of 59250 LinkedIn

Politiek eerder aan zet bij ambtelijke fusie

Er wordt vaak te snel na de start van een ambtelijke fusie geëvalueerd. Ook wordt te veel hooi op de vork genomen; naast integratie van het ambtelijke apparaat wordt vaak ook een nieuwe organisatievorm geïntroduceerd. De dienstverlening aan de samenleving verbetert niet aantoonbaar. Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek dat Bureau Berenschot in opdracht van de provincies Zuid-Holland en Gelderland heeft uitgevoerd

Bij ambtelijke fusies wordt te weinig rekening gehouden met frictiekosten. Ook moet vanuit de politiek krachtiger worden ingezet op harmonisatie van beleid en moeten fuserende gemeenten hun autonomie durven opgeven.

Er wordt vaak te snel na de start geëvalueerd. Ook wordt te veel hooi op de vork genomen; naast integratie van het ambtelijke apparaat wordt vaak ook een nieuwe organisatievorm geïntroduceerd. De dienstverlening aan de samenleving verbetert niet aantoonbaar.

Afwegingen

Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek dat Bureau Berenschot in opdracht van de provincies Zuid-Holland en Gelderland heeft uitgevoerd. Berenschot heeft de effecten, kansen en risico’s van ambtelijke fusies in kaart gebracht. De provincies gaan het onderzoek gebruiken bij hun gesprekken met gemeenten over de versterking van hun bestuurskracht. ‘Als provincie hebben we een rol om de bestuurskracht van gemeenten en de provincie op orde te houden’, verduidelijkt de Zuid-Hollandse gedeputeerde Jeannette Baljeu (bestuur) het door de provincies geïnitieerde onderzoek. ‘Wij hopen dat gemeenten hiermee een kader hebben om afwegingen te kunnen maken over het al dan niet aangaan van een ambtelijke fusie, te kiezen voor herindeling of voor een centrumgemeente-constructie. ’

Complex

‘Bezint eer ge begint’ zou evengoed de titel van het rapport kunnen zijn. Of, zoals Baljeu het rapport in een ‘abc-tje’ samenvat: een ambtelijke fusie moet bestuurlijke aandacht en een bestuurlijke visie hebben vanwege de complexiteit. ‘Vaak beginnen ambtelijke fusies met een organisatorische oriëntatie. Gemeenten willen minder kosten, minder kwetsbaarheid of meer kwaliteit en de politiek hobbelt daar achteraan. De politiek denkt dat het meer een organisatorische dan een politiek-bestuurlijke kwestie is, maar dat is het niet. Juist om die schaalvoordelen te halen, moet je ook inhoudelijk samenwerken’, voegt Philip van Veller van Bureau Berenschot daaraan toe. ‘Hoe meer gemeenten standaardiseren en harmoniseren, hoe meer efficiency kan worden behaald.’

Minimumvariant
Belangrijk is ook consensus over de ‘stip op de horizon’. Vooral grote gemeenten zien een ambtelijke fusie als een ‘minimumvariant’; als opmaat naar een herindeling. Andere hechten juist aan de zelfstandigheid en vinden een ambtelijke fusie al ver genoeg gaan. ‘De kleinere partner ziet het vaak als ticket tot zelfstandigheid. Als er verschillend over het eindbeeld wordt gedacht en als gemeenten daarin niet open zijn, versterkt dit vaak de bestuurlijke en politieke onenigheid’, waarschuwt Van Veller.

Tijd en moeite

Zeker als na een, te vroege, evaluatie blijkt dat de ingeboekte kostenbesparing (nog) niet is gerealiseerd en de dienstverlening (nog) niet aantoonbaar is verbeterd. Van Veller stelt dat een evaluatie na minimaal drie tot vier jaar verstandiger is. ‘Na twee jaar kun je nog niet beoordelen of een ambtelijke fusie geslaagd is. De implementatie van een ambtelijke fusie kost veel tijd en moeite.’ Belangrijk is dan ook om de meerwaarde van een ambtelijke fusie vooraf goed te definiëren. ‘Het gesprek aan de voorkant moet beter worden gevoerd’, benadrukt Baljeu.

Regionale oriëntatie

Samen sterker in de regio is vaak een van de argumenten bij gemeenten die ambtelijk willen fuseren. Als de regionale oriëntatie niet dezelfde is, is het niet verstandig om de stap naar een ambtelijke fusie te zetten. ‘Je moet niet met de ruggen naar elkaar toe staan’, benadrukt Van Veller. Dat was volgens hem wel het geval in Montfoort-IJsselstein. ‘Stel dat je beleidsmedewerker sociaal domein bent en je moet twee wethouders ondersteunen en de een zit in een hele andere regio dan de ander, dan zie je nooit de synergie terug.’ De regionale slagkracht kan wel worden vergroot als er sprake is van gemeenschappelijke regionale oriëntatie en bereidheid tot bestuurlijk-strategische afstemming.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jannie op
Jarenlang was ik onderdeel van een ambtelijke fusie op het gebied van ICT. Wat ik heb gezien is dat de kosten zeker niet dalen, als het beleid en de processen niet eenduidig worden gemaakt bij alle betrokken gemeenten. Dan ben je feitelijk gewoon meerdere verschillende omgevingen aan het beheren. Er valt niets in elkaar te schuiven of eenduidig te beheren, want iedere betrokken gemeente doet het weer anders, wil de inrichting anders, kent andere processen en een ander beleid. De besparing is daardoor minimaal (sterker nog: de kosten lopen gewoon op, zoals ze ook voor een enkele gemeente zouden oplopen). Het enige voordeel is dat het afbreukrisico wordt verkleind. Grootste probleem om zaken op één lijn te krijgen, zijn vaak de besturen die allemaal de werkwijze van hun gemeente het belangrijkste en het beste vinden en zelfs in de backoffice hun couleur locale willen behouden. Zelfs als ze vooraf hebben besloten integraal, eenduidig en homogeen te willen werken, maar gedurende het traject dat feitelijk toch niet te doen. Heel lastig en frustrerend op die manier. Terwijl het zoveel beter kan... En laten we nou eerlijk zijn: verschillen gemeenten nou echt zoveel van elkaar in de taken die zij hebben te vervullen? De wetgeving en richtlijnen zijn voor alle gemeenten hetzelfde...