of 59244 LinkedIn

Beste bestuurder Wobine Buijs: ‘Soms voel je je teveel’

Het optreden van burgemeester Wobine Buijs na het spoorwegdrama maakte diepe indruk op haar mede-bestuurders en op de stemmers voor de beste lokale bestuurder.

Het optreden van burgemeester Wobine Buijs na het spoorwegdrama maakte diepe indruk op haar mede-bestuurders en op de stemmers voor de beste lokale bestuurder. Niet omdat ze het gezicht van het verdriet van Oss was, maar omdat ze de Ossenaren de kans gaf het verdriet zelf te verwerken.

Donderdag 20 september rijdt een Stint in Oss onder de gesloten spoorbomen door. Vier kinderen komen om het leven. De kinderjuffrouw en een meisje raken zwaargewond. Oss en Nederland weten zich geen raad. De telefoon gaat bij burgemeester Buijs. ‘Ik was aan het werk en had in eerste instantie een technische reactie. Van wie is dit? De school, het kinderdagverblijf? Die mensen moeten aan de slag. Opeens dacht ik: oh, dit is zó groot. Toen kwam het pas echt binnen’, zegt ze.

Cursus
Verdriet en emotie zijn één en een burgemeester kan en mag geen robot zijn, zegt Wobine Buijs, maar aan een treurende burgemeester heeft Oss niets. ‘Toen ik het hele verhaal tot mij heb had laten doordringen, moest ik snel de stap maken van duiding naar concrete actie. In die zin hebben de cursussen die je volgt bij het Genootschap van Burgemeesters echt zin; ze bieden je handvatten. Dat je zegt: ik roep nu de mensen om de tafel. Wie dan? Wat is nodig? Welke processen starten we op? Je maakt een inschatting en je geeft er je eigen kleur aan, maar je bent ook getraind. Het leed kan ik als burgemeester niet ongedaan maken, maar wat nú moet gebeuren is dat de ouders die in de auto zitten zo snel mogelijk weten of het hun kind is of niet. Verder kun je niets doen.’

In de weg lopen
Buijs haast zich niet onmiddellijk naar de spoorweg-overgang, wat toch een heel begrijpelijke reactie zou zijn geweest. ‘Dat hebben ze me afgeleerd’, zegt ze. ‘Daar heb ik geen functie; ik loop alleen maar in de weg. Ik had ook niet de neiging om dat te doen. Je moet je impulsen beheersen en je moet weten waar je wel en waar je vooral niet van bent. Sommige processen worden vanzelf opgestart, daar moet je je niet mee bemoeien. Mijn taak is om ervoor te zorgen dat het proces hier loopt en dat ik de goede adviseurs aan tafel heb. Je moet de juiste mensen in staat stellen om snel de juiste dingen te doen. Ik heb een rol voor de ouders en voor de hulpverleners, maar daar richt ik mij op als de zaken in eigen huis zijn georganiseerd.’

Troost bieden
Buijs houdt na het spoorwegdrama rekening met drie groepen: ‘De families en scholen en anderen die direct getroffen zijn. Dan de hulpverleners, ooggetuigen en andere Ossenaren. En vervolgens de rest van Nederland, die zich verschrikkelijk heeft gevoeld bij het ongeluk’, zegt Buijs. ‘Mijn verantwoordelijk lag bij de middengroep, en daarna volgde de verbinding met het grote en vooral het kleine – de getroffen families. We hebben meteen met bevolkingszorg plekken in de buurt geopend waar mensen zich konden verzamelen en waar hulpverleners en mensen van slachtofferhulp waren. De ouders werden ontvangen in een buurthuis. De hele buurt ontfermt zich over je. Dan is het goed om een plek te hebben waar dat kan. Daar ben ik naartoe gegaan. Een vader zat daar met wat mensen; zijn vrouw werd nog gehaald. Een ander echtpaar had geen behoefte aan mij. Dat merk je meteen. Dan is het ook goed. Soms voel je je te veel op zo’n moment, maar dan blijkt dat iemand heel graag over zijn overleden kind praat en ook foto’s laat zien. Bij een echtpaar ben ik thuis geweest; een ander echtpaar had daar geen behoefte aan.’

Oss zat namelijk niet op te wachten rouw van vreemden. Buijs: ‘Ik ga er niet over of mensen behoefte hebben om hun verdriet op een bepaalde manier te uiten, maar ik wist wel dat Oss geen troost kon bieden aan verdrietige mensen in het land.’

Stille tocht
Zo kwam er ook geen stille tocht. Buijs: ‘De families zaten daar niet op te wachten. De familie wil de mijnheer of mevrouw ontmoeten die hun kind op die spoorwegovergang heeft vastgehouden. Dat telt. Zo’n enorme rouwbeweging neemt het verdriet van de familie over. Een tante stuurde een zwaargewond nichtje in het ziekenhuis een kaart, maar die kwam niet aan, want er waren vijfhonderd kaarten. De directbetrokkenen komen niet meer toe aan de gewone rouwverwerking. Nederland stort zich er massaal op. Ken je de film The Lion King? Daarin zegt de een tegen de ander: ‘Stampede in the gorge; Simba’s down there!’ Dat is wat er gebeurt. Er is veel behoefte om te rennen, maar misschien kunnen we even een pad afsluiten zonder te zeggen dat mensen niet mogen rennen.’

Lees het volledige interview in Binnenlands Bestuur nr. 2 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.