of 63966 LinkedIn

'Nederlandse gemeenten moeten proactiever zijn in Brussel'

Diederik Samsom
Diederik Samsom

Voor gemeenten en andere decentrale overheden is voldoende te halen in Brussel. Vooral kennisdeling, samenwerking met partners en natuurlijk Europese subsidiemogelijkheden. Maar Nederlandse decentrale overheden laten zich er minder zien dan die van andere EU-lidstaten. Dat zeiden Diederik Samsom, de kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans, en directeur-generaal Gert Jan Koopman van het directoraat generaal Budget van de Europese Commissie tijdens een drukbezocht onlinecongres van Binnenlands Bestuur en Vindsubsidies.

Herstelplan

Samsom wees erop dat de Nederlandse regering zelf ook niet echt een goed voorbeeld geeft door almaar geen herstelplan in te leveren, waarop de provincies met smart wachten. ‘26 lidstaten hebben een plan ingediend en een niet, en dat is Nederland’, zei Samsom. De huidige Nederlandse regering vindt een herstelplan waarmee het 5,6 miljard kan ophalen in Brussel een zaak voor de nieuwe regering. Nu de formatie muurvast zit, zei minister Hoekstra van Financiën onlangs in de Tweede Kamer wel dat hij in oktober naar een plan wil kijken, mocht er dan nog steeds geen nieuwe regering zijn. Samsom wees er ook op dat er voor decentrale overheden genoeg is te halen aan beleidsinspiratie en aan financiële steun voor bijvoorbeeld samenwerking op het gebied van natuurbehoud en klimaatadaptatie.

 

Samenwerking

Toch heeft het weinig zin om als gemeente op eigen houtje Brussel te verkennen, zo zei Gert-Jan Koopman van het directoraat-generaal Budget van de Europese Commissie. Het best kun je in Nederland beginnen om aansluiting te zoeken bij nationale netwerken, meent Koopman. Dat kan bijvoorbeeld via de VNG, de nationale beheersautoriteiten van programma's, en bijvoorbeeld Nederlandse leden van het Comité van de Regio´s, het EU-adviesorgaan van lokale en regionale overheden. In Nederland moet dat succes opleveren, aldus Koopman, want ons land heeft al een lange traditie van polderen en zaken samen oplossen. Bovendien heeft samen optrekken ook een binnenlands voordeel. Nederland krijgt redelijk bescheiden bijdrages uit Brussel, zegt hij, en door samen plannen te maken zorg je dat je de spoeling niet te dun maakt en de lasten van het project, zoals de verantwoording, samen kunt delen. Gemeenten kunnen volgens Koopman ook Europese samenwerkingspartners over de grens zoeken, zeker in grensregio´s. Maastricht en Aken liggen immers dichter bij elkaar dan Maastricht en Amsterdam. Andere concrete voorbeelden die hij noemde zijn Eindhoven en Lissabon. Die hebben obligaties uitgegeven gericht op het financieren van sociale maatregelen.

 

Ontploft

Delegatieleider Ellen Nauta, van de Nederlandse delegatie in het Comité van de Regio´s, waar twaalf vaste leden en twaalf schaduwleden in zitten, allen bestuurders van Nederlandse gemeenten en provincies, sloot zich daar volledig bij aan. Zij zei dat de Nederlandse bestuurders in het CvdR altijd geraadpleegd kunnen worden, net zoals zijzelf. Tijdens het congres gebeurde dat al in de groepschat: de 500 onlineparticipanten deelden daar ideeën en inzichten. De chat ontplofte bijna, zei presentator Carolien Boekhoven. 'Dat duidt op een enorme informatiebehoefte. Het is goed om te zien dat ambtenaren en bestuurders nu al met elkaar optrekken. Precies zoals Koopman en Nauta het schetsten, Waar Brussel op hamert dat gebeurde tijdens het online event volop.'

 

Mondjesmaat

Tegelijk laten Nederlandse gemeenten zich maar mondjesmaat zien in Brussel, en dat vindt PvdA-Europarlementariër Vera Tax erg jammer. De EU krijgt in Nederland niet de aandacht die zij verdient, meent zij. Ze ziet in vergelijking met andere lidstaten maar een paar Nederlandse journalisten in het EP. Bij overheden is het niet anders. Ze ziet veel provincies uit het noorden, zoals Friesland en Drenthe en de regio Arnhem-Nijmegen. 'Maar waar zijn al die anderen?', zegt ze.

 

Haakjes

Europarlementariërs kunnen ook een belangrijke rol spelen voor gemeenten, bijvoorbeeld via partijlijnen. Tom Berendsen (CDA): ‘Wij delen als Europees Parlement geen subsidies uit, maar wij stellen wel de kaders vast. Daarin proberen we natuurlijk haakjes te plaatsen, zodat daar goede ideeën uit Nederlandse regio’s en gemeenten aan opgehangen kunnen worden.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door John op
W. van den Bosch misschien moet je je eerst even laten informeren. Er zijn veel Europese kennisnetwerken waar gemeenten, ook uit Nederland, actief in deelnemen. Dat is geen kennis uit Brussel, maar wel waardevolle kennis van gemeenten elders in Europa. Dat subsidies alleen symbolisch zijn is ook onzin. Alleen al de provincie Utrecht heeft van 2014 tot 2020 € 724 miljoen ontvangen aan subsidies en fondsen. Waar zijn je uitspraken op gebaseerd?
Door W. van den Bosch op
Is dit artikel bedoeld als grap?
Voor gemeenten en andere decentrale overheden is vrijwel niets te halen in Brussel. Kennisdeling? Zit er werkelijk één gemeente te wachten op 'kennis' uit Brussel? Samenwerking met partners? Samenwerking als doel op zich? En natuurlijk Europese subsidiemogelijkheden. Daar wil ik nog wel even bij stil staan.
Die subsidiemogelijkheden zijn er nauwelijks. Vandaag heeft het Europese Fopparlement tussen het invullen van alle declaraties door ingestemd met het nieuwe Cohesiepakket van 243 miljard euro. Nederland heeft daaruit 886 miljoen toegewezen gekregen, omgerekend 0,36%. Een symbolische kruimel, slechts bedoeld om te kunnen volhouden dat óók Nederland geld krijgt uit Brussel. De meeste gemeenten zullen hebben begrepen dat deze subsidiemogelijkheden vooral van symbolische aard zijn.

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners