of 64621 LinkedIn

Gemeente trekt de beurs niet voor de woonwagen

Gemeenten zijn verplicht om plek te maken voor nieuwe woonwagens, maar in de afgelopen 20 jaar kwam er geen standplaats bij. Gaat het mis bij de kosten en procedures, of speelt er meer? ‘We horen er nog steeds niet bij.’

Gemeenten zijn verplicht om plek te maken voor nieuwe woonwagens, maar in de afgelopen 20 jaar kwam er geen standplaats bij. Gaat het mis bij de kosten en procedures, of speelt er meer? ‘We horen er nog steeds niet bij.’

Steggelen

De bewoners van een klein woon­wagenkamp in het Zuid-Hollandse Waddinxveen steggelen al 25 jaar met de gemeente en de woningcorporatie. Volgens de familie die in de wagens woont, weigert de gemeente nieuwe plaatsen aan het kampje toe te voegen, om zo meer plek te bieden voor familieleden. En aan de woonwagens wordt door de corporatie, waarvan ze huren, geen onderhoud uitgevoerd. Wat de ergernis nog groter maakt: de gemeente heeft de vrije plekken op het kamp zelfs vol gelegd met betonnen rioolbuizen, om te voorkomen dat de plaatsen worden ingenomen door caravans. De bewoners zijn het zat. Ze hebben gemeente en corporatie inmiddels voor de rechter gedaagd. Niet alleen in Waddinxveen borrelt het. In Kampen, Eindhoven en Wijk bij Duurstede protesteerden woonwagen­bewoners de afgelopen twee maanden ook tegen het gebrek aan nieuwe standplaatsen. Als gemeenten al een standplaatsenbeleid hebben, dan draaien de ambtelijke molens traag.

 

Uitsterfbeleid

Gemeenten zijn volgens het landelijk Beleidskader woonwagen- en standplaatsenbeleid uit 2018 verplicht om ruimte te bieden aan de cultuur van woonwagenbewoners. Ze moeten zorgen voor voldoende plaatsen om in de behoefte te voorzien. Dat betekent een draai van 180 graden ten opzichte van, pakweg, tien jaar geleden. Veel gemeenten voerden toen nog een uitsterfbeleid. Vaak werden plekken voor woonwagens juist verwijderd. Maar volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens was dat beleid in strijd met de rechten van woonwagenbewoners, Roma en Sinti, en het recht op een eigen cultuur. Die uitspraak leidde tot nieuw landelijk beleid: Om te beginnen moesten gemeenten gaan inventariseren hoeveel standplaatsen er nu eigenlijk zijn, en hoeveel er extra bij moeten komen. 

Onderzoeksbureau Companen inventariseerde de huidige standplaatsen van alle gemeenten: naar schatting tussen de 9.000 en 10.000. Om aan de vraag te voldoen, moeten er nog zeker 3.000 bij.  In mei van dit jaar geeft minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) toe dat het nog niet erg opschiet. In de eerste twee jaar na invoering van de nieuwe beleidslijn is er ondanks een beschikbare subsidiepot van 50 miljoen euro nog geen enkele plek bijgekomen.

 

Altijd wat

‘Er wordt altijd wel iets door gemeenten op gevonden’, zegt Piet van Assendorp, voorzitter van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland, en zelf woonwagenbewoner. ‘Criminaliteit, de buurt wil het niet, het is te duur. Dat zijn de excuses die we altijd horen. Voor veel bewoners is dit de zoveelste teleurstelling. Veel mensen hadden na de uitspraak van het Europese Hof goede hoop dat ze nu eindelijk serieus zouden worden genomen. Maar er gebeurt niets. Voor ons bevestigt dat alleen maar dat de gedachte: we horen er nog steeds niet bij.’

 

Argwaan

Het vroegere beleid heeft de argwaan van woonwagenbewoners tegen de plaatselijke overheden alleen maar groter gemaakt. ‘Maar laten we eerlijk zijn, de relatie tussen mensen in woonwagens en het lokale gezag was sinds het ontstaan van de eerste groepen reizigers aan het eind van de negentiende eeuw al niet goed. Wij hebben altijd het gevoel gehad dat we als woon­wagenbewoners op elkaar zijn aangewezen. Daarom zijn de familiebanden in onze cultuur ook zo sterk. We willen bij elkaar op het kamp blijven wonen. Bij gebrek aan nieuwe plaatsen wonen jonge gezinnen soms dan maar in het schuurtje achter de woonwagen, waar de wasmachine staat.’

 

Familie

Tijdens het uitsterfbeleid van de afgelopen jaren zijn woonwagenbewoners verhuisd naar reguliere woningen. Maar volgens Van Assendorp wachten ook die mensen gewoon op een plek voor een woonwagen. ‘Ze willen allemaal terug naar het kamp, 100 procent. Sterker nog, ook al wonen ze inmiddels ergens anders, ze komen nog steeds iedere dag naar de plek waar de familie woont.’

Dat het onderwerp bij veel gemeenten niet hoog op de agenda staat, blijkt volgens Van Assendorp uit de respons van gemeenten op het onderzoek van Companen. ‘Veel gemeenten hadden nog niet eens geteld hoeveel plekken ze eigenlijk hebben, of hebben helemaal niet meegewerkt aan het onderzoek. Ik geloof best dat minister Ollongren ons wil helpen, maar ze mag wat strenger zijn voor die gemeenten. Het is duidelijk wat er nu moet gebeuren. Daarvoor moet alles uit de kast worden gehaald.’

 

Betonblokken

Volgens Van Assendorp kunnen gemeenten direct beginnen met het maken van plaatsen. ‘Er worden overal duizenden nieuwe woningen gebouwd, maar het maken van een paar nieuwe standplaatsen is te moeilijk? Haal om te beginnen eerst die betonblokken en rioolbuizen eens weg van plaatsen waar eerder woonwagens hebben gestaan. In tientallen gemeenten zijn die neergelegd tot grote ergernis van de bewoners. Met die betonblokken laat je als gemeente zien dat je woonwagenbewoners niet serieus neemt.’

 

Serieus

Toch is er een aantal gemeenten waar het uitbreiden van standplaatsen wel hoog op de agenda staat. In Arnhem heeft het stadsbestuur het standplaatsenbeleid serieus aangepakt. Al voordat het rijk met het nieuwe beleidskader kwam, zegt wethouder Ronald Paping (wonen, GroenLinks). ‘We hebben een onderzoek gedaan waaruit bleek dat er zo’n honderd plekken in de gemeente nodig zijn. Daarna hebben we met de huurdersorganisatie van woonwagenbewoners een plan van aanpak gemaakt. Vorig jaar zijn we gaan onderzoeken op welke plekken mogelijkheden voor uitbreiding waren en waar nieuwe locaties konden komen. In Arnhem hebben we geen groot woonwagenkamp meer, maar zijn de woonwagens verdeeld over zo’n vijftien kleine kampen. Omdat we zagen dat het bouwen van nieuwe plaatsen niet in één keer ging lukken, hebben we een onderverdeling gemaakt in standplaatsen die we nu zo snel mogelijk willen realiseren, en plaatsen waarbij wat meer tijd nodig is. Op twee pilotlocaties willen we op korte termijn gaan beginnen met zo’n negen plekken. Op de middellange termijn moeten daar nog zo’n twaalf plekken bijkomen.’

 

Weerstand

Uitbreiding van het aantal woonwagens is geen makkelijke klus, weet Paping. ‘Je moet een plek vinden. Op sommige plaatsen is er ook weerstand van omwonenden. We zijn er als college voor om met die kritiek en eventuele procedures om te gaan, maar eigenlijk valt het in Arnhem met de tegengeluiden enorm mee. Wat het neerzetten van nieuwe woonwagens op nieuwe plekken vooral moeilijk maakt zijn de hoge kosten. De bouw van een woonwagen is voor een woningcorporatie relatief duur en ze worden veel sneller afgeschreven dan een stenen woning. Bovendien is het grond­gebruik groter: voor een standaard woning is een kavel nodig van 120 vierkante meter. Een woonwagen vraagt al snel om 200. Al met al is dat een forse onrendabele top.’

 

Lees het volledige verhaal in Binnenlands Bestuur nr. 22

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Is wel zo op
Hoe minder hoe beter.
Door Petra op
Oude discussie. Oplossing is oneerlijk t.o.v. andere inwoners.

Tijd voor nieuw beleid?
Door Winfreq op
De kosten bji een herinrichting van een kamp bedroeg zo'n 10 jaar geleden zo'n 10x meer dan een 'normale' wijk van dezelfde grootte. Toch betalen zij minder OZB.
Door amb ten Aar (ambtenaar) op
Geen verstand van verder.. maar er wordt gesproken over een woningcorporatie en gemeenten die dit zou moeten regelen. Terecht zit een woningcorporatie dan met relatief hoge kosten en grondgebruik. Als woonwagenbewoners dit graag willen, kunnen ze toch zelf een perceelgrond kopen/pachten (uiteraard met de juiste woonbestemming) en daar hun woonwagens op realiseren. Dat hoeft de gemeente en corporaties dan toch geen geld te kosten
Door Gezinus op
Het pamperen van de woonwagenbewoners kent geen grenzen. In mijn dorpje kregen de kampers de mogelijkheid om naar een ‘vaste’ woning te verhuizen: vrijstaand, met 400 m3 tuin, voor 300 (!) euro per maand. De helft bleef toch zitten want...de woonwagen (eigendom gemeente) was 0 euro huur!
Door Bimie Janssen (Ambtenaar) op
Gemeenten zitten al decennia met woonwagenkampjes in hun maag. Even leek het opgelost toen de wet die dit moest regelen simpelweg werd ingetrokken. Weg juridische legitimatie / plicht. Maar nu het "cultuurgoed" is dat we moeten respecteren ligt het probleem er weer. Buiten de woonwagenbewoners zelf wil niemand ze. De bedachte "buren" zien de schrikbeelden van de bekende vrijstaatjes voor zich. En inderdaad het zijn niet allemaal Frans Bauers, maar zolang we niet de moed hebben om te zeggen dat het geen cultuurgoed is, zullen we er mee moeten dealen. Het gebrek aan voortvarendheid is volkomen begrijpelijk, want dit dossier kent alleen verliezers.