of 59108 LinkedIn

Specialistische jeugdhulp op de schop

Veertien gemeenten in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland nemen per januari 2018 de specialistische jeugdhulp op de schop. Het resultaat wordt ingekocht in plaats van een reeks behandelingen. Op termijn wordt een deel van de financiering afhankelijk gesteld van het behaalde resultaat.

Veertien gemeenten in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland nemen per 2018 de specialistische jeugdhulp op de schop. Het resultaat wordt ingekocht in plaats van een reeks behandelingen. Op termijn wordt een deel van de financiering afhankelijk gesteld van het behaalde resultaat.

Integraliteit

Spannend maar ook noodzakelijk is het, vinden de jeugdwethouders Simone Kukenheim (Amsterdam) en Jeroen Olthof (Zaanstad), om de specialistische jeugdhulp anders in te richten. ‘Met onze nieuwe aanpak kunnen we in gezinnen één inzet plegen. Omdat voorheen vanuit verschillende potten geld en vanuit verschillende domeinen allemaal een eigen aanpak werd ingezet en gefinancierd, ging de integraliteit verloren en kregen gezinnen met complexe problemen met veel verschillende hulpverleners te maken. Niemand voelde zich voor het geheel verantwoordelijk en niemand hield de samenhang in de gaten’, stelt Kukenheim. ‘Die visie dat integraal naar het gezin moet worden gekeken hebben we al een tijdje en vanuit de wijkteams werken we al op deze manier, maar dit willen we nu uitbreiden naar de specialistische jeugdhulp.’


Alle leefdomeinen

Vanaf komend jaar wordt breder dan nu gekeken wat er in het gezin nodig is, waarbij alle leefdomeinen worden meegenomen. Hoe is de woonsituatie, zijn er schulden, is er sprake van werkloosheid, van verslaving, zijn er psychiatrische problemen bij gezinsleden, etc. Kukenheim: ‘Je krijgt veel meer maatwerk. Nu gaat het zo dat bij een kind een bepaalde aandoening wordt vastgesteld waarvoor een vaste, gevalideerde behandeling wordt ingezet. Klaar is Kees, of je intrinsieke probleem nu is opgelost of niet. Nu gaan we de vraag stellen: wat gaat er niet goed in je leven.’


Perspectiefplan

In de nieuwe aanpak brengt het gezin zelf, al dan niet met behulp van het wijk- of buurtteam, in een zogeheten perspectiefplan in kaart wat er in het gezin speelt. In dat perspectiefplan staat onder meer welke hulp en ondersteuning het gezin nodig heeft om (weer) volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving. Als blijkt dat er specialistische hulp nodig is – en als dat specialisme niet in het lokale team aanwezig is – verwijst de professional vanuit het lokale team, of de huisarts, het gezin naar de specialistische jeugdhulp. Daartoe wordt een ondersteuningsprofiel opgesteld, dat onderdeel is van het perspectiefplan. In dat profiel staat wat de problematiek is en hoe intensief de ondersteuning moet zijn. Er zijn elf ondersteuningsprofielen met vier intensiteiten opgesteld. ‘Dit betekent ook een administratieve verlichting, want we gaan over van honderden productcodes naar elf profielen en vier intensiteiten van specialistische hulp’, aldus Kukenheim.


Ruimte

Het gezin stelt in principe zelf het te bereiken resultaat vast en kan vervolgens een keuze maken uit de door de gemeenten gecontracteerde specialistische jeugdhulpverleners. Deze stelt op basis van het voorgesteld ondersteuningsplan een behandelplan op, waarin wordt vastgelegd op welke manier het gewenste resultaat wordt bereikt. Die hulpverlener wordt ook meteen de hoofdaannemer. ‘Die is verantwoordelijk voor het resultaat. Als die hulpverlener een deel van de benodigde hulp of ondersteuning niet zelf kan geven, moet hij daarvoor zelf een onderaannemer inschakelen. En bij de gemeente aan de bel trekken als op andere leefdomeinen van het gezin hulp moet komen’, legt Olthof uit. De gemeenten bemoeien zich hier verder niet mee. ‘Voor ons telt het eindresultaat voor het gezin en niet de wijze waarop dat resultaat wordt behaald. Hiermee geven we ook de ruimte aan professionals.’


Einde aan verkokering

De visie en de daarbij behorende integrale en op resultaat gerichte aanpak, heeft gevolgen voor de financiering. ‘We gaan niet meer verkokerd inkopen en betalen. We gaan betalen voor het resultaat, waar dat perspectiefplan aan ten grondslag ligt’, stelt Olthof. Aan de elf ondersteuningsprofielen met vier intensiteiten hangt een vooraf vastgesteld tarief. Samen met de aanbieders zijn zowel die profielen als de intensiteiten en de daarbij behorende tarieven vastgesteld.


Meer innovatie

Het bereikte resultaat zal op drie onderdelen worden gemeten: ervaring van ouders en kinderen, uitval (wegblijven of voortijdig stoppen) en de mate waarin de doelen zijn behaald. Vanaf komend jaar krijgt de ‘hoofdaannemer’ aan de voorkant van het traject 70 procent van het vastgestelde tarief. Na afronding van het traject wordt de overige 30 procent betaald. Omdat meer dan voorheen de focus op resultaat zal liggen, verwachten de veertien gemeenten dat de nieuwe werkwijze zal leiden tot verhoging van de kwaliteit en tot meer innovatie. Omdat een financiële prikkel dat in theorie kan versterken, gaan de gemeenten op termijn een deel van de financiering afhankelijk stellen van het behaalde resultaat. Harde afspraken daarover liggen

nog niet vast.


Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nr. 6 (inlog) 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Richard op
Goedkoper voor de gemeente maar meer gedoe voor een gezin er om heen die berucht worden in de wijk en waar anderen medezeggenschap krijgen over de gevoelige situatie het belangrijkste is weer dat het geld scheelt vertrouwen en privacy.