of 59925 LinkedIn

Één op elke tien banen verdwijnt

Nieuwe technologieën zullen het werk voor de gemeenteambtenaar ingrijpend veranderen. Hoe bereid je als gemeente je personeel daarop voor? Een nieuwe studie van A&O fonds Gemeenten brengt de danger zones in kaart.

Nieuwe technologieën zullen het werk voor de gemeenteambtenaar ingrijpend veranderen. Hoe bereid je als gemeente je personeel daarop voor? Een nieuwe studie van A&O fonds Gemeenten brengt de danger zones in kaart.

Nieuwe technologie vraagt nieuw personeelsbeleid

‘Afwachten.’ Het bondige antwoord van Renz Davits op de vraag wat gemeenten in elk geval niet moeten doen? De programmamanager van A&O fonds Gemeenten heeft net met verschillende anderen een studie afgerond naar de gevolgen van nieuwe technologieën. De vraag over wat dan wél te doen blijft moeilijk te beantwoorden. Het is lastig in te schatten hoe technologische innovaties het werk binnen gemeenten gaan veranderen. Zo ontwikkelde data-analyse zich snel, maar laat de echte impact van blockchain op zich wachten. Maar dat het werk gaat veranderen, daar is weinig twijfel over. Terwijl de technologie voortschrijdt en gemeenten zich bezinnen over wat er moet gebeuren, is er wel iets anders wat zij kunnen doen: medewerkers helpen zich voor te bereiden op de toekomstige aard van hun werk.

Het werk waar de klappen gaan vallen, wordt in de studie de danger zone genoemd. Op de x-as staat de mate van routine, op de y-as de mate van sociale interactie. Linksonder staan de banen waarvoor de komende jaren een ‘volledige overname van werk’ verwacht wordt door kunstmatige intelligentie (KI) en robots: administratief medewerker, servicedesk, frontoffice publiekszaken, DIV-medewerker, parkeercontroleur, baliemedewerker. ‘Inmiddels zien we al dat routinematig en repeterend werk in gemeenten verdwijnt bij functies van afdelingen Burgerzaken’, valt te lezen in de studie, die zich vooral op dit domein richtte.

Het is een bekende, sombere boodschap, maar er zit een positieve kant aan: ‘Het werk wordt verrijkt en de kwaliteit van de arbeid neemt toe doordat het dull, dumb en dirty werk afneemt.’ Er komt meer ruimte voor ‘enerzijds interactie, verbinding, empathie en compassie, en anderzijds voor creativiteit, strategieontwikkeling en conceptueel denken’.

Boeiender
De positieve kant wil A&O fonds met de publicatie benadrukken, benadrukt Davits: ‘Voor de grote meerderheid van gemeentemedewerkers wordt het werk naar verwachting boeiender. Ik denk dat de robotangst overdreven is geweest. Er gaat werk verdwijnen, maar uit onderzoek blijkt dat dat ongeveer 10 procent van het personeel is.’

En in plaats daarvan komt er nieuw werk. De financiële administratie, het domein waar A&O fonds zich nu op gaat richten, staat volgens Davits aan de vooravond van deze ontwikkeling. ‘We weten al een tijd dat daar door e-facturering, e-voicetechnologie en daily auditing het werkproces enorm gaat veranderen. Data-invoer en het handmatig afhandelen van facturen verdwijnt, maar in plaats daarvan komt werk waar veel meer data-analyse en communicatieve vaardigheden voor nodig zijn.’ De verschuiving van werk betekent wel dat medewerkers nieuwe vaardigheden zullen moeten leren, zowel technische als sociale. ‘Het vraagt om adoptie, adaptatie en verandervermogen.’

Maar de wil om aan te passen en de realisatie dat dat nodig is willen nogal eens ontbreken, bij gemeente én ambtenaar. ‘Je merkt in de organisatie dat niet iedereen zich bewust is van de veranderingen die op komst zijn, dat functies gaan veranderen’, zegt Carolien Vogt, projectassistente sociaal domein bij de gemeente Breda. Ze merkte het toen ze uit nieuwsgierigheid meedeed aan het traject ‘Bouwen aan je inzetbaarheid’ dat binnen haar gemeente werd opgezet. ‘Er werd heel duidelijk benadrukt dat je zelf aan het stuur zit. Je kunt dus niet meer achterover hangen en wachten tot je leidinggevende een duwtje geeft. Je moet zelf de boer op.’

Met ‘Bouwen aan je inzetbaarheid’ probeert Breda deelnemers bewust te maken van aankomende veranderingen door in verschillende workshops aandacht te besteden aan zelfonderzoek, de talenten van werknemers en personal branding. ‘Er zijn binnen het project verschillende workshops’, vertelt Vogt. ‘Randstad gaf een goede presentatie over veranderingen in het bedrijfsleven. Er was een basiscursus LinkedIn. En ik ga een cursus volgen over hoe je je presenteert aan de hand van je kleding en dat soort dingen. En we kregen tijdens een workshop Mapstell, na het invullen van een vragenlijst, een landkaart waarop jouw persoonlijkheid staat, verdeeld in dorpjes en rivieren. Het is bijna griezelig hoe kloppend dat is. Superleuk en op een hele toegankelijke manier aangeboden. Omdat het visueel is spreekt dat heel erg aan, ook mensen die niet heel veel met computers doen.’

Landkaart
‘Een collega met wie ik nauw samenwerk wilde met mij de landkaart bespreken’, geeft Vogt als voorbeeld. ‘Zij wilde weten of ik haar ook zo zie en we zijn er even voor gaan zitten. Het voelde niet vervelend om op die manier feedback te geven en te krijgen. De trainingen stellen je beter in staat om met de veranderingen om te gaan. Na het traject is het voor mij heel duidelijk, hopelijk voor anderen ook, dat je zelf aan zet bent.’

Het traject werd opgezet door organisatieadviseur Jannet Koster van dezelfde gemeente. ‘Ik vind dat gemeenten de ontwikkeling onderbelichten’, zegt Koster. ‘Wat ik in de dagelijkse praktijk zie, in Breda maar ook bij andere gemeenten, is dat we ict beschouwen als een soort gas, water en licht. Alleen als het niet werkt, kijken we naar de ict-afdeling. Het is geen onderdeel van het primaire proces.’ Haar woorden worden ondersteund in de studie van A&O fonds, bijvoorbeeld over het ontbreken van het woord ‘smart cities’ in collegeakkoorden. Misschien is er een gebrek aan inzicht, misschien wordt de urgentie gemist.

Koster vervolgt: ‘Een paspoortaanvraag kan bijvoorbeeld digitaal gebeuren, maar uiteindelijk moet je het fysieke paspoort ophalen bij de balie. Er zijn gemeenten die zeggen: we sturen een mannetje langs die het paspoort komt afleveren.’ Als dat soort keuzen gemaakt worden, waardoor er geen afhaalbalie meer nodig is, dan kan het heel hard gaan. Zeker omdat gemeenten financieel onder druk staan. Het gaat om de sociale gevolgen van technologische innovatie. ‘Je moet iets doen voor die gemeenten en medewerkers die voelen dat die banen gaan verdwijnen. Misschien zijn leidinggevenden aan het nadenken over wat er allemaal mogelijk is, maar in de tussentijd kun je medewerkers bewust maken van wat er gebeurt en wat hun talenten zijn. Daarom begon ik juist met Bouwen aan je inzetbaarheid.’

Spookambtenaren
Er was veel animo voor: Koster hoopte op 25 deelnemers, het werden er 75. Het traject kwam onder de aandacht van A&O fonds, waar ze bezig zijn met een soort gelijk project genaamd DigiDuurzaam. Dit richt zich specifiek op mbo’ers met routinematig, repetitief werk. Het moet ook een ander gevaar voorkomen: dat elke gemeente zelf opnieuw het wiel probeert uit te vinden. ‘We hebben een ondersteuningsprogramma ingericht waar medewerkers aan mee kunnen doen’, zegt Davits van A&O fonds. ‘Zodat ze zich bewust worden van wat er op hen afkomt en dat ze nadenken over hun eigen inzetbaarheid.’

Maar er zullen werknemers niet in staat zijn om de vereiste vaardigheden aan te leren. Sommige gemeenten kiezen er daarom voor om oud werk te laten bestaan naast nieuwe werk. ‘Daar is wat voor te zeggen als mensen bijna met pensioen gaan’, zegt Davits. ‘Maar als dat nog jaren duurt, dan kun je je afvragen hoe goed dat is. Uit de monitor over veranderingen bij burgerzaken blijkt bijvoorbeeld dat op een van de vier afdelingen werk is gecreëerd dat eigenlijk niet meer nodig is. Zo creëer je spookambtenaren.’

Mensen moeten op weg geholpen worden. Maar hoe schep je daar draagvlak voor bij gemeenten? ‘Creëer inzicht in de kosten en baten van investeren in mobiliteit’, is een van de suggesties die A&O fonds in de studie aandraagt. Hoeveel kost het om iemand te laten afvloeien? Ze maakten een relatief simpele vergelijking tussen de kosten van investeren in een werknemer en de kosten van een boventallige werknemer. ‘We kunnen hieruit concluderen dat een geslaagde investering bij schaal 7 bij benadering gemiddeld 300.000 euro oplevert, en bij schaal 8 bij benadering gemiddeld 337.000 euro.’ Met als toevoeging: ‘Het sociale en reputatievoordeel dat er nog bovenop komt, hebben we niet gekwantificeerd.’

‘De conclusie’, vat Davits samen, ‘is dat je meer moet inzetten op het maken van arrangementen voor mensen. Kijk waar de passie zit, wat ze willen bereiken en geef ze budget en medewerking. Dan kom je tot betere oplossingen, zodat mensen bijvoorbeeld een gemakkelijke overstap kunnen maken naar kansrijke sectoren als de zorg en het onderwijs, waar grote tekorten zijn. Of een eigen bedrijfje kunnen beginnen. Dat kost gemeenten minder budget en er is meer resultaat.’

Schijnwerkloosheid
Daar ligt echter wel schijnwerkloosheid op de loer, als mensen de overstap maken naar eigen bedrijfjes en daarmee niet succesvol blijken te zijn. Davits erkent dat. ‘Ik denk dat een klein deel succesvolle zzp’ers zullen worden en dat een groot deel veel meer begeleiding nodig zal hebben om over te stappen van het ene werk naar het andere. Op sectorniveau moet je daarom beter nadenken wat de loopbaanpaden zijn. Dat is onderontwikkeld terrein dat ook A&O fonds wil gaan oppakken. Veel werk verdwijnt tussen nu en vijftien jaar en we moeten weten waar alternatieven zitten. Maar er is veel meer begeleiding nodig dan mensen een beetje individueel te coachen en vervolgens gedag te zeggen.’

‘Vanuit alle partners moet een complete aanpak komen’, zegt Koster, wier traject Bouwen aan je inzetbaarheid na een jaar op 23 januari wordt afgesloten met behulp van theatergezelschap Vrije Denkers. ‘De belangrijkste boodschap is misschien wel dat het niet alleen moet komen van burgerzaken of van de ict-afdeling. Als jij bepaalde processen wil digitaliseren dan moet dat vanuit een breder plan.’

‘Het traject is uitgegroeid tot iets compleets’, zegt Vogt. ‘Hoe meer mensen van dit traject gebruik kunnen maken, hoe mooier.’ Maar de toekomst blijft onzeker door de technische kant van het verhaal. ‘Ik zou heel graag willen weten of ik digitaal vaardig genoeg ben om om te gaan met wat er op ons afkomt, maar ik weet niet of dat te meten is. Daar heb je misschien een glazen bol voor nodig.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners

Mystery Burger: de podcast

Even genoeg naar uw scherm gestaard?  Beluister vanaf nu de columns van de Mystery Burger als podcast!