of 60195 LinkedIn

AMvB leidt tot toename financiële druk gemeenten

De AMvB reële prijs Wmo 2015 zorgt voor hogere Wmo-kosten bij gemeenten. Dat blijkt uit het eindrapport ‘Evaluatie AMvB reële prijs Wmo 2015’ dat in opdracht van het ministerie van VWS is uitgevoerd door Berenschot.

Gemeenten en aanbieders praten nog te weinig over de kwaliteit van ondersteuning en vernieuwing van arrangementen. Het gesprek gaat vooral over tarieven en kostprijselementen van Wmo-voorzieningen. Er is nog veel wantrouwen tussen gemeenten en aanbieders. De AMvB reële prijs Wmo 2015 zorgt voor hogere Wmo-kosten bij gemeenten.

Verplicht

Dat blijkt uit het eindrapport ‘Evaluatie AMvB reële prijs Wmo 2015’. De Algemene Maatregel van Bestuur is sinds juni 2017 van kracht. Door de AMvB gaan gemeenten bij het vaststellen van kostprijsonderdelen en tarieven tegenwoordig vrijwel standaard in overleg met aanbieders. Het gaat daarbij om de inkoop van alle Wmo-maatwerkvoorzieningen. Algemene voorzieningen zijn niet in het door Berenschot uitgevoerde onderzoek meegenomen, dat in opdracht van het ministerie van VWS is uitgevoerd. Bij veertien procent van de contracten is de AMvB niet toegepast, terwijl gemeenten daartoe wel verplicht waren. Een meerderheid van die gemeenten geeft daarbij aan reële tarieven te betalen en toepassing van de AMvB overbodig te vinden.

 

Twistpunten

Toepassing van de AMvB kost gemeenten en aanbieders veel tijd en geld, zo blijkt uit het onderzoek. Er zijn meer en vaker discussies over de hoogte van kostprijselementen en er worden vaker externe bureaus ingehuurd om kostprijsonderzoe­ken uit te voeren. ‘(Tijds)investeringen die volgens ons ten koste gaan van de aandacht voor kwaliteit bij de inkoop en monitoring’, aldus Berenschot. ‘De AMvB heeft ertoe geleid dat de aandacht in gesprekken met aanbieders voor tariefbepaling is toegenomen ten koste van het gesprek over de kwaliteit van het aanbod.’ Veel twistpunten gaan over een redelijk overheadpercentage en de kosten van beroepskrachten.

 

Financiële druk

Door de AMvB zijn de tarieven voor de zwaardere vorm van hulp bij het huishouden (‘HH2’) en begeleiding gestegen. Hierdoor, en door de stijgende kosten van het inkoopproces, zijn de Wmo-uitgaven in gemeenten opgelopen. Bij bijna negen op de tien gemeenten (88 procent) die de AMvB hebben toegepast, is de financiële druk toegenomen. Gemeenten bieden aanbieders niet standaard compensatie aan voor tussentijdse kostprijsontwikkelingen. Indexatie is echter wel een van de kostprijselementen die in de AMvB is vastgelegd.

 

Rekenmodel

Gemeenten en aanbieders zouden minder tijd moeten besteden aan het vaststellen van de kostprijs om zo tot reële tarieven te komen, stelt Berenschot. Dan kan meer tijd worden gestoken in de kwaliteit van de dienstverlening en de monitoring daarvan. Tijdwinst kan worden behaald door voor meer Wmo-zorgvormen een rekenmodel te laten ontwikkelen door landelijke partijen die gemeenten gratis kunnen gebruiken. Die is er nu onder meer voor de huishoudelijke hulp. Omdat veel kostprijselementen landelijk nauwelijks verschillen, zouden deze landelijk moeten worden doorgevoerd. Dat scheelt gemeenten en aanbieders veel tijd en geld.

 

Boekenonderzoek

Het vertrouwen tussen gemeenten en aanbieders moet worden vergroot. Het rijk moet gemeenten meer controlemogelijkheden geven op de kosteninformatie die aanbieders aanleveren. Gemeenten zouden bijvoorbeeld boekenonderzoek moeten kunnen doen.

 

Spagaat

De AMvB zorgt voor een aantal knelpunten die (nog) niet kunnen worden opgelost, geven gemeenten aan. De toegenomen financiële druk wordt als grootste knelpunt ervaren. Een aantal gemeenten heeft aangegeven zich in een ‘spagaat te bevinden tussen het betalen van reële tarieven en het bewaken van grote overschrijdingen op het Wmo-budget’, aldus Berenschot. Berenschot adviseert de VNG met het rijk om tafel te gaan, nu bijna negen op de tien gemeenten aangeven dat de AMvB tot hogere Wmo-kosten leidt.

 

Opplussen kostprijselementen

Driekwart van de gemeenten stelt dat door de AMvB aanbieders niet worden uitgedaagd de eigen bedrijfsvoering te optimaliseren. Bij veel gemeenten is er onduidelijkheid over de manier waarop cao-wijzigingen moeten worden doorgevoerd. Veel gemeenten hebben het gevoel dat aanbieders hun kostprijselementen ‘opplussen’ om betere tarieven te krijgen. Ook de discussie over de hoogte van de kostprijselementen ervaren gemeenten als knelpunt.

     

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.