sociaal / Partnerbijdrage

Wmo transformatienetwerk vruchtbare smeltkroes

Wmo transformatienetwerk vruchtbare smeltkroes. Er zit niemand om belangen te vertegenwoordigen

14 december 2017

Het landelijk Wmo transformatienetwerk is een platform waar (middel)grote gemeenten kennis uitwisselen en uitbreiden. Aan het netwerk nemen gemeenten deel die voorloper zijn op een bepaald terrein. Alle aangesloten ambtenaren vertolken in hun gemeente of regio een strategische, coördinerende of leidinggevende rol in het sociaal domein. Zij komen niet alleen informatie halen, maar brengen ook innovatieve inzichten in. Het is puur een smeltkroes, er zit niemand om belangen te vertegenwoordigen.

AfbeeldingDe zogenoemde kernclub, die een trekkende en organiserende rol speelt in het netwerk, wisselt elk jaar van samenstelling. Dit jaar is Stef van de Weerd voorzitter van die kernclub. Wij spraken hem kort over belangrijke thema’s die momenteel spelen in het sociaal domein en over de rol die het Wmo transformatienetwerk daarbij speelt.

Stel uzelf eerst even kort voor

Ik ben bij de gemeente Rotterdam senior beleidsadviseur in het sociaal domein. Mijn speciale aandacht gaat uit naar de OGGZ, de modelontwikkeling en landelijke thema’s zoals het verdeelmodel en de toegang tot de WLZ voor GGz-cliënten.

Wat is uw achtergrond?

Ik ben opgeleid als sociaal psychiatrisch verpleegkundige en als stadssocioloog. Tot tien jaar geleden heb ik in diverse functies binnen de zorg gewerkt. Daarna heb ik me in Rotterdam beziggehouden met de keten voor zwerfjongeren, de monitoring in het sociaal domein en de inkoop van de taken die overkwamen vanuit de AWBZ.

Vanuit uw ervaringen in uw eigen gemeente en kijkend naar het regeerakkoord, wat zijn in uw ogen dan de belangrijkste ontwikkelingen het komend jaar voor Wmo en sociaal domein?

Gemeenten zijn nog altijd druk met de transformatie, daar valt nog veel te doen. Er moeten nog allerlei verbindingen worden verbeterd, met het voorliggende veld, met de participatiewet, en tussen begeleiding, beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Een andere belangrijke uitdaging is de doorontwikkeling van opvang en begeleid wonen van de regio naar alle gemeenten.

Dat gezegd hebbende ontkom ik er niet aan ook de randvoorwaarden even aan te snijden. En dan heb ik het met name over het macrobudget voor alle gemeenten tezamen, dat moet voldoende zijn. Extramuralisering in de GGz en de grotere rol voor gemeenten in toeleiding geven meer verantwoordelijkheden. Daar hoort een navenant budget bij. Ook de eventuele toegang van GGz-cliënten tot de WLZ heeft grote gevolgen voor het gemeentelijke budget. Dat proces moet zorgvuldig verlopen.

Hoe belangrijk is het dat gemeenten kennis en ervaringen delen en welke rol speelt het Wmo transformatienetwerk daarbij?

We kunnen het niet vaak genoeg zeggen, niet iedereen hoeft het wiel opnieuw uit te vinden. Ook al is de situatie in geen enkele gemeente exact hetzelfde, we kunnen wel ontzetten veel van elkaar leren. Het Wmo transformatienetwerk is een vrijplaats waar we vrijblijvend en zonder verborgen agenda ideeën en ervaringen delen, voor- en nadelen de revue laten passeren en aandacht hebben voor de spanning tussen theorie en praktijk.

Wat betekent het transformatienetwerk voor u?

Voor mij persoonlijk is het een bron van inspiratie en relativering. Het is heel verrijkend om te ontdekken dat er meer wegen naar Rome leiden, soms met accentverschillen of in een heel ander tempo, maar opvallend vaak wel met dezelfde onderliggende gedachten.

Wat verwacht u van het netwerk in 2018?

Voor 2018 hoop ik natuurlijk dat we elkaar weer zullen inspireren. Maar we gaan ook thema’s agenderen bij VWS, VNG en de directeuren in het sociaal domein. Een paar belangrijke daarvan zijn:

  • De relatie tussen armoede en zorggebruik is groot. Dat is niet los te zien van elkaar en daar kunnen gemeenten beter en slimmer naar handelen.
  • Een grote uitdaging is en blijft het logisch verbinden met het voorliggend veld en met name de verbinding van het sociaal domein met de leefomgeving van de burger. Er is vaak te makkelijk gezegd dat burgers zichzelf moeten redden, terwijl het sociaal domein aan de andere kant nog standaardoplossingen biedt die slecht aansluiten bij burgers.
  • Ook op het gebied van participatie valt er nog veel te doen. Werk is het beste medicijn; maar waar iemand uiteindelijk terechtkomt berust meestal nog op toeval. De ene cliënt komt in beeld bij de tegenprestatie, de andere op een beschermde werkplek, dagbesteding of vrijwilligerswerk. Steeds met verschillende financieringen. Dat kan slimmer en passender.

 

Het transformatienetwerk wil uitbreiden. Waarom is dat?

Een breder netwerk geeft meer energie, een ruimer beeld en een groter draagvlak. Het is belangrijk dat we alle goede ideeën in het sociaal domein oppikken. Het zou jammer zijn als we pareltjes missen.

Bovendien zijn er zaken die we als gemeenten beter samen kunnen doen. We kunnen veel ideeën van elkaar lenen, niet elke gemeente hoeft alles zelf te bedenken. De tarieven vind ik daarvan het meest concrete voorbeeld. Samen kunnen we ook krachtiger reflecteren op ideeën van VWS.

Daarom zoeken we mensen op strategisch niveau met vernieuwende ideeën en inzicht in de uitvoering, die zaken in beweging krijgen en actief willen investeren in het netwerk.

Geïnteresseerde ambtenaren kunnen zich aanmelden of extra informatie inwinnen door contact op te nemen met onze secretaris Marjon Breed.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.