of 59236 LinkedIn

‘Scherpere doelen nodig bij toezicht en handhaving’

Scherpere en meetbare doelen formuleren en meer aandacht voor de inrichting van outcome-gerichte systemen voor monitoring en evaluatie zijn noodzakelijk bij toezicht en handhaving in gemeenten. Dat zijn de belangrijkste aanbevelingen van het vandaag verschenen rapport Toezicht en handhaving door gemeenten, uitgevoerd door Pro Facto in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Gemeenten moeten bij toezicht en handhaving scherpere en meetbare doelen formuleren. Ook de inrichting van outcome-gerichte systemen voor monitoring en evaluatie heeft aandacht nodig. Dat zijn de belangrijkste aanbevelingen van het vandaag verschenen rapport Toezicht en handhaving door gemeenten, uitgevoerd door Pro Facto in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Decentralisatiegedachte bewaken

Intensievering van toezicht en handhaving in het sociaal domein en versterking van het integrale karakter van toezicht en handhaving zijn ook nodig. Het ministerie van BZK kan gemeenten beter ondersteunen door best practices, protocollen voor informatie- en gegevensuitwisseling en handreikingen voor outcome-gericht toezicht aan te bieden. Ook moet het ministerie als hoeder van het binnenlands bestuur en vooruitgeschoven post van gemeenten de kern van de decentralisatiegedachte bewaken en helpen voorkomen dat gemeenten bij decentralisaties wel de volledige taak, maar niet alle middelen krijgen.

Interne toezichthouder
Projectleider Heinrich Winter ziet dat gemeenten bij toezicht en handhaving in het sociaal domein achterblijven. ‘De nadruk lag daar op het optuigen van beleid en uitvoering. Inkoop van jeugdzorg en verstrekking van Wmo-voorzieningen zijn nog volop in ontwikkeling. Toezicht en handhaving staan nog in de kinderschoenen.’ Een interne toezichthouder moet constateren of men bij keukentafelgesprekken te zuinig of ruimhartig is geweest: een intern zelfcorrigerend mechanisme. ‘Nu corrigeert vooral de Centrale Raad van Beroep de uitvoering van Wmo en Jeugdwet.’ In een evaluatiemoment zou zoiets eerder naar boven komen. Gemeenten huren regelmatig organisaties in die onvoldoende presteren en soms bijna frauduleus handelen. ‘Intern is er te weinig toezicht. Je moet dat been wel bijtrekken. “Geef ons tien jaar”, zei een burgemeester onlangs tijdens een expertmeeting. Dat is een riskante uitspraak. Zoiets moet je niet willen. Grote fouten moeten nu worden voorkomen.’

Naast lasten ook lusten

Gemeenten hebben vanaf 2015 nieuwe taken op hun bordje gekregen en tegelijk flinke kortingen op het budget voor met name toezicht en handhaving geïncasseerd. ‘Het ministerie dient daarop te letten. Niet alleen lasten voor gemeenten, maar ook lusten. Tegelijkertijd maken gemeenten ook zelf keuzes. Toezicht en handhaving kan best meer aandacht krijgen. De nadruk ligt nu nog vooral op papier. Minder duidelijk is vaak wat het exacte doel van toezicht is en of dat met de beschikbare inzet wordt bereikt.’

Budgetten onbekend

Verontrustend en opvallend is volgens Winter dat budgetten voor toezicht en handhaving niet bekend zijn. Gemeenten vinden het specificeren van de kosten niet belangrijk genoeg. ‘Tot de bijdrage aan de Omgevingsdienst expliciet in de boeken komt. Dan vindt men dat soms te veel. Anderzijds komen we van ver. Tot in de jaren negentig was er een ernstig handhavingstekort en nauwelijks expliciet beleid of een duidelijke organisatie. De inhaalslag heeft resultaat gehad, maar vooral in beleidsontwikkeling. De volgende stappen zijn uitvoering, monitoring en evaluatie.’


Effectiviteit onbekend 

De centrale onderzoeksvraag of gemeenten voldoende zijn toegerust om regelgeving naar behoren te kunnen handhaven is niet te beantwoorden. ‘Er is voldoende beleid, er is nagedacht over de prioriteiten en de organisatie is op orde, maar we weten niet of het beleid effectief is en bijdraagt aan de realisering van doelen. Je weet ook niet of je de lat wel hoog genoeg hebt gelegd. Men telt “het aantal ingezette uren”, maar vaak niet of er ook minder vandalisme of illegale bouw is en of het toezicht daaraan heeft bijgedragen.’

Late inzet handhavingsmiddelen
Sommige gemeenten zetten hun handhavingsmiddelen erg laat in. Ze willen zaken niet op de spits drijven. ‘Dat is een politieke keuze. Repressief optreden roept weerstand, juridische procedures en gedoe in de krant op. Bestuurders willen liever niet escaleren. Maar je moet niet alleen maar aan compliance-assistance doen en de repressieve kant verwaarlozen. Dan is de aanpak niet effectief. De beste aanpak is volgens mij een slimme combinatie van repressie en preventie.’

In gesprek met VNG
Volgens minister Plasterk omvat het bewaken van de decentralisatiegedachte naast zorg voor voldoende financiële middelen ook zorg voor voldoende instrumenten voor adequate taakuitvoering en beschikbaarstelling van effectieve mogelijkheden voor relevante informatie-uitwisseling tussen overheden en beleidssectoren. Het ministerie gaat binnenkort met de VNG en gemeenten in gesprek over toezicht op naleving en handhaving van wet- en regelgeving door gemeenten. Ook het IPO, de provincies en relevante andere departementen worden daarbij betrokken.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door K. de Beer (adviseur) op
@Bestuurders willen liever niet escaleren. Dit gaat vooral op voor gemeentebestuurders die vaak veel en veel te nauw verbonden zijn met overtreders (landbouw, horeca, grote aannemers). Jammer dat een aanbeveling er dus niet in staat: haal handhaving weg bij de gemeente.