of 59232 LinkedIn

Sleutelen aan huishoudelijke hulp noodzakelijk

Aanbieders van huishoudelijke ondersteuning in Lelystad hebben te veel te vertellen over de aanspraak die hulpbehoevende inwoners hebben. Dat is juridisch niet juist. Dat stelt de Rekenkamer Lelystad in zijn onderzoek ‘Schoon genoeg? Het effect van huishoudelijke ondersteuning in het dagelijks leven van Lelystadse burgers’.

Aanbieders van huishoudelijke hulp in Lelystad hebben te veel te vertellen over de aanspraak die hulpbehoevende inwoners hebben. Dat is juridisch niet juist. Het wettelijk verplichte ‘keukentafelgesprek’ is van onvoldoende kwaliteit. Inwoners die een beroep doen op de huishoudelijke hulp worden onvoldoende gewezen op onafhankelijke cliëntondersteuning.

Ongewenste neveneffecten

Dat stelt de Rekenkamer Lelystad in zijn onderzoek ‘Schoon genoeg? Het effect van huishoudelijke ondersteuning in het dagelijks leven van Lelystadse burgers’. De huishoudelijke hulp in Lelystad is op een kwalitatief aanvaardbaar basisniveau georganiseerd, maar kent in de praktijk een aantal onbedoelde en ongewenste neveneffecten, zo concludeert de rekenkamer.

 

Overschotten

Zo stuurt de gemeente als ketenregisseur ‘nog niet optimaal op de realisatie en het functioneren van de zorgketen vanaf het moment van melding tot het moment van uitvoering’. Er is minder huishoudelijke ondersteuning geleverd dan het beschikbare budget toeliet. De eigen kracht van Wmo-cliënten blijft achter bij de verwachtingen, evenals de inzet van het eigen netwerk. ‘Een aanzienlijke groep cliënten heeft geen of weinig extra schoonmaakhulp uit de eigen omgeving en kan het zich evenmin permitteren om uren bij te kopen’, aldus de rekenkamer. ‘Ze hebben zelf weinig mogelijkheden om de teruggang in uren schoonmaak te compenseren.’

 

Onvoldoende

In het keukentafelgesprek gebruiken de sociale wijkteams de zelfredzaamheidsmatrix. Dat instrument komt volgens de rekenkamer echter in onvoldoende mate tegemoet ‘aan de vereisten van een zorgvuldig onderzoek uit de Wmo, omdat bepaalde aspecten in de matrix eenvoudigweg niet automatisch aan bod komen’. De gemeente moet als ketenregisseur erop toezien dat in ieder geval alle wettelijk verplichte aspecten aan bod komen in de keukentafelgesprekken, vindt de rekenkamer. In de praktijk wordt verder ‘onvoldoende inhoud gegeven aan de wettelijke eis om individueel maatwerk toe te passen op basis van zorgvuldig onderzoek naar de persoonlijke situatie van de cliënt’.


Normen

Als cliënten recht hebben op een ‘schoon en leefbaar’ huis, wordt het vervolgens aan de zorgaanbieder en de cliënt overgelaten daar invulling aan te geven. Diverse rechters hebben gemeenten op dit punt al teruggefloten. De Rekenkamer Lelystad vindt dat de gemeente normen moet voorschrijven voor het concreet in uren invulling geven aan de afgesproken werkzaamheden.


Te weinig maatwerk

Volgens de rekenkamer passen zorgaanbieders te weinig maatwerk toe bij het bepalen van het aantal uren dat zij nodig denken te hebben voor de uitvoering van de met cliënten afgesproken werkzaamheden. Cliënten huishoudelijke ondersteuning zijn niet allemaal gelijk, maar ondanks deze verschillen krijgen tussen de tachtig en negentig procent van de cliënten tot twee uur huishoudelijke ondersteuning per week. Bovendien leidt verslechtering in de situatie van cliënten niet altijd tot aanpassing van de maatwerkvoorziening door de zorgaanbieder. Daarmee is de voorziening in de praktijk niet meer passend.

 

Rechtsbescherming onder druk

Door ingewikkelde procedures, tekortschietende algemene informatievoorziening, gebrek aan cliëntondersteuning en ruimte voor willekeur en belangenverstrengeling bij zorgaanbieders staat de rechtsbescherming van cliënten onder druk, concludeert de rekenkamer verder. ‘De meeste cliënten voelen zich onvoldoende geïnformeerd over hun rechten, de procedures, de betekenis van de hele stukkenstroom, mogelijkheden om te klagen en van bezwaar en beroep.’ In de hele keten is meer aandacht nodig voor de (rechts)bescherming van kwetsbare zorgcliënten, stelt de rekenkamer.

 

Indicatoren

Doelen en resultaten van de huishoudelijke hulp moeten duidelijker (en meetbaarder) geformuleerd worden. ‘Wanneer doelen en indicatoren concreter zijn, kunnen de ketenpartijen bij grote afwijkingen aan de hand daarvan op zoek naar de oorzaken. Zonder is er nauwelijks zicht op de richting die het stelsel uitgaat. Laat staan dat partijen kunnen nagaan of de doelstellingen in het vizier komen.’ De wijkteams moeten daarnaast beter worden gefaciliteerd. Ook moet vooraf veel meer bekendheid aan de onafhankelijke professionele cliëntondersteuning worden gegeven. Bevorderd moet worden dat cliënten hier gebruik van gaan maken.

 

Onwenselijk

Het college herkent zich op veel onderdelen niet in het rapport, stellen B en W in een bestuurlijke reactie. Zo is er in de ogen van het college geen sprake van ongecontroleerde macht van de zorgaanbieders. Ook wordt in Lelystad maatwerk geboden. Wel erkent het college dat er verbeteringen mogelijk zijn, zoals het ondersteuningsplan. Teruggaan naar normtijden wil het college niet. ‘Wij zien dat het huidige systeem in totaliteit goed draait en de cliënttevredenheid over het algemeen goed is. Wij vinden het daarom onwenselijk om de Wmo weer op de oude manier in te gaan richten.’        

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Reinier op
Over het algemeen is het allemaal van slechte kwaliteit ze vinden de bemoeizucht het alles maar mogen het leukst om te doen. Er zijn ook overdreven veel keten partijen.Daar wordt het zo rommelig van jan en alleman bemoeit zich er mee het is allemaal zo oppervlakkig op deze manier.
Door loekoek (vm. jur.medew.gsd) op
@Peter de Pagter. Met u eens. Maar... er is kennelijk bewust enkel gekozen voor een onderzoek rond hbhh want daar valt wellicht financieel nog iets te halen. Daar gaat het toch om. De rest ziet men als oude uitgekauwde meuk.
Door Peter de Pagter (Onafhankelijke cliëntondersteuner Wmo) op
Het onderzoek van de Rekenkamer en bovenstaand artikel zijn beperkt. De Wmo gaat niet alleen over het schoonhouden van de woning. Dat is slechts een deelaspect. Het resultaatgebied 'het voeren van het huishouden' gaat ook over zorg voor voeding, zorg voor textiel, boodschappen doen en de zorg voor huisgenoten. En waar blijft het voorzien in de behoeften ten aanzien van de overige resultaatsgebieden zoals het zich kunnen verplaatsen in en om de woning, het zich kunnen verplaatsen met een vervoersmiddel en het ontmoeten van mensen om sociale contacten aan te gaan?