of 59854 LinkedIn

Het lastige pad na corona

Na de intelligente lockdown vanwege corona is de wederopbouw van Nederland begonnen. De landelijke regie maakt plaats voor een op maat gesneden, regionale aanpak. Geerten Boogaard en Martijn van der Steen blikken in een essay vooruit.

Na de intelligente lockdown vanwege corona is de wederopbouw van Nederland begonnen.

De landelijke regie maakt plaats voor een op maat gesneden, regionale aanpak. Geerten Boogaard en Martijn van der Steen blikken in een essay vooruit.

Veel druk

De nasleep van corona zet ongetwijfeld veel druk op colleges van B&W. Problemen stapelen zich op, financiële middelen zijn nog meer beperkt dan ze al waren en de ambtelijke organisaties werken nog steeds onder de beperkingen van corona. En dat geldt ook voor het bestuur en de gemeenteraden zelf. Dat alles is een ‘perfect storm’ voor instabiliteit van de lokale democratie, precies op het moment waarop gemeenten dat het minst goed kunnen hebben.

Grote vraagstukken
En dat gebeurt in een periode waarin de maatschappelijke gevolgen van corona om gericht en doordacht lokaal beleid vragen, maar waarin er ook zonder corona al grote vraagstukken op het bordje van gemeenten lagen. De energietransitie raast door en gaat een belangrijke fase in. Veel gemeenten worstelen met het invullen van – en op peil houden van – het sociaal domein. Er komen met de invoering van de Omgevingswet veel nieuwe ontwikkelingen in het ruimtelijke domein aan. Er is in zo goed als alle gemeenten een acuut probleem op de woningmarkt. In veel gemeenten is er sprake van fragmentatie van culturele en politieke stromingen, die rondom kwesties van identiteit oplaaien.


Gevallen colleges
Onze verwachting is dus dat gevormde coalities onder druk zullen komen te staan en we in de laatste periode nog heel veel ‘gevallen’ colleges van B&W en ‘herformaties’ zullen gaan zien. Zeker nu ook nieuwe gemeenteraadsverkiezingen langzaam dichterbij komen zal de zucht naar politieke profilering toenemen. Dat is enerzijds van groot belang, want er staan ook grote politieke verdelingsvragen op de agenda; anderzijds is het precies wat lokale gemeenschappen niet kunnen gebruiken, omdat voor de aanpak van veel van de problemen vooral bestuurlijke daadkracht nodig is, in plaats van politieke verdeeldheid.


Verdeling
Het omgaan met de nog onbekende en deels onvoorstelbare gevolgen van de coronacrisis gaat bij uitstek over verdeling. Waar geven we de middelen die er nog zijn aan uit? Wie draagt de lasten van middelen die tijdens de crisis zijn uitgegeven, bestemd of ‘verdampt’. Hoe vindt de verdeling van winst en verlies plaats? Dat zijn politieke vragen die vooral binnen de democratische instituties zouden moeten worden besproken. Maar we zien juist dat deze kwesties de democratische instituties op de proef stellen en grote ongelijkheden daarbinnen blootleggen.


Hard geraakt
Een andere zorgwekkende ontwikkeling is dat de crisis weliswaar op korte termijn een groot aantal maatschappelijke initiatieven heeft aangewakkerd, maar dat de benodigde randvoorwaarden voor een sterke en veerkrachtige ‘civil society’ door de coronacrisis ernstig zijn geschaad. Verenigingen, buurthuizen, sociaal ondernemingen zijn hard geraakt. Ze zijn vaak afhankelijk van een kleine stroom inkomsten uit huuropbrengsten, catering, bar-omzet en opbrengsten uit kleinschalige evenementen. Nu die kleine financiële geldstromen als basis zijn weggevallen, zullen vele initiatieven uiteindelijk zelf ook verdwijnen. En daarmee verliezen gemeenschappen een belangrijke bron van maatschappelijke veerkracht, waar het afgelopen decennium ook vanuit het overheidsbeleid zelf toch juist sterk op is ingezet.

Concurrentie
Interessant is ook dat er een concurrentie lijkt te ontstaan tussen regionale en functionele samenwerkingsverbanden. Corona heeft gezorgd voor nieuwe richting in de bundeling van krachten en in de strategische afwegingen die partijen daarin maken. Onder druk van corona zijn sectoren meer in zichzelf gekeerd geraakt en hebben ze vooral geïnvesteerd in het ‘als sector’ met één mond naar buiten treden, om de lobbykracht naar de meestal centraal georganiseerde macht te vergroten.

Revival
Ze spelen de hoofdrol bij het afspreken van ‘sectorbrede protocollen’, die niet alleen nuttig zijn tegen corona, maar die ook nodig zijn voor de branche om van het centrale niveau toestemming te krijgen om weer open te gaan. Brancheorganisaties en belangenorganisaties maken een revival door, omdat zij in staat zijn om het centraal georganiseerde crisisbestuur van een enkelvoudige stem ‘namens het veld’ te voorzien; ze kunnen via de klassieke polderlijnen lobbyen voor financiële steun en ruime mogelijkheden voor openstelling.


Poldercrisis
De coronacrisis is in dat opzicht ook een klassieke poldercrisis. Regionale samenwerkingsverbanden staan er wat passief bij. Hiermee verplaatst de ‘verplaatste politiek’ voor een deel terug naar een traditionele plek: naar functionele lijnen van een centrale overheid met koepelorganisaties, brancheverenigingen en belangenvertegenwoordigers. Daarmee is politiek nog steeds ‘verplaatst’, maar wel naar andere fora en gremia. 


Uit de lockdown
Een interessante kwestie is hoe het proces van daadwerkelijk ‘uit de lockdown’ komen verder zal verlopen. Langzaam maar zeker zal de dominante van de centraal (nationaal) geregisseerde crisisorganisatie afnemen en verplaatsen verantwoordelijkheden en bevoegdheden weer meer naar het lokale niveau. Daarmee ontstaat ook weer de mogelijkheid tot variëteit. Dat past enerzijds goed bij het beeld van Nederland als decentrale eenheidsstaat, maar anderzijds roept het ook precies ook alle problemen van dat beeld op.

Weekmarkt
Het betekent dat gemeente X weer gewoon de weekmarkt toestaat en dat aangrenzende gemeente Y dat niet doet. In het ene winkelcentrum in gemeente A is het eenrichtingsverkeer voor voetgangers met BOA’s die boetes uitdelen, terwijl gemeente B het allemaal ‘aan de mensen zelf laat’. Ondertussen heeft gemeente C met lokale winkeliers afspraken gemaakt over hoe gemeente en ondernemers samen optrekken.


Free-riders
Variëteit biedt de mogelijkheid tot maatwerk, maar betekent ook verschil en ongelijkheid. Dat roept al snel discussie op. En het heeft in het geval van een in potentie dodelijk virus ook altijd bovenlokale gevolgen; gemeenten die zichzelf een ‘streng’ regime opleggen zullen soepeler gemeenten als ‘free-riders’ bestempelen en om interventie vragen. Desnoods van het landelijke niveau. Hoe gaat dat proces er in de praktijk uitzien? Wat zijn daarvoor de spelregels? En hoe zijn de rollen belegd? In de acute crisis was dat relatief helder; in het grijze waarin we nu verkeren en nog lange tijd blijven is dat alles veel minder duidelijk.

 

Lees het hele essay deze week in BB13 (inlog). Het stuk is ook opgenomen in de bundel 'Het openbaar bestuur voorbij corona' van de Raad voor het openbaar bestuur en is met andere wetenschappelijke onderzoeken en artikelen over de aanpak en de gevolgen van de coronacrisis terug te vinden op de website https://coronapapers.nl

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Keijzer op
Om nou van een intelligente lockdown te spreken...het was wel zo bedoeld, maar de extreme gevolgen zijn voor groot deel terug te voeren op het gebrek aan beschermmiddelen van meet af aan en op teveel plekken: regel=regel. Dat heeft in zorgcentra vooral snoeihard voor bewoners en familie uitgepakt. Je zag dat ook bij handhaving waar keurig mensen buiten op afstand een gebakje aten en 4 x 400 Euro boete kregen van een overijverige BOA en duidelijk niet geschikt voor die job.

Wel heb ik versteld gestaan van de passieve houding in instellingen. Rubber huishoudhandschoenen zijn nooit uitverkocht geweest. Dunne plastic vakantie regenponcho's lang voorradig. Mensen moesten toch thuis blijven. Vuilniszakken konden ook verknipt worden als schorten. Met katoenen theedoeken of luiers had men voor nood mond en neus bescherming kunnen toepassen, tot er een naaiatelier wasbare mond/neus bescherming kon naaien. Er zullen wel zorgcentra zijn geweest die creatief genoeg waren, maar in mijn omgeving niets van gemerkt. Logische dingen als ventileren en hygiëne, mag je daar so wie so verwachten. Buikgriep etc. breekt immers ook uit op gezette tijden.

Wat betreft verschillen per gemeente in het bovenstaande stuk: dat zien we o.a. ook bij de bijzondere bijstand. In een klein landje zie je artikel 1 van de grondwet daarover ook niet toegepast. Dat omzeilt men met allerlei mits-wetten.

Protesten mogen wel, want dat valt niet onder manifestatie. Dat gerommel met begrippen zagen we in Den Haag t.o.v. virus-waanzin.
Protesten zijn m.i. ook manifestaties, maar bij noodwetten moet de vrijheid van protest verabsoluteerd worden blijkbaar en valt weer niet onder manifestaties. Een en ander hangt dan blijkbaar ook af waarbij sympathie ligt.

Wat ontbrak/ontbreekt is een soort mediator waar individuen een beroep op doen, of groep, een variant van rijdende rechter, die toetst op redelijkheid en billijkheid binnen een bepaalde situatie en diens beslissing ook gerespecteerd dient te worden. Burgers moeten advocaat zelf betalen en instellingen hebben het geld om juristen in te huren en hebben een veel langere financiële adem daarvoor. Met name in een crisis als dit heb je speciale rechters terplekke nodig, maar eigenlijk ook daarbuiten. Systemen zijn te stroperig en bureaucratisch. Het leed bij een van de ouders en aan die kant ook grootouders, is daar een van de vele gevolgen van bij een scheiding en een kind vervreemd wordt van een van de ouders en grootouders aan die kant.