of 59854 LinkedIn

Gemeentelijke lobby lang niet altijd op orde

Voor gemeenten staat het belang van een goede lobby buiten kijf. Veel gemeenten worstelen echter met het kiezen van lobbyspeerpunten en het leggen van contacten met landelijke politici. Dat blijkt uit onderzoek onder gemeenten door EPPA.

De tekorten op het sociaal domein, de herijking van het gemeentefonds, de compensatie van de corona-maatregelen en naderende Tweede Kamerverkiezingen. Onderwerpen en momenten genoeg voor gemeenten om via een stevige lobby in ‘Den Haag’ meer geld of invloed te krijgen. Veel gemeenten worstelen echter met het kiezen van lobbyspeerpunten en het leggen van contacten met landelijke politici. Ook het intern beleggen van de lobby verloopt regelmatig moeizaam.

Belangrijk

Dat blijkt uit onderzoek onder 34 kleine, middelgrote en grote gemeenten verspreid over Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd door EPPA, het in Den Haag gevestigde adviesbureau voor public affairs en strategische communicatie. Het belang van een lobby staat buiten kijf, zo blijkt uit het onderzoek. 85 procent van de gemeenten geeft aan lobby belangrijk tot zeer belangrijk te vinden.

 

Top drie

In de top drie van gemeentelijke lobby-onderwerpen richting ‘Den Haag’ staan energie en duurzaamheid (20 procent), wonen en ruimtelijke ordening en infrastructuur (beiden 16,5 procent) en het sociaal domein (12,9 procent). De lobby richting Brussel is in het onderzoek buiten beschouwing gelaten.

 

Politieke situaties

Hoewel het gros van de gemeente grote waard hecht aan de lobby, missen bijna zes op de tien gemeenten concrete speerpunten voor de lobby volgens het SMART-principe: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Een aantal gemeenten stelt dat vaak actuele zaken en politieke situaties leidend zijn, waardoor het maken van SMART lobbydoelen ‘onmogelijk of onhandig is’, aldus het onderzoek.

 

Te weinig contact

Er is te weinig tijd voor contact met landelijke politici, stelt 62 procent van de aan het onderzoek deelnemende gemeenten. De hoofdverantwoordelijken voor public affairs besteden gemiddeld een tiende van hun tijd (11 procent) aan contacten met landelijke politici. De partijlijnen van bestuurders worden te weinig benut, concludeert EPPA op basis van het onderzoek. Op de belangrijkste lobby-onderwerpen moeten wethouders hun partijlijn richting het Binnenhof beter benutten, adviseert het adviesbureau. Een minderheid van de deelnemende gemeenten (44 procent) had op het moment van het onderzoek (1 tot 19 mei) contact opgenomen met de programmacommissies voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021.

 

Veel tijd besteden de public affairs medewerkers aan contacten met andere gemeenten en samenwerkingsverbanden (31 procent), interne advisering (27 procent) en contacten met rijksambtenaren (16 procent).  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.