of 59345 LinkedIn

Rolstoelen en invalidenparkeerkaarten

Zo’n 40 jaar geleden werkte ik bij een voorloper van het UWV. Toen waren er ook al invaliden - nu: mensen met een beperking - die iets nodig hadden voor hun vervoer, destijds een rolstoel. Voor hun aanvraag doorliepen ze een papierwinkel van formulieren en medische verklaringen. En ze werden ook nog een live gekeurd. Want oh, als eens iemand ten onrechte een rolstoel zou krijgen.

Toen dat eens werd onderzocht, bleek dat 99,9 procent terecht een rolstoel aanvroeg en kreeg. Men besloot, heel wijs, om de aanvraagprocedure af te schaffen. Geen gezeik, iedereen rolstoelrijk. Tja, wie vraagt er nou een rolstoel aan voor de lol? En die 0,01 procent die het wel voor de lol aanvroeg, viel in het niet bij de kosten en uren die de artsen, administrateurs en controleurs kwijt waren. Laat staan de frustratie van de aanvragers.

 

Heden is het met parkeerkaarten voor invaliden nét andersom: iedereen vraagt bij wijze spreken ‘voor de lol’ zo’n kaart aan bij de gemeente, immers een begeerd object. Gemeente, pas op! Er zijn zelfs drie (sic!) gemeentelijke diensten betrokken bij zo’n aanvraag.

 

De ombudsman kreeg te maken met Jos die zo’n parkeerkaart had aangevraagd. De website van de gemeente vermeldde dat je geen parkeerkaart krijgt als je kunt lopen, maar de wet stelt, aldus de gemeente dat er ook sociale gronden zijn voor toekenning, bijvoorbeeld om je werk te kunnen blijven doen. Dit is de zogeheten ‘hardheidsclausule.’ Jos kon weliswaar nog lopen, maar zijn werk was te ver weg om lopend te bereiken. De keuringsarts wees zijn aanvraag af. Hij kon nog lopen.

Jos doorloopt (ha!) bezwaarprocedure, hoorzitting, bellen, e-mailen, aan loket staan, zienswijze inspreken in een commissie, ingebrekestelling wegens overschrijding antwoordtermijn - Jos weet de weg goed in procedureland.

Nada.

 

Oordeel van de arts is ‘koning’. Verder dan diens medische neus keek de gemeente niet, ook niet bij haar heroverwegingen. Dus aanvragen - anders dan dat je niet kunt lopen - worden afgewezen? Zet dat dan op je website, vindt Jos. Zo wek je toch valse verwachtingen? Dat had hem en de gemeente veel ellende en kosten gescheeld. Wie hij ook spreekt, e-mailt of belt, niemand geeft sjoege, niemand is verantwoordelijk. Hij dient klachten in, weer nada.

 

De Ombudsman ziet het aan. De kern van Jos’ klacht is dat de gemeente onvolledig is op haar website, dat de keuringsarts de ruimte krijgt om de regels heel eng te interpreteren en dat de gemeente daar geheel op vaart. Zijn doel: aanpassing van de tekst op de website, zodat mensen niet nodeloos iets aanvragen, wat ze toch nooit krijgen. 

 

De Ombudsman lost het probleem op, maar - zoals Theo Maassen zegt - oplossingen zijn het probleem niet.

 

Doordenkertje!

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.