of 59045 LinkedIn

Grote inkoopcoalities belemmeren innovatie Wmo

In ruim 70 procent van alle gemeenten zijn bij de inkoop van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) samenwerkingsverbanden gevormd van minimaal vijf gemeenten. In grote samenwerkingsverbanden komt innovatie moeilijk van de grond. Gemeenten die in kleiner verband samenwerken, doen het beter. Dat blijkt uit onderzoek van hoogleraar inkoopmanagement Jan Telgen en Niels Uenk van de Universiteit Twente. Het onderzoek is op verzoek van Binnenlands Bestuur uitgevoerd.

In 71 procent van alle gemeenten zijn bij de inkoop van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) samenwerkingsverbanden gevormd van minimaal vijf gemeenten. In grote samenwerkingsverbanden komt innovatie moeilijk van de grond. Gemeenten die in kleiner verband samenwerken, doen het beter. Kleine inkoopcoalities kiezen veel vaker voor innovatieve bekostiging.

Financiële prikkels

‘Financiële prikkels zijn van belang voor het bereiken van innovatie’, verduidelijkt Niels Uenk,die samen met hoogleraar inkoopmanagement voor de publieke sector Jan Telgen (Universiteit Twente) onderzoek heeft gedaan naar de inkoopcontracten voor de Wmo 2015. Het onderzoek is op verzoek van Binnenlands Bestuur uitgevoerd. In dit (deel)onderzoek is de inkoop van de functie begeleiding, waarvoor gemeenten sinds 1 januari verantwoordelijk zijn, onder de loep genomen.

 

Veel variatie

Meer dan 90 procent van de gemeenten heeft voor de inkoop van de functie begeleiding vorig jaar samenwerking gezocht met minstens een andere gemeente, zo blijkt uit het onderzoek. Gemiddeld bestaan de samenwerkingsverbanden uit vier gemeenten, maar de variatie is groot. De helft van het aantal gemeenten werkt samen in verbanden van vijf tot negen gemeenten. 21 procent van de Nederlandse gemeenten werkt zelfs met tien of meer gemeenten samen. In 20 procent heeft twee tot vier gemeenten de handen ineen geslagen. Nog geen 10 procent koopt zelfstandig in. Het gaat dan met name om steden, zoals de G4, Eindhoven, Heerenveen, Leeuwarden, Lelystad en Zwolle. Maar ook een paar kleine gemeenten (Ommen en Bellingwedde) hebben zelfstandig ingekocht.

 

Positie sterker

De voornaamste voordelen van gezamenlijk inkopen zijn het behalen van proces-efficiëntie, stellen Telgen en Uenk. Kleinere gemeenten hebben daarnaast minder ambtenaren met specialistische kennis tot hun beschikking en zoeken mede daarom de samenwerking op met grotere buurgemeenten. Als meerdere gemeenten samenwerken, wordt de positie van deze inkoopcoalitie sterker ten opzichte van marktpartijen.


Verminderde autonomie

Een van de nadelen van samenwerking is dat de inkoopkennis in het sociaal domein niet binnen de eigen organisatie wordt opgebouwd. Grootste nadeel is volgens Telgen en Uenk echter de verminderde autonomie. De gemeenten in de inkoopcoalitie moeten eenzelfde benadering van de decentralisaties hebben, anders kunnen ze niet gezamenlijk inkopen. Gevolg is dat gemeenten voor de transformatie afhankelijk worden van anderen. Dat wreekt zich vooral in grote samenwerkingsverbanden, zo is uit het onderzoek naar voren gekomen.

 

Populatiebekostiging

‘We zien in de praktijk dat er nog veel wordt afgerekend op het aantal uren dat zorg wordt verleend. Voor innovatieve bekostiging, zoals resultaat- of populatiebekostiging, wordt veel minder gekozen’, aldus Uenk. Bij resultaatbekostiging wordt afgerekend op het te bereiken resultaat; bijvoorbeeld vergroten van de zelfredzaamheid bij ouderen. Bij populatiebekostiging krijgt een wijk of buurt een vooraf vastgesteld budget waarmee bijvoorbeeld het wijkteam het moet zien te rooien. Als zorgaanbieders worden afgerekend volgens het principe ‘uurtje-factuurtje’ (inputbekostiging) is er geen prikkel tot vernieuwing.

 

Tussenstap

Vooral inkoopcoalities van vijf gemeenten of meer kiezen met 57 procent het vaakst voor traditionele (input) bekostiging. 33 procent heeft voor resultaat- of populatiebekostiging gekozen. Bij inkoopcoalities van twee tot vier gemeenten kiest 60 procent voor innovatieve bekostiging en 40 procent voor inputbekostiging. Volgens Uenk is de keuze voor resultaatbekostiging vaak een tussenstap tussen input- en populatiebekostiging.

 

Risico-mijders

Gemeenten die helemaal alleen inkopen, zijn bijna net zo traditioneel als de grote samenwerkingsverbanden: daar hanteert 59 procent de inputbekostiging en 31 procent een vorm van innovatieve bekostiging. Uenk: ‘Bij deze ‘eenlingen’ zie je een tweedeling. Enerzijds zijn er gemeenten die bewust de risico’s minimaliseren, niet teveel nieuws proberen en voor een jaar vooral het oude systeem aanhouden.’ Gemeenten nemen de vanuit de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Awbz) afkomstige taken volledig over en kiezen daarbij voor inputbekostiging. ‘Anderzijds zijn er gemeenten die heel bewust zelf een systematiek ontwerpen met innovatieve aspecten waaronder bekostiging.’

 

Tijdnood

Daarmee is niet gezegd dat ‘eenlingen die wél innoveren typisch de grotere gemeenten zijn, en de ‘risico-mijders’ typisch kleine gemeenten'. Volgens Uenk loopt dit dwars door elkaar. ‘Gemeenten als Nijkerk en Dalfsen passen net als Den Haag en Rotterdam resultaatbekostiging toe, terwijl naast diverse kleinere gemeenten ook Amsterdam en Eindhoven de zorg dit jaar nog per uur afrekenen.’ Tijdnood is volgens de onderzoeker bij de kleinere ‘eenlingen’ en mogelijk ook bij de grote samenwerkingsverbanden een belangrijke reden geweest om (nog) niet te innoveren. Dergelijke gemeenten en inkoopcoalities ‘kozen op een gegeven moment voor de ‘veilige’ weg'.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door MisterGee (Ambtenaar) op
Wat mist is dat gemeenten inzien dat:
-volgens onderzoeken KMPG en anderen is populatiebekostiging de meest aangewezen manier om zorgkosten te gaan beheersen.
- resultaatsfinanciering maar voor klein deel redelijk cq mogelijk is.
Blijft over zeker 80% basisfinanciering, uitvoerder moet voldoende ruimte daarbinnen hebben voor maatwerk, flexibiliteit en innovatie. Maar finncier moet wel kostrpijsniveau en produktiviteit kunnen volgen.
-meer integraal ontschotte uitvoering zorg- & welzijnsdiensten ook ontschotte organisaties vereist. Dus grote (boven)regionale specialistische organisaties moeten worden vervangen door kleinere multidisciplinaire instellingen.
Dus: gebiedsgerichte aanbestedingen van combinaties van AWBZ/WMO/participatie-budgetten?