordeelde vrijdagmiddag een arbitragecommissie die was ingesteld om een wijs besluit te nemen in een hoog­lopende ruzie tussen het Rijk en gemeenten. Want ‘meer doen met minder geld’ is quatsch gebleken, ontsproten aan het koortsige brein van mannen met spreadsheets. Daarnaast, zegt de arbitragecommissie, moet er een gezamenlijke ‘ontwikkelagenda’ komen, met afspraken voor het verbeteren van de jeugdzorg.

De ruzie ging over geld en meer nog over principes: als het Rijk taken aan gemeenten oplegt, moet het Rijk ervoor zorgdragen dat een gemeente die taak ook fatsoenlijk kan uitvoeren. Opdat gemeenten niet hoeven te leuren met hulpbehoevende kinderen, of niet ‘vraag het aan uw netwerk of blijf anders lekker op de begane grond!’ hoeven te zeggen tegen een eenzame bejaarde die al jaren niemand heeft gesproken en thuis de trap niet meer op durft. Opdat ze geen zwembaden, bibliotheken of kinderboerderijen hoeven te sluiten, gewoon omdat het uit de lengte of uit de breedte moet komen.

Afgelopen zondag was Jan van Zanen, burgemeester van Den Haag en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Gemeenten alvast naar Buitenhof afgereisd om vooruitlopend op de uitspraak van de arbitragecommissie te laten horen dat het de gemeenten ernst is. Hij repte van gemeenten die ‘omvallen’, dreigde dat zijn leden op deze manier niet kunnen meehelpen met het bouwen van ­huizen en met allerhande klimaatmaatregelen. Van Zanen gooide het begrip ‘macht en tegenmacht’ er nog in, het nieuwe duizenddingendoekje in Den Haag.

Dat je bij het opdragen van nieuwe taken ook genoeg geld moet meegeven, klinkt logisch in een land waar het geld voor de ondersteuning van goocheme mondkapjesondernemers tegen de plinten klotst, maar dat is het niet. Net zoals het niet logisch is dat een overheid zich uit zichzelf aan haar eigen normen voor de uitstoot van broeikasgassen houdt. Net zoals het niet logisch is dat een overheid zichzelf spontaan corrigeert wanneer ze erachter komt dat ze burgers heeft laten vermorzelen door Belastingdienst.

Het staat dan ook nog niet vast of het kabinet zich het oordeel van de arbitragecommissie zal aantrekken. Demissionair staatssecretaris Blokhuis van de ChristenUnie, verantwoordelijk voor de jeugdzorg, noemde het ‘een zwaarwegend advies’, maar ‘geen dictaat’. Het blijft ver­bazingwekkend hoe dit kabinet omgaat met uitspraken en waarschuwingen van ombudsmannen, rechters en ­arbitragecommissies. Nog een actiepuntje erbij voor de mensen die de ‘nieuwe bestuurscultuur’ gaan vormgeven.

Bron: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/meer-do …

Kan ook hier worden doorgepakt met een parlementaire enquête?