of 59250 LinkedIn

Kamer zelf ook schuldig aan informatiegebrek

De volksvertegenwoordiging is medeverantwoordelijk voor het gebrek aan adequate informatie van het kabinet. Ze is onvoldoende vasthoudend en treedt versplinterd op, blijkt uit een promotieonderzoek.

De belangrijkste reden voor de gebrekkige informatievoorziening is een overdaad aan informatie of soms juist een tekort, en het kleuren, verhullen en vertragen van informatie. Als gevolg daarvan loopt de volksvertegenwoordiging regelmatig aan de leiband van de regering, zo blijkt uit het proefschrift Hoe vertellen we het de Kamer? van de Leidse onderzoeker Guido Enthoven, directeur van het adviesbureau Instituut voor Maatschappelijke Innovatie (IMI).

 

‘Informatie is kennis, macht en wordt dus gebruikt in de politieke strijd. Als het opportuun is wordt er mee gespeeld en wordt informatie slechts op hoofdlijnen verstrekt, onder de tafel geschoven of worden toekomstige prognoses te rooskleurig voorgesteld’, aldus Enthoven.

 

‘Rond bepaalde dossiers is echte informatie binnen de departementen gebleven en door ambtenaren en bewindslieden besloten dat het niet opportuun geacht werd om die informatie te delen met de Kamer’. Enthoven mocht in de periode 2006-2010 voor zijn onderzoek enkele dagen per week bivak houden in de Tweede Kamer.

 

De informatierelatie tussen ministers en Kamer vindt zijn basis in artikel 68 van de grondwet: alle relevante informatie moet door de minister aan de Kamer worden verstrekt. Ambtenaren spelen een belangrijke rol bij het bepalen wat relevante beleidsinformatie is.

 

Enthoven: ‘Er zijn een dertigtal redenen waarom de minister nog niet wordt geïnformeerd: ambtenaren willen de minister bijvoorbeeld niet onnodig lastig vallen. Het onderwerp is nog niet rijp of panklaar. Er moeten geen slapende honden worden wakker gemaakt. De boodschap is nog niet welkom. Niet alles past in de twee loodgieterstassen die de minister voor het weekeinde meekrijgt om te lezen.’

 

Complot

 

Volgens Enthoven is een deel van deze ambtelijke keuzes kwestieus omdat daardoor de Kamer niet goed en tijdig wordt geïnformeerd. Maar het denken in termen van tegenstanders en een ‘complot om informatie achter te houden’, is volgens Enthoven weinig productief. ‘Er is geen complot om de minister niet goed te informeren. Ambtenaren zijn loyaal en geven informatie door als dat politiek nodig is.’ Dat de informatieverstrekking niet optimaal is, ligt ook aan de volksvertegenwoordiging zelf.

 

‘De Tweede Kamer is een kruiwagen met honderdvijftig kikkers, die als eenmanszaken goed in beeld willen komen en voor wie herverkiezing belangrijk is. Het stellen van Kamervragen tijdens het vragenuurtje is belangrijker dan het antwoord van de minister. Als Kamerleden de handen ineenslaan, zouden ze sterker staan om de juiste informatie te krijgen. De Kamer zou ook vasthoudender moeten zijn. Vaak is het optreden te vluchtig, te kortademig en durft de Kamer niet echt de volledige informatie af te dwingen.’

 

De informatierelatie tussen ministers en volksvertegenwoordiging staat volgens hem onder druk. Kamerleden krijgen ook veel informatie uit de samenleving. Bovendien hebben departementen en ministers door de komst van internet - denk aan Wikileaks - en sociale media niet meer het primaat op informatie.

 

Enthoven: ‘Ik heb dit niet specifiek onderzocht, maar ambtenaren twitteren ook en je ziet in toenemende mate dat de overheid achter de feiten aanloopt. Het is dan ook zeer de vraag of de overheid onder invloed van sociale media nog wel in staat is om een geclausuleerd verbod over informatievoorziening in bepaalde kwesties af te kondigen.’

 

In het lokaal bestuur signaleert Enthoven overigens vergelijkbaar gedrag van gemeenteraden en wethouders. ‘Als het gaat om de dagelijkse informatievoorziening verstrekken wethouders regelmatig onvoldoende informatie.’

 

Spelen met informatie
Kamerleden worden met grote regelmaat adequaat geïnformeerd, maar als het politiek opportuun is, wordt door bewindslieden niet geschroomd informatie te verkleuren, te verhullen of te vertragen teneinde de Kamer ‘niet wijzer te maken dan ze is.’ Guido Enthoven inventariseerde in het kader van zijn promotieonderzoek naar de informatierelatie tussen volksvertegenwoordiging en regering de belangrijkste informatiegebreken aan de hand van gesprekken met Kamerleden en verdeelde ze in de volgende categorieën:

 

Strategisch timen van informatie
* Boris van der Ham
, (Kamerlid D66): ‘Regelmatig krijg je relevante informatie te laat, een dag voor de behandeling, om er nog iets mee te kunnen.’

* Max Hermans, (oud-Kamerlid LPF): ‘Timing is een instrument dat welbewust wordt ingezet. Een overleg dat acht weken van tevoren wordt vastgesteld en op de dag ervoor krijg je een brief van de minister.’

 

Kleuren van informatie
* Mei Li Vos
, (oud-Kamerlid PvdA): ‘Er wordt gespeeld en gemanipuleerd met informatie: sommige dingen worden stevig aangezet, andere dingen zwakker voorgesteld. Bij tegenvallers worden bij voorkeur geen getallen genoemd, maar wordt gesproken over ‘mogelijke spanningen in de begroting”.’

* Sharon Dijksma, (Kamerlid PvdA): ‘Het fenomeen van ‘verstrikking’, in de vorm van het bagatelliseren van negatieve informatie en het overschatten van positieve signalen komt regelmatig voor.’

 

Ontbreken van informatie
* Ralph Pans
, (voormalig secretaris-generaal): ‘Indien er door het ambtelijk apparaat tegenvallers worden gemeld rond de aanleg van een nieuwe spoorlijn heeft de minister de neiging om door te vragen hoe hard die tegenvallers zijn en of ambtenaren het zeker weten. Daarmee wordt fuzz gecreëerd en dus is de tijd nog niet rijp om het aan de Kamer te melden.’

* Johan Remkes, (voormalig minister en oud-Kamerlid VVD): ‘Een probleem is de departementale benadering van vraagstukken. Zo wordt de Kamer op moment X geïnformeerd over de gang van zaken rond HSL Zuid door het ene ministerie en op moment Y over de ontwikkeling van stationslocaties op dit traject door het andere ministerie. Beide kwesties zijn indringend met elkaar vervlochten, maar de informatievoorziening en besluitvorming zijn losgekoppeld.’

 

Overladen met informatie
* Jan Schinkelshoek, (oud-Kamerlid CDA): ‘Wat mij vooral opvalt, is de verpletterende hoeveelheid informatie. Deze massieve omvang maakt me achtereenvolgens woedend, machteloos en neerslachtig. In het bedrijfsleven wordt gewerkt met goede managementsamenvattingen. In de Kamer moet je een Memorie van Toelichting van A tot Z lezen om te weten waar het over gaat.’

* Pieter Hofstra, (Eerste Kamerlid VVD): ‘Bij de overheid bestaat nogal eens de neiging om de Kamer te overladen met stukken onder het motto ‘dan zeuren ze niet’.’

* Mei Li Vos, (oud-Kamerlid PvdA): ‘Het is een onoplosbaar probleem, je kunt nergens klagen, je kunt niet vragen om minder informatie.’

* Eddy van Hijum, (Kamerlid CDA): ‘Ik ben mijn vertrouwen in besluitvorming als rationeel selectieproces af en toe volledig aan het kwijtraken. Men sleutelt aan criteria en indicatoren om tot een politiek wenselijke uitkomst te komen.’

 

Verhullen van informatie
* Wijnand Duyvendak
, (oud-Kamerlid GroenLinks): ‘De informatie is vaak omfloerst verwoord, omzichtig geformuleerd en regelmatig staat essentiële informatie ergens verstopt middenin een dik rapport.’

* Kees Vendrik, (oud-Kamerlid GroenLinks): ‘De motivatie en toelichting is soms in een adembenemend slecht proza geschreven dat je na vijf blad zijden denkt: wat heb ik nu eigenlijk gelezen? Het meandert maar door en je kunt er geen touw aan vastknopen.’

 

Selecteren van informatie
* Sybrand van haersma Buma
, (CDA):‘Selectie van informatie is noodzakelijk, want noch ministers, noch Kamerleden kunnen alles lezen wat op een departement wordt geproduceerd. Selectie is ook intrinsiek problematisch. Je weet nooit welke informatie over 2 maanden opeens relevant blijkt te zijn.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.