of 59345 LinkedIn

Kosten parkeerbeleid zo’n 300 euro per vergunning

Het parkeerbeleid in Nederland kost jaarlijks ongeveer 300 euro per parkeervergunning. Dat concludeert Jesper de Groote, onderzoeker aan de Vrije Universiteit, op basis van zijn onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van het parkeerbeleid.

Het parkeerbeleid in Nederland kost jaarlijks ongeveer 300 euro per parkeervergunning. Dat concludeert Jesper de Groote, onderzoeker aan de Vrije Universiteit, op basis van zijn onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van het parkeerbeleid.

Onder marktwaarde

Het bevoordelen van bewoners in stadscentra door ze een gereduceerd tarief te bieden voor vergunningen heeft een nadelige uitwerking. Op veel plekken in Nederland kunnen bewoners (bijna) gratis parkeren en in stadscentra waar betaald parkeren is ingevoerd kunnen bewoners vergunningen krijgen voor een bedrag onder de marktwaarde. Dit zorgt ervoor dat meer mensen parkeren, omdat ze eerder een auto zullen bezitten, waardoor er extra parkeerplekken moeten komen. En parkeerruimte in de stad is duur (vooral in garages), wat de kosten weer opdrijft.

 

Subsidiëring

Omdat de parkeervergunningen goedkoper dan de marktwaarde worden aangeboden, is er in feite sprake van subsidiëring, schrijft De Groote. In Amsterdam kan dat bedrag oplopen tot zo’n 3000 euro, ‘wat de aanwezigheid kan verklaren van lange wachtlijsten voor deze vergunning in het stadscentrum.’

 

Nadelig voor bezoekers

De uitgifte van parkeervergunningen aan bewoners in de buurt van winkelcentra pakt nadelig uit voor bezoekers. Zowel bewoners als winkelende bezoekers gebruiken de parkeerplaatsen, maar ze betalen verschillende prijzen. Dit zorgt voor een toename van de vraag naar parkeerruimte en dat drijft de prijs op. Conclusie: de prijzen gaan omhoog wanneer er meer parkeerruimte komt. De bezoekers betalen zo’n 80 tot 90 procent van die kosten.

 

(Te) goedkoop

Gratis parkeren brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee, schrijft De Groote in de samenvatting. ‘De invoering van betaald parkeren in veel steden heeft deze kosten sterk verminderd, maar niet helemaal, omdat bewoners een beroep kunnen doen op parkeervergunningen, waardoor ze alsnog (te) goedkoop kunnen parkeren.’ De onderzoeker schat de maatschappelijke kosten op ongeveer 300 euro per jaar.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jos Brouwer (Senior Beleidsmedewerker) op
De maatschappelijke kosten van parkeren bedragen vermoedelijk een veelvoud van de hier beschreven kosten. Vooral in de centra is de ruimte schaars en is ruimte voor b.v. groen of lopen van veel meer maatschappelijke waarde (o.a. uit oogpunt van gezondheid en klimaatadaptatie). Die ruimte voor groen en lopen draagt ook sterk bij aan de verblijfskwaliteit en de vastgoedwaarde, zo laten MKBA's hiernaar zien. Met een platte financiële rekensom of marktbenadering mis je al deze aspecten.
Door Spijker (n.v.t..) op
De (oorspronkelijke) gedachte achter het verstrekken van parkeervergunningen op en langs de openbare weg is om overbelasting van parkerende auto's in de centra te voorkomen/te regelen. Het maken van winst behoeft in dat geval helemaal niet de insteek te zijn.
Als gemeenten via parkeerbeleid inkomsten willen genereren behoren zij alle burgers en bezoekers op dezelfde manier te belasten.
Uiteraard is het parkeren in parkeergarages een ander verhaal.
Door Maria (Raadslid) op
Wat een vreemde redenering. Deze onderzoeker gaat uit van de winsten die gemaakt worden op parkeerplaatsen voor bezoekers van een staat of dorp. Uitgangspunt moet zijn dat inwoners bij hun huis de mogelijkheid hebben om een auto te hebben. Niet iedereen werkt in de buurt van OV en sommigen moeten materiaal meenemen voor hun werk. Het bezit van een auto is een normaal gegeven in deze tijd. Van bezoekers mag gevraagd worden om parkeergeld te betalen, vooral in steden die veel bezocht worden. Inwoners en bezoekers kan en mag je niet hetzelfde behandelen.
Door Marc op
Het is oud nieuws dat parkeervergunningen "onder de kostprijs" verkocht worden. Die boodschap heeft de heer De Groote al vaker verkondigd. Overigens hangt het ook af van de wijze van kostprijsberekening af. Welke kosten worden er wel of niet toegerekend? Ook dat is tot bepaalde hoogte een subjectieve keuze. Zo zijn er berekeningen waar parkeervergunningen juist boven de kostprijs, met "winst" verkocht worden.
Wat jammer is, is dat de wetenschapper De Groote er een politiek oordeel over velt met nogal een beperkte argumentatie, namelijk op basis van gelijkheid tussen burgers. In de politiek bestuurlijke praktijk zijn er veel meer argumenten voor en tegen "gesubsidieerde" vergunningen . Gelukkig voeren de meeste gemeenten dan ook een veel genuanceerder beleid met bredere argumentatie om tot een parkeerbeleid te komen dat aansluit op de lokale behoefte. Wetenschap en politiek vermengen is vaak een ongelukkige combinatie; dat blijkt maar weer eens.