of 59142 LinkedIn

Nog steeds zorgen over Veilig Thuis

Het kost de Veilig Thuis regio’s nog steeds veel moeite om binnen de wettelijk beoogde periode een onderzoek uit te voeren. Dat blijkt uit de jongste rapportage van de samenwerkende Inspecties Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Het kost de Veilig Thuis regio’s nog steeds veel moeite om binnen de wettelijk beoogde periode een onderzoek uit te voeren. Dat blijkt uit de jongste rapportage van de samenwerkende Inspecties Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Samenvoeging
Bij een derde van de organisaties lukt het niet om binnen vijf dagen na ontvangst van de melding de triage (risico-taxatie, besluit over vervolgtraject) af te ronden en/of te starten met het onderzoek. Vrijwel alle organisaties overschreden de doorlooptijd van tien weken voor onderzoeken. In 2015 zijn het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk geweld samengevoegd. Zij zijn sindsdien het meldpunt voor huiselijk geweld, kinder- en ouderenmishandeling. Gemeenten hebben de plicht deze steunpunten te organiseren. De inspecties hebben in 2015 alle 26 regionale organisaties beoordeeld, gericht op criteria als veiligheid van cliënten en interne organisatie. Een groot aantal regio’s had toen wachtlijsten en personeelstekorten; volgens verantwoordelijk staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, VWS) was sprake van een onaanvaardbare situatie.


Vervolgtrajecten

Begin dit jaar was er een nieuwe beoordeling bij 24 Veilig Thuis-organisaties. Die concentreerde zich op de kwaliteit van onderzoek en het inzetten van vervolgtrajecten. Volgens de inspecties zijn de professionals over het algemeen deskundig en wordt in de regel goed samengewerkt met ketenpartners. Bij twee organisaties die na de eerste onderzoekronde onder verscherpt toezicht zijn gesteld, vindt de komende zomer een hertoetsing plaats. Volgens woordvoerder Kees Paling van de gezamenlijke inspecties gaat het met de Veilig Thuis regio’s bergopwaarts. De zorgen betreffen vooral registratie en monitoring en capaciteit. Binnen een half jaar kunnen geconstateerde onvolkomenheden opgelost zijn, is de verwachting. Ook organisaties die matig of onvoldoende uit het toezicht komen, werken volgens Paling hard aan verbetering.


Acuut ingrijpen

Inmiddels geldt nog bij vier Veilig Thuis-meldpunten (Brabant Noord Oost, Noord- en Midden Limburg, Twente, Amstelland) een wachtlijst, maar in acuut onveilige situaties wordt ook daar ingegrepen, beweren de inspecties. Als er sprake is van wachtlijsten, luidt de hoogst haalbare score ‘matig’, want wachten houdt altijd risico’s in. Hollands Midden (Gouda, Leiden) en Rotterdam Rijnmond hebben een wachtlijst voor onderzoek en scoren op negen van het dertig criteria tellende lijstje van het toetsingskader niet goed. Zij worden om die reden als ‘onvoldoende’ beoordeeld.

 

Meer meldingen

Het aantal meldingen bij Veilig Thuis groeit, terwijl de instroom fluctueert. De inspecties achten het waarschijnlijk dat deze tendens doorzet en wijzen gemeenten erop dat de regio’s structureel over voldoende capaciteit dienen te beschikken. Daarbij moet er ook een mogelijkheid zijn om snel extra mensen en middelen in te zetten. Nog niet in alle regio’s zijn lokale teams volgens inspecties voldoende in staat om met complexe problemen en veiligheidsrisico’s om te gaan. ‘Tot dusver hebben gemeenten veelal incidenteel en achteraf gezorgd voor extra middelen bij Veilig Thuis om wachtlijsten weg te werken’, aldus de inspecties. Een groot deel van de meldingen wordt direct doorverwezen naar lokale hulpverlening, meestal binnen enkele dagen of weken. Het onderzoek dat Veilig Thuis doet na een melding, mag maximaal tien weken duren. Daarna moet een passende oplossing zijn gevonden. Die maximale doorlooptijd wordt door veel Veilig thuis regio’s nog niet gerealiseerd.

Ouderenmishandeling

Nu het aantal kwetsbare en thuiswonende ouderen stijgt, vragen de inspecties gemeenten om extra beducht te zijn op ouderenmishandeling, een in hun ogen ‘onderbelicht fenomeen’. Na melding lukt het veel Veilig Thuis organisaties niet onderzoeken naar kwetsbare ouderen binnen de wettelijke termijn van tien weken af te ronden. Het hulpaanbod is in veel gevallen onvoldoende of ontbreekt zelfs. Slachtoffers melden zich niet snel zelf, omdat er vaak sprake is van ingesleten situaties. Zij vinden het moeilijk te aanvaarden dat zij slachtoffer zijn.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bas (beleidsmedewerker) op
wat zinvol om hier weer zo'n leuk plaatje bij te zetten...
Door Rens Hendriks op
De oggz moet dit personeelstekort invullen waar daar zijn er te veel van..
Door Henk op
Wachtlijsten zijn niet nodig omdat ze met te veel personeel tegelijk op pad gaan ook bij niet officiele meldingen ze gaan zelf op zoek waardoor wachtlijsten niet opgepakt en behandeld worden.
Door Marien op
Deze werkwijze geeft geen enkele privacy dankzij het netwerken met de keten.