of 59045 LinkedIn

Inkoopmodel Wmo bepaalt tevredenheid

De tevredenheid over de Wmo-zorg daalde het minst in gemeenten die wijkgericht contracteren en in gemeenten die ‘Awbz-tje’ bleven spelen. Dat blijkt uit onderzoek van Public Procurement Research Centre (PPRC) en onderzoeksbureau I&O Research.

In gemeenten die wijkgericht contracteren, neemt de zelfredzaamheid van inwoners veel meer toe dan in gemeenten die voor andere inkoop- en bekostigingsmodellen hebben gekozen. De tevredenheid is er het minst afgenomen. Dat blijkt uit onderzoek naar gemeentelijk opdrachtgeverschap in de zorg.

Voordat gemeenten via de Wmo 2015 een fikse uitbreiding van het zorgtakenpakket kregen, zagen zorggebruikers de komende veranderingen met lede ogen aan. Ze vreesden verlies van kwaliteit en hoeveelheid zorg, die ze eind 2014 met een 7,7 waardeerden. Na het eerste jaar is door de bank genomen sprake van een lichte daling in cliënttevredenheid onder zorgbehoevenden. Via een 7,3 in juni 2015 kwam het rapportcijfer eind vorig jaar uit op een gemiddelde 7,4.

De tevredenheid over de Wmo-zorg daalde het minst in gemeenten die wijkgericht contracteren en in gemeenten die ‘Awbz-tje’ bleven spelen; gemeenten die hun voorzieningen en zorgproducten vrijwel gelijk hielden aan de voormalige Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz). De grootste daling in cliënttevredenheid is zichtbaar bij gemeenten die de zorg via het zogeheten veilingmodel [zie kader] hebben ingekocht. Die kelderde van een 8,5 (eind 2014) naar een 7,4. Het meest tevreden zijn zorggebruikers in gemeenten met dat Awbz-model en cliënten in gemeenten met het zogeheten regisseursmodel.

Mantelzorgers
Kijkend naar de gemiddelden eind 2015 [zie tabel] zou de indruk kunnen ontstaan dat het type opdrachtgeverschap niets uitmaakt voor de mate van tevredenheid. Niets is minder waar, stelt Niels Uenk, onderzoeker van Public Procurement Research Centre (PPRC). Dat onderzoekscentrum van Universiteit Twente en de Universiteit Utrecht) onderzocht samen met onderzoeksbureau I&O Research de relatie tussen verschillende vormen van gemeentelijk opdrachtgeverschap en bekostigingsvormen op de tevredenheid van zorggebruikers en mantelzorgers. ‘Juist gedurende 2015 zijn verschillen ontstaan in opdrachtgeverschap. De gemeenten kiezen verschillende modellen van opdrachtgeverschap en afhankelijk van de tevredenheid over het model stijgt of daalt de score in het onderzoek steviger. Daarom moet niet sec naar het eindcijfer 2015 worden gekeken, maar naar het verschil in beoordeling dat tussen 2014 en 2015 optreedt. Hier zien we wel grote verschillen.'

 

Resultaat
Als naar de bekostiging wordt gekeken, dan daalt de tevredenheid onder zorggebruikers het meest bij gemeenten die aanbieders betalen volgens het principe ‘uurtje factuurtje’. Ondanks die daling is de tevredenheid bij cliënten in deze gemeenten nog altijd wel groter dan in gemeenten die populatiebekostiging hanteren of waar op resultaat wordt afgerekend. Mantelzorgers (vrienden, familie, buren) zijn door de bank genomen kritischer over de kwaliteit van de geleverde zorg dan de zorggebruikers.

Groter beroep

Kijkend naar de vier opdrachtgeversmodellen liggen hun rapportcijfers eind vorig jaar vrijwel op hetzelfde niveau als voor de decentralisatie (eind 2014: 7,2, eind 2015: 7,0), uitgezonderd de tevredenheid over het regisseursmodel. Die is afgenomen van een 7,2 naar een 6,9. De waardering voor resultaatbekostiging is in een jaar tijd het meest geslonken: die daalde in een jaar tijd van een 7,3 naar 6,8. ‘Mogelijk omdat er juist bij deze vormen van bekostiging een groter beroep op naasten wordt gedaan’, vermoedt Uenk.

Zelfredzaamheid

Naast de (ervaren) kwaliteit van zorg hebben de onderzoekers ook gekeken of er een relatie is tussen gemeentelijk opdrachtgeverschap en zelfredzaamheid. Een van de doelen van de decentralisaties is dat zorgbehoevenden minder een beroep gaan doen op professionele zorg en meer hun eigen kracht, en die van het eigen netwerk, benutten. Ook dat blijkt het geval. Gemiddeld genomen is de zelfredzaamheid (volgens de zorggebruiker) sinds eind 2014 toegenomen van 7,4 naar 7,5. Zij stijgt het hardst in gemeenten die wijkgericht contracteren – van 7,3 naar 8,2. ‘In financieel opzicht is het voor de zorgverlener gunstig als bewoners zo zelfredzaam mogelijk zijn’, verklaart Uenk het succes bij de wijkgericht gecontracteerde aanbieders. In lijn daarmee ‘scoort’ populatiebekostiging eveneens goed, als wordt gekeken naar de toename van zelfredzaamheid. Ook dat levert de zorgaanbieders, plat gezegd, geld op. Bij het regisseurs- en het veilingmodel neemt die zelfredzaamheid juist af.

Minder zorg
Meer dan de helft van de cliënten stelt dat de hoeveelheid zorg toe- noch afgenomen is na de decentralisaties. Bij het Awbz-model, veilingmodel en regisseursmodel geeft een krappe een op de drie zorggebruikers aan minder zorg te hebben ontvangen dan voor de decentralisatie. De percentages bij wijkgericht contracteren liggen beduidend anders: twintig procent zegt minder en vijftien procent zegt méér zorg te hebben ontvangen. Dat hadden de onderzoekers niet verwacht. Uenk: ‘Puur economisch geredeneerd heeft de zorgaanbieder bij wijkgericht contracteren een prikkel om minder zorg te leveren. Hij heeft immers een vast budget en hoeft per cliënt geen vast aantal uren zorg te leveren. De zorgaanbieder moet wel bepaalde resultaten realiseren, maar kan dit ook met een beroep op de mantelzorg en voorliggende voorzieningen proberen op te lossen. Toch gebeurt dit blijkbaar niet op grote schaal.’

 


Opdrachtgeversmodellen

Awbz-model
: Gemeenten houden vast aan dezelfde (Awbz)structuren en producten van vóór 2015.
Veilingmodel: (Online) veiling voor zorgaanbieders.
Wijkgericht contracteren: Gemeente wordt in gebieden opgedeeld. Per gebied wordt één zorgaanbieder aangesteld. Deze krijgt vast budget gebaseerd op omvang populatie.
Regisseursmodel: Na keukentafelgesprek (door ‘regisseur’) wordt benodigde zorg via maatwerkvoorziening verleend. Raamcontracten met meerdere zorgaanbieders.


Bekostiging

Input (of PxQ)
: Zorg wordt per uur tegen een vaste prijs betaald.
Populatie: Budget zorgaanbieder wordt gebaseerd op omvang populatie.
Resultaat: Vergoeding wordt gekoppeld aan te behalen resultaat.

 

Afbeelding

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.