of 63372 LinkedIn

Zorgen regio’s onvoldoende erkend door ‘Den Haag’

Den Haag’ heeft te weinig aandacht voor de zorgen en noden van de regio’s. Er wordt binnen de departementen te verkokerd gewerkt en bij rijksambtenaren ontbreekt het aan voldoende inhoudelijke gebiedskennis. Dit frustreert de interbestuurlijke samenwerking tussen rijk, gemeenten, provincies en waterschappen, concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).

'Den Haag’ heeft te weinig oog en oor voor de zorgen en noden van de regio’s, zeker voor de regio’s die verder van de Randstad liggen. Er wordt binnen de departementen te verkokerd gewerkt en bij rijksambtenaren ontbreekt het aan voldoende inhoudelijke gebiedskennis. Dit frustreert de interbestuurlijke samenwerking tussen rijk, gemeenten, provincies en waterschappen.

Knelpunten

Het zijn stevige conclusies die de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in zijn vandaag verschenen kritische rapport ‘Rol nemen, ruimte geven’ trekt. Daarin heeft de Raad op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken gekeken naar de interbestuurlijke samenwerking tussen rijksoverheid en de decentrale overheden. Het kabinet predikt als ‘één overheid’ de grote maatschappelijke opgaven op te (willen) pakken, maar in de praktijk zijn er drie grote knelpunten waardoor die interbestuurlijke samenwerking niet goed van de grond komt. ‘Tussen de droom van het rijk als gelijkwaardige partner en de daad staan veel wetten en praktische bezwaren in de weg’, concludeert de ROB. Het nieuw te vormen kabinet moet die knelpunten aanpakken.

 

Investeer in regio’s

‘Het rijk is teveel met zichzelf bezig. Departementen zijn druk bezig met het bedienen van bewindspersonen en de Kamer; Haagse zaken zetten de toon. Door alle aandacht die de departementen aan en op die Haagse vierkante kilometer besteden, verdwijnt de relatie met de decentrale overheden soms uit beeld’, stelt Caspar van den Berg, raadslid van de ROB en hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in een toelichting op het rapport. Dat moet anders. ‘Een nieuw kabinet moet ervoor zorgen dat er minder focus op ‘Den Haag’ komt, en meer focus op de decentrale overheden. Den Haag moet investeren in zijn relatie met de regio’s: in geld, in kennis en in intrinsieke belangstelling voor de regio.’

 

Belangstelling ontbreekt

Een van de drie grootste knelpunten is dat het aan die intrinsieke belangstelling ontbreekt. ‘Een veel gehoorde klacht vanuit de decentrale overheden is dat er niet goed wordt geluisterd naar specifieke problemen van een regio’, aldus Van den Berg. Bij het rijk is bovendien onvoldoende inhoudelijke kennis over de problemen in de verschillende regio’s. Proberen in Den Haag aan tafel te komen om specifieke regionale problemen toe te lichten, valt niet mee. ‘Voor een wethouder van de G4 is het daarnaast makkelijker om een afspraak te maken met een staatssecretaris dan voor een gedeputeerde uit een provincie ‘ver weg’ van Den Haag’, aldus Van den Berg.

 

Verkokering

Verkokering binnen departementen is een tweede groot knelpunt, zo constateert de ROB. ‘Regio’s worden op het hart gedrukt integrale plannen te maken, maar het rijk kan daar vervolgens vaak zelf niet integraal mee uit de voeten’, stelt Van den Berg. In City Deals of Regionale Energiestrategieën (RES) moeten regio’s opgaven en oplossingen geïntegreerd aanpakken. Maar in Den Haag wil men die plannen weer in stukjes knippen. ‘Voor de decentrale overheden is het rijk dan een veelkoppig monster. Regio’s voelen zich van het ene naar het andere ‘loket’ (departement, red) gestuurd om een antwoord of een akkoord te krijgen op verschillende onderdelen van dat integrale plan. Dat levert bij gemeenten en provincies veel frustratie op’, ziet Van den Berg. ‘De verkokerde werkwijze van de verschillende departementen is meer dan ooit een probleem van hoge urgentie’, schrijft de Raad in zijn rapport. ‘De schotten tussen de departementen zijn een onoverkomelijke hindernis om effectief en effici­ënt integraal en gebiedsgericht te werken.’

 

Verwachtingen

Een derde knelpunt is dat wederzijdse verwachtingen vooraf niet duidelijk worden uitgesproken. Wie stopt er hoeveel geld in, wat is de gedeelde ambitie, wie pakt welke rol op; dit alles wordt vaak niet geëxpliciteerd. Ook dat moet anders, vindt de Raad. Vooraf moet onder meer de wijze van democratische aansturing en verantwoording worden vastgelegd evenals afspraken over wie verantwoordelijkheid is voor de uitvoering. Ook de beleidsambitie van het rijk en het budget dat beschikbaar is, moet vooraf worden vastgelegd. Alleen als daar in onderling overleg overeenstemming over wordt bereikt, kan van een gelijkwaardig partnerschap sprake zijn.

 

Sleutel

Onder ambtenaren van decentrale overheden en rijksambtenaren is veel consensus over veel knelpunten, zo blijkt uit een vragenlijst die de ROB voor zijn onderzoek onder zowel rijksambtenaren als ambtenaren van provincies en gemeenten had uitgezet. Daaraan hebben 1.400 ambtenaren meegedaan. ‘Zo zeggen zowel ambtenaren van gemeenten en provincies als rijksambtenaren dat de kennis bij rijksambtenaren tekortschiet. Dat is veelzeggend. Hier ligt een deel van de sleutel voor een oplossing’, stelt Van den Berg.

 

Te assertief

Daarnaast had hij verwacht dat ambtenaren van decentrale overheden een tekortschietend budget als belangrijkste knelpunt zouden ervaren en dat rijksambtenaren hun collega’s van de decentrale overheden te assertief zouden vinden. De knelpunten worden echter elders gevoeld. Ambtenaren van de decentrale overheden voelen zich vooral niet serieus genomen en vinden dat het rijk teveel stuurt. Rijksambtenaren stellen dat er te veel ruimte wordt gelaten om eigen, in plaats van gezamenlijke doelen na te streven. Maar over drie punten zijn alle ambtenaren het roerend eens. De ‘Haagse’ kennis over wat er decentraal speelt, moet beter, evenals de afstemming tussen de rijksdepartementen. Ook moet er meer menskracht worden vrijgemaakt om de interbestuurlijke samenwerking goed te laten verlopen.

 

Ontwerp

Met de focus die het kabinet Rutte III op de regio geeft gelegd, is niets mis, stelt de ROB. ‘Dat is voor een deel ook waargemaakt met de Regio Deals en de RES’sen’, aldus Van den Berg. ‘De komende tijd moet goed woerden nagedacht over het ontwerp van die samenwerking. Probeer te leren van de knelpunten die gedeeld worden door alle betrokkenen. Een belangrijke opdracht voor een nieuw kabinet is om in de relatie met de decentrale overheden te investeren.’

 

Nieuw regeerakkoord

Interbestuurlijke samenwerking verdient volgens de ROB een prominente plek in het nieuwe regeerakkoord. ‘Het nieuwe kabinet dient zijn inzet in de samen­werking met de decentrale overheden te expliciteren en daarbij aan te geven hoe het interbestuurlijk, regionaal en gebiedsbericht werken verder gaat inbedden in de organisatie van de rijksdienst’, aldus de ROB in zijn advies. Over grote opgaven waarover Nederland zich gesteld ziet en waarvoor alle bestuurslagen moeten samenwerken, moet in het nieuwe regeerakkoord een apart hoofdstuk worden opgenomen ‘waarin stevige afspraken staan over de wijze van interbestuurlijke samenwerking en uitvoering.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners