of 64120 LinkedIn

Hete hangijzers genoeg in de jeugdzorg

De hervormingsagenda jeugd moet er eind januari liggen. Over veel onderwerpen, ook zeer (politiek) gevoelige, moet de komende maanden een knoop worden doorgehakt. De reikwijdte van de jeugdzorg is daar een van, evenals de invoering van een eigen bijdrage.

De hervormingsagenda jeugd, die moet leiden tot een kwalitatief en financieel houdbaar jeugdstelsel, moet er eind januari liggen. De eerder gestelde deadline van uiterlijk 1 januari wordt niet gehaald. Over veel onderwerpen, ook zeer (politiek) gevoelige, moet de komende maanden een knoop worden doorgehakt. De reikwijdte van de jeugdzorg is er zo eentje, evenals de invoering van een eigen bijdrage

Onacceptabel

Ook over de toegang tot de jeugdzorg, regionale en/of landelijke inkoop en standaardisering van administratieve en inkoopprocessen moeten afspraken worden gemaakt. Die afspraken moeten vervolgens aan de achterbannen van de ‘vijfhoek’ worden voorgelegd: gemeenten, rijk, aanbieders, professionals en cliëntorganisaties. FNV Jeugdzorg vindt het onacceptabel dat er geen zeshoek van de hervormingstafel is gemaakt, met de vakbonden als zesde partij. Tijdens een ‘tweedaagse’ met de vijfhoek, eerder deze week, zijn hoofddoelen, thema’s en tijdpad vastgesteld om te komen tot een hervormingsagenda.

 

Landelijke tarieven

‘Het is een spannend traject’, stelt VNG-directeur Leonard Geluk. ‘Sommige keuzes die we de komende tijd gaan maken, moet je voor heel Nederland maken. Wij moeten alle gemeenten hierin betrekken en op een aantal onderwerpen zullen we ze ook moeten zien te overtuigen.’ Over de invoering van een eigen bijdrage denken wethouders bijvoorbeeld heel verschillend. Veel gemeenten voelen daarnaast niets voor ‘van bovenaf’ opgelegde inkoopcontracten of landelijk vastgestelde tarieven. Niet alle hete hangijzers zullen in de eerste versie van de hervormingsagenda terugkomen, stelt Geluk. ‘De agenda heeft een uitloop tot 2028.’ Hete aardappelen kunnen dus nog even worden doorgeschoven. Geluk schat bijvoorbeeld in dat een besluit over de eigen bijdrage meer tijd vergt. ‘Daarover gaan we niet ‘even’ een knoop doorhakken. De gevolgen daarvan moet je eerst goed doordenken.’

 

Besparingen

Sinds juni is het angstvallig stil rondom die hervormingsagenda. De arbitragecommissie stelde toen − in zijn uitspraak over het slepende conflict tussen gemeenten en rijk over de tekorten op de jeugdzorg − niet alleen dat het rijk de komende jaren gemeenten flink extra budget voor de jeugdzorg moet geven, te beginnen met 1,6 miljard voor 2022. Ook moeten beide partijen tot een ontwikkelagenda 2022-2028 komen, waarin concrete afspraken moeten worden gemaakt over maatregelen die tot besparingen en betere sturingsmogelijkheden voor gemeenten leiden. ‘Deze Ontwikkelagenda dient uiterlijk op 1 januari 2022 vastgesteld te zijn door VNG en rijk en geeft een concrete tijdsplanning van de ingangsdatum van maatregelen’, stelde de arbitragecommissie in zijn uitspraak.

 

Achterbannen

Die datum wordt niet gehaald, zo is nu duidelijk geworden. Wel moet de agenda er in de eerste maand van volgend jaar liggen, volgens de deze week gemaakte afspraken. Dan gaat die naar alle achterbannen. Eind januari moet iedereen er zijn fiat aan hebben gegeven. De afspraken uit de vastgestelde hervormingsagenda kunnen daarna in concrete acties worden omgezet. Dinsdag en woensdag hebben de vijf ‘hoeken’ vooral procesafspraken gemaakt. Daarnaast is overeenstemming over de twee hoofdoelen en de acht thema’s waarmee werkgroepen, waarin alle vijf de partijen in deelnemen, de komende drie maanden aan de slag gaan.

 

Financiën

Naast reikwijdte (inclusief eigen bijdrage), toegang, inkoop, administratie en regionalisering gaat een werkgroep zich buigen over de kwaliteit en effectiviteit van de jeugdzorg en een ander over data en monitoring. Het vergaren van kennis en het delen van ervaringen is een zevende thema. Weer een andere werkgroep buigt zich over de interbestuurlijke verhoudingen en financiën. Komen tot een stelsel dat (ook financieel) houdbaar is en ‘terug naar de bedoeling’ zijn de twee hoofddoelen. Dat laatste komt er grofweg op neer dat jongeren pas hulp krijgen als zij het probleem niet zelf of met behulp van hun omgeving kunnen aanpakken. Die geboden hulp moet dichtbij het kind en het gezin worden gegeven en kwalitatief goed zijn. Anders gezegd: hoogwaardige jeugdzorg moet beschikbaar blijven voor jongeren die deze hulp het hardst nodig hebben.   

 

Flinke klus

Deze en komende week wordt per werkgroep de exacte vraagstelling geformuleerd en de werkgroepen bemenst. In november en december worden opnieuw tweedaagsen georganiseerd, waar alle werkgroepleden de koppen bij elkaar steken. Telkens daarna buigt een bestuurlijk overleg zich over de resultaten. Ook daarin zijn alle vijf de hoeken vertegenwoordigd. In januari komt het bestuurlijk overleg twee keer bij elkaar om de agenda af te ronden. Daarna wordt het resultaat met de achterbannen besproken. ‘Het is een flinke klus en het wordt hard werken’, aldus Geluk. ' De partijen gaan zich de komende tijd gezamenlijk richten op maatregelen die bijdragen aan verbeteringen', stelt de woordvoerder van staatssecretaris Paul Blokhuis (jeugdzorg). 'Het gaat onder meer om betere en snellere beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp, vermindering van wachttijden, kwalitatief goede jeugdhulp en minder administratieve lasten.' Het ministerie wil op dit moment nog niet verder op de inhoud ingaan. De hervormingsagenda zal begin 2022 vastgesteld worden door een nieuw kabinet, aldus de woordvoerder.

 

Niet vanaf scratch

De werkgroepen hoeven niet vanaf scratch te beginnen. Het afgelopen jaar zijn verschillende ‘richtinggevende’ rapporten verschenen die als inspiratiebron gelden, stelt Geluk. Zo heeft de arbitragecommissie flink wat aanbevelingen gedaan en daarvoor ook de Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet. Dan ligt er ook het Manifest Jeugdsprong (van FNV en Stichting Beroepseer) en een advies van de SER. De adviezen liggen deels mijlenver uiteen en deels dicht bij elkaar. Aanbevelingen variëren van inzetten op preventie, het begrenzen van de jeugdhulplicht voor gemeenten, het invoeren van een eigen bijdrage, het weghalen van specialistische jeugdzorg bij gemeenten en de invoering van een landelijk standaardtarief voor specialistische jeugdzorg. Dit is slechts een kleine greep uit de aanbevelingen en ideeën.      

 

Langzamer dan gehoopt

Naast rijk en de VNG zitten aanbieders, professionals en cliëntorganisaties aan de hervormingstafel. De drie laatsten willen niet veel kwijt over de tweedaagse. Jeugdzorg Nederland (JZN) vindt het positief dat er echt met vijf partijen wordt gepraat, en dat niet alleen de VNG en het rijk het voor het zeggen hebben. ‘Het gaat langzamer dan gehoopt, maar het belangrijkste is dat het zorgvuldig gebeurt’, aldus de woordvoerder van JZN. Ook Vera Naber, vertegenwoordiger van de Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd en zelf voorzitter sectie Jeugd bij het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), vindt het positief dat het echt als gezamenlijk project wordt opgepakt. ‘Het gaat om grote opgaven en iedereen voelt een grote verantwoordelijkheid. Daarin hebben we de afgelopen dagen stappen gezet. Het is veel over de inhoud gegaan.’ Ieder(in) stelt dat de tweedaagse ‘constructief en hoopvol’ was. ‘We hebben het idee dat we goed in beeld zijn’, aldus een woordvoeder van Ieder(in). ‘De komende tijd moet uitwijzen of dit voldoende gaat opleveren.’ 

 

Zijlijn

Bestuurder FNV Jeugdzorg, Maaike van der Aa, vindt het ‘onacceptabel’ dat de FNV niet aan de hervormingstafel zit. Begin september heeft ze bij zowel staatssecretaris Blokhuis als VNG-directeur Geluk voor de tweede keer aangedrongen om de FNV alsnog een volwaardige positie in het bestuurlijk overleg van de hervormingstafel te geven. Tevergeefs. ‘Maar je kunt ons niet degraderen tot een groepje in de zijlijn’, vindt Van der Aa. ‘De arbeidsmarkt is het grootste probleem in de jeugdzorg; wij hebben de expertise in huis.' Daarnaast betekenen hervormingen altijd veranderingen voor de professionals. ‘Dat vraagt om goede randvoorwaarden voor werknemers; anders gaan ze lopen.’ Dat kan de sector, waar al lang sprake is van grote personele tekorten, zich niet veroorloven.'

 

Absurd

Het is bovendien absurd, stelt Van der Aa, dat het manifest voor een betere jeugdzorg (de Jeugdsprong) – dat FNV samen met de Stichting Beroepseer heeft opgesteld en waaraan onder andere jeugdzorgwerkers, werkgevers, wethouders, ouders, jongeren en leerkrachten hebben meegewerkt – wel bij de hervormingsplannen worden betrekken, maar dat de initiatiefnemers en opstellers van het advies er verder niet bij worden betrokken. ‘We zijn de enige partij die alle kennis en achtergronden uit het advies kan duiden.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.