of 59167 LinkedIn

Een op drie gemeenten krijgt minder bijstandsbudget

Gemeenten hebben volgend jaar 5,8 miljard euro tot hun beschikking om hun bijstandsuitkeringen van te betalen. Twee op de drie gemeenten krijgt volgend jaar meer budget, een op de drie moet het met minder geld doen. Dat blijkt een eerste analyse dat op verzoek van Binnenlands Bestuur is gemaakt door APE Public Economics.

De verdeling van de voorlopige bijstandsbudgetten 2017 is bekend. In totaal wordt komend jaar 5,8 miljard euro over alle gemeenten verdeeld; twee procent meer dan er voor dit jaar beschikbaar was. Bij de verdeling is gebruik gemaakt van een gereviseerd verdeelmodel, met opnieuw grote verschuivingen als gevolg. Twee op de drie gemeenten krijgt volgend jaar meer budget, een op de drie moet het met minder geld doen. Een aantal gemeenten dat naar de rechter stapte om de verdeling over 2015 aan te vechten, gaat er in het verbeterde verdeelmodel op vooruit. 

‘Opmerkelijk’, stelt Leo Aarts, partner bij APE Public Economics. Het gaat om onder meer Utrecht, Amersfoort, Den Bosch en Assen. Deze gemeenten hebben de verdeling van het macrobudget over 2015, voor het eerst gebaseerd op het door het SCP ontwikkelde nieuwe verdeelmodel, bij de rechter aangevochten. In het per 2017 geldende verbeterde model gaan ze erop vooruit. Utrecht en Amersfoort ieder zes procent, Assen acht procent en Den Bosch negen procent, aldus Aarts.


Verschuivingen

Op verzoek van Binnenlands Bestuur heeft APE Public Economics een eerste overzicht en analyse gemaakt van de belangrijkste verschuivingen voor gemeenten. Het gaat om fikse verschuivingen, met uitschieters naar beneden (Zoetermeer: - 11 procent) en naar boven (Goeree-Overflakkee: +20 procent). (zie ook de tabellen onderaan dit artikel). Alle percentages in dit artikel zijn gecorrigeerd voor de 2 procent stijging van het macrobudget.


Nauwkeuriger voorspellen

Het model op basis waarvan het voorlopige macrobudget 2017 is verdeeld, is ‘verder verbeterd’, schrijft staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) aan de Kamer. Mede naar aanleiding van forse kritiek op het in 2015 ingevoerde model. Die kritiek kwam onder meer van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv), maar ook van gemeenten waarvan er een aantal uiteindelijk naar de rechter stapte. In het nu gereviseerde model is het aantal kenmerken waarmee de kans op bijstand in een gemeente wordt voorspeld flink uitgebreid. Ook wordt meer dan voorheen rekening gehouden met werkgelegenheid in een regio. Hiermee kan in principe nauwkeuriger worden voorspeld hoeveel een gemeente nodig heeft voor haar bijstandsuitkeringen. Dit betekent overigens niet dat het objectief budget nu in alle gemeenten goed aansluit bij de werkelijke uitgaven. In Utrecht, Dordrecht en Den Haag bijvoorbeeld, ligt het gereviseerde objectief budget meer dan 10 procent lager dan de werkelijke uitgaven. Terwijl in andere gemeenten zoals Eindhoven en Maastricht het nieuwe objectief budget juist veel hoger is dan de werkelijke uitgaven (Eindhoven: +19 procent, Maastricht: +28 procent).


Objectieve maatstaven

Van invloed op de nieuwe verdeling is tevens de verdere afbouw van de verdeling van historische uitgaven naar objectieve maatstaven. Over 2016 werd nog de helft van het bijstandsbudget verdeeld op basis van historische uitgaven; per 2017 nog maar een kwart. Het voorlopige macrobudget 2017 bedraagt 5,8  miljard euro; een stijging van 116,2 miljoen euro ten opzichte van het nu eveneens definitief vastgestelde macrobudget voor 2016 van 5,7 miljard euro; 73,4 miljoen meer dan het voorlopige macrobudget 2016. De stijging voor 2017 hangt onder meer samen met de huisvesting van vergunninghouders bij gemeenten.


Een op drie krijgt minder

Een op de drie gemeenten (32 procent) krijgt volgend jaar minder budget van het rijk voor de bijstandsuitkeringen aan hun inwoners. Voor twee op de drie gemeenten (68 procent) neemt het budget toe, gecorrigeerd voor de stijging van het macrobudget. Uitgesplitst naar gemeentegrootte blijkt dat verhoudingsgewijs vooral veel grote gemeenten er op achteruit gaan, 48 procent van de 100.000+ gemeenten en 38 procent van de gemeenten met 40.000 tot 100.000 inwoners. Voor de kleine gemeenten (tot 15.000 inwoners) geldt overigens dat het budget (nog steeds) volledig wordt gebaseerd op historische uitgaven, tekent Aarts aan. Bij gemeenten tussen de 15.000 en 40.000 inwoners hanteert het verdeelmodel een ‘glijdende schaal’, waarbij geldt ‘hoe dichter tegen de 40.000 inwoners aan, hoe meer op basis van objectieve gegevens het budget wordt berekend’, legt Aarts uit. ‘De plussen en minnen in de budgetten die (grotendeels) op basis van historische uitgaven worden berekend, zijn direct verklaarbaar en hebben voor de betreffende gemeenten alleen tijdelijke gevolgen. Dat ligt anders bij de soms aanzienlijke plussen en minnen in de budgetten die (grotendeels) op basis van het gereviseerde objectief model worden bepaald. De gevolgen daarvan zijn structureel’, verduidelijkt Aarts.

 

Afbeelding


Flink slikken

Kijkend naar gemeenten met meer dan 100.000 inwoners die er volgend jaar vijf procent of meer op achteruitgaan, is het voor met name Zoetermeer en Almere flink slikken; zij moeten (ten opzichte van 2016) respectievelijk 11 en 10 procent inleveren. Aan de pluskant spant Ede de kroon (+13 procent) op de voet gevolgd door Eindhoven (+11 procent). Schiedam gaat er – in de categorie gemeenten tussen de 40.000-100.000 inwoners – met 11 procent het meest op achteruit. Goeree Overflakkee krijgt een vijfde meer budget dan dit jaar.


Landelijke spreiding

Wat de spreiding over het land betreft, vallen de grootste plussen in de provincies Drenthe (+ 6%), Noord-Brabant (+ 5%) en Utrecht (+ 5%). In Flevoland (- 6%) en Zuid-Holland (- 4%) is de budgetdaling het grootst. Bovenstaande kaart laat zien dat, ook binnen de provinciegrenzen, de voor- en nadeelgemeenten sterk geclusterd zijn.

 

Afbeelding

Afbeelding 

 

De volledige resultaten van de analyse worden donderdagmiddag 13 oktober bij Divosa in Utrecht gepresenteerd en besproken. 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door anoniem op
Eind 2016 heb ik nog netto 798,47 euro ontvangen van de gemeente Ferwerderadeel/Dantumadeel, en sinds februari 2017 ontvang ik 792,72 euro: dus netto 5,75 euro minder.
Omdat ik als chronisch zieke deelneem aan de gemeentelijke collectieve zorgverzekering.
Terwijl de uitkeringsbedragen per 1 januari 2017 met 10 euro per maand zijn verhoogd.

Dat betekent dat de chronisch zieken en gehandicapten, de allerarmsten, de bijstandsgerechtigden in de gemeente Ferwerderadeel/Dantumadeel alleen maar op inkomen en op koopkracht erop achteruitgaan als ze deelnemen aan de collectieve zorgverzekering.
Ik vind dat een grote schande!

De gemeente Ferwerderadeel biedt slechts een armoedige collectiviteitskorting van 1,37 euro op het aanvullend verplicht pakket van de collectieve zorgverzekering AV Frieso Compleet.
Terwijl andere Friese gemeenten veel meer meebetalen aan de premie voor minima voor de collectieve zorgverzekering.

Dus de collectieve zorgverzekering inclusief verplicht aanvullend pakket van de Gemeente Ferwerderadeel/Dantumadeel is een wassen neus.
En levert alleen de gemeentekas en de zorgverzekeraar voordeel op omdat de uitkeringsgerechtigden 5,45 euro minder uitkering ontvangen in 2017 door de collectieve zorgverzekering AV Frieso Compleet.

In 2016 is tevens al het extra zorggeld uit Den Haag in de gemeentekas van de gemeente Ferwerderadeel blijven liggen met medewerking van de Sociale Kamer omdat de chronisch zieken en gehandicapten niet meer gecompenseerd werden en het beschikbare geld van het rijk niet werd doorbetaald aan ons minima en chronisch zieken.

Ik ben als chronisch zieke in de bijstand afhankelijk van de extra anvullingen van de zorgverzekering, en ik ben verplicht de aanvullende verzekeringspolis te nemen omdat ik anders geeen recht op een vergoeding vanuit de bijzondere bijstand voor eventueel gemaakte hogere ziektekosten.

En nu word ik dubbel gepakt door de gemeente Ferwerderadeel/Dantumadeel
omdat ik in 2017 maandelijks Netto 5,75 euro minder bijstandsuitkering ontvang door deze gemeentelijke collectieve verzekering!

En daarbovenop word ik nog eens extra financieel gepakt doordat de gemeente Ferwerderadeel geen WMO-maatwerk levert en in 2017 van plan is om
slechts 170 euro aan (Wtcg/Cer-compensatie)Tegemoetkoming meerkosten 2016 te betalen aan minima-chronisch zieken die meedoen met de collectieve zorgverzekering AV Frieso Compleet.

Alsmaar stijgende topinkomens en de allerarmsten, de bijstandsgerechtigden gaan er op achteruit!