Advertentie
carrière / Nieuws

Beoordelingsperiode mag niet te kort zijn

Ook na het verbeterplan werd het functioneren van een ambtenaar uit Losser als onvoldoende beoordeeld. Toch had dat geen directe consequenties voor haar. Waarom moest het beoordelingsbesluit van tafel?

22 maart 2019
in-de-clinch-redblok.jpg

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Het zag er niet goed uit voor Tessa Leitens*, sinds 1984 ambtenaar bij de gemeente Losser. Toegegeven, ze levert voldoende werk af en haar mondelinge uitdrukkingsvaardigheid is prima. Maar voor de onderdelen kennis en ervaring, zelfstandigheid, de kwaliteit van het werk, schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, contactuele vaardigheid en werkhouding scoort ze een onvoldoende. Totale beoordeling, opgemaakt op 17 december 2015: een 5.

Daar gaat wat aan vooraf. Het is eind 2014 wanneer Leitens na een gesprek met haar afdelingshoofd Werk en Inkomen te horen krijgt dat er ‘ontwikkelpunten’ zijn ten aanzien van haar functioneren. Twee maanden later meldt ze zich ziek, voor vijf maanden. Op 30 september 2015 krijgt ze een mail van het afdelingshoofd: ze wordt verzocht een verbeterplan te maken over het takenpakket en wat zij daarbij nodig heeft om haar functie naar behoren te kunnen uitvoeren. Als ze daarop later wordt beoordeeld, scoort ze die onvoldoende. Leitens vecht dat aan. Uiteindelijk toetst de Centrale Raad van Beroep of de voorschriften over de beoordeling wel goed zijn nageleefd.

In de Regeling personeelsbeoordeling staat dat een beoordeling geschiedt door de direct leidinggevende (als eerste beoordelaar) en de naast hogere leidinggevende, als tweede beoordelaar. In overleg met de beoordeelde, de direct leidinggevende en de naast hogere leidinggevende kan – op initiatief van de naast hogere leidinggevende – een informant worden aangewezen. Die treedt dan in de plaats van de tweede beoordelaar, indien deze onvoldoende zicht heeft op het functioneren van de beoordeelde.

Tot zover de regels, nu de praktijk. Die regels zijn niet nageleefd, betoogt Leitens, reden dat zij de beoordeling aanvecht. De naast hogere leidinggevende is de gemeentesecretaris, maar hij is niet opgetreden als tweede beoordelaar. De teamleider is opgetreden als informant, maar dat was niet op initiatief van de gemeensecretaris en niet in overleg met Leitens. En omdat het college in strijd met de Regeling heeft gehandeld, moet de beoordeling van tafel. Ook vindt Leitens dat met haar zeker had moeten worden overlegd over de aanwijzing van de teamleider als informant. Met deze teamleider bestond een ‘moeizame communicatie’, aldus Leitens. Het overleg met Leitens had gewoon moeten plaatsvinden, vindt ook de Raad in zijn uitspraak van 7 februari 2019, precies zoals de regels voorschrijven.

Verder vindt Leitens dat de beoordelingsperiode te kort is geweest. Haar verbeterplan is op 15 oktober 2015 met het afdelingshoofd besproken, op 5 november voor de tweede keer. Het beoordelingsgesprek vond plaats op 17 december 2015. De Raad vindt dat ze tot het gesprek van 5 november 2015 niet kon weten dat de beoordelingsperiode (al) was begonnen. Zelfs als die medio oktober 2015 is gestart, dan is die periode voor een zorgvuldige beoordeling te kort. Ze zat immers na haar ziekmelding (februari 2015) in een re-integratietraject dat samen viel met het verbetertraject. Zij vond dat verwarrend, de Raad ook. De Raad herroept het beoordelingsbesluit en merkt ten overvloede op dat voor een eventueel oordeel over het functioneren van Leitens geen beroep kan worden gedaan op de passages in de vernietigde beoordeling. De proceskosten die ze heeft gemaakt in bezwaar, beroep en hoger beroep, ruim 3.000 euro, moet de gemeente haar terugbetalen.

* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:CRVB:2019:539

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie