of 59080 LinkedIn

Gemeenten verzaken massaal wettelijke plicht

Gemeenten betrekken hun burgers onvoldoende bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Participatiewet, terwijl dit wettelijk is verplicht. Dit blijkt uit onderzoek van het PPRC, het onderzoekscentrum van de Universiteit Twente en de Universiteit Utrecht.

Gemeenten betrekken hun burgers onvoldoende bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Participatiewet, terwijl dit wettelijk is verplicht. Gemeenten lappen op dit punt niet alleen de wet aan hun laars, maar er kunnen ook vraagtekens worden geplaatst bij het draagvlak voor beleid. Rondom de uitvoering van de Wmo is de inspraak over het algemeen beter geregeld.

Inspraak

Dit stellen onderzoekers van het PPRC, het onderzoekscentrum van de Universiteit Twente en de Universiteit Utrecht, op basis van hun onderzoek naar de inspraak in het sociaal domein. ‘In zowel de Wmo 2015, de Jeugdwet als de Participatiewet is wettelijk geregeld dat burgers bij de uitvoering van de drie gedecentraliseerde taken moeten worden betrokken’, stelt Jeffrey Rouwenhorst, een van de onderzoekers. ‘In de Wmo is vastgelegd dat gemeenten niet alleen ingezetenen, maar ook cliënten en hun vertegenwoordigers moeten betrekken bij de uitvoering van de Wmo. Gemeenten moeten dit in de Wmo-verordening vastleggen. In artikel 2.1.3 van de Wmo 2015 is opgenomen dat in de Wmo-verordening moet worden vastgelegd hoe gemeenten dit zullen gaan doen’. In artikel 2.10 van de Jeugdwet en artikel 47 van de Participatiewet staan soortgelijke bepalingen.

 

Ongevraagd advies

In ieder geval moet worden geregeld hoe inwoners, cliënten en hun vertegenwoordigers voorstellen voor beleid kunnen doen en op welke manier zij gevraagd en ongevraagd over beleidsvoorstellen kunnen adviseren. Ook moet in verordeningen worden geregeld hoe agendapunten kunnen worden aangemeld, hoe aan periodiek overleg kan worden deelgenomen en op welke wijze inwoners, cliënten en hun vertegenwoordigers van de benodigde informatie voor een overleg worden voorzien. ‘Enerzijds moeten gemeenten vastleggen dat zij ingezeten, cliënten en hun vertegenwoordigers betrekken bij de uitvoering van de 3D’s, anderzijds genieten gemeenten keuzevrijheid in hoe zij dit zullen gaan doen’, aldus Rouwenhorst.

 

Zeer beperkt

Vooral bij de Jeugdwet en de Participatiewet is de inspraak zeer beperkt, zo blijkt uit het onderzoek waarvoor Rouwenhorst samen met onderzoeker Niels Uenk en hoogleraar Inkoopmanagement voor de publieke sector aan de UT Jan Telgen de verordeningen en beleidsdocumenten van 260 gemeenten onder de loep nam. De adviesorganen mogen slechts over een beperkt aantal onderwerpen adviseren. Bij 44 procent van gemeenten heeft het inspraakorgaan voor de Jeugdwet beperkte of geen bevoegdheden (onderwerpen waarover het mag adviseren). Bij inspraakorganen voor de Participatiewet ligt dat percentage op 45 procent. De inspraakorganen voor de Wmo hebben veel meer te zeggen: in 95 procent van de gemeenten is sprake van volledige bevoegdheden. ‘Op deze manier wordt niet voldaan aan de wettelijke voorschriften ten aanzien van inspraak in het sociaal domein’, benadrukt Rouwenhorst. ‘Burgers kunnen in iets minder dan de helft van de gemeenten niet meepraten over het beleid op het gebied van de Jeugdwet en de Participatiewet. Je kunt je afvragen wat dit betekent voor het draagvlak van beleid. Het is wenselijk dat gemeenten de inspraak snel beter regelen.’

 

Niet ontschot

Uit het onderzoek blijkt tevens dat slechts de helft van de gemeenten een integraal, ontschot adviesorgaan heeft voor maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en werk en inkomen. ‘Tijdens de drie decentralisaties werd juist ingezet op ontschotting. Het is merkwaardig dat je eerst het beleid ontwikkelt en dan een jaar later de inspraak gaat regelen. Die inspraak kan dan niet over dat stuk beleid gaan. Bovendien zijn er nog steeds gemeenten, die - twee jaar na de drie decentralisaties - nog steeds niet aan ontschotting hebben gedaan op het gebied van inspraak’, aldus Rouwenhorst.

 

In bijna een op de vijf gemeente is er nog sprake van een ‘oude’ Wmo-raad. Daarmee is niet gezegd dat de leden niet over de nieuwe taken mogen adviseren, benadrukt Rouwenhorst. De verordeningen zijn echter nog niet aangepast, waardoor de (nieuwe) bevoegdheden niet formeel zijn vastgelegd. 

 

Afbeelding

 

 

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Edo Paardekooper Overman ((ex)voorzitter Wmo participatieraad Zaanstad) op
De gemeente Zaanstad schaft alle formele (beleids-)adviesraden in het gehele sociale domein af per 1 jan. 2017!
------
"Met de nieuwe werkwijze wil de gemeente ruimte maken om met direct betrokkenen vragen te bespreken en oplossingen te maken. Bijvoorbeeld met inwoners van een verzorgingshuis, hun families, mensen die kampen met schulden, vrijwilligers van de voedselbank, werkgevers, etc. Daar komen oplossingen op maat uit. Het lijkt dan dubbelop om deze oplossingen daarna nog een keer voor te leggen aan een advies- en overlegorgaan namens de doelgroep, die zelf al betrokken is geweest. De gemeente besloot daarom de formele adviesrelatie met de bestaande adviesraden (de Wmo Participatieraad, de Cliëntenraad Werk en Inkomen en de Seniorenraad) te beëindigen en een gelijke inbreng te faciliteren voor alle belanghebbenden: inwoners, hun netwerk, vertegenwoordigende organisaties en de adviesraden."
---------
http://bit.ly/2jBgnRg
Door Pia (Wmoraad) op
Waar kan ik het hele onderzoek vinden?
Door Jankees op
Ach, onderzoekers die alleen naar de letter van de wet kijken. De gemeenten handelen in de geest van de wet. En zo hoort het ook. Laat het onderzoek zich eens verdiepen in de Wet DBA. Daar is het pas een klerezooi. Zo erg, dat de regering deze wet, na een half jaar al, in arren moede maar weer buiten werking heeft gesteld.
Door Werner op
De wijkteams en de VNG zijn helaas van weinig nut we worden steeds ongelukkiger en ongezonder in dit land door hun toedoen.
Door Alexander (oud-raadslid) op
de kern van deze regelingen is inderdaad de klant/gebruiker vooraan te zetten. Dat het bij een flink aantal gemeenten in de sfeer is komen te liggen van ''het komt nog wel'' is droevig, zegt iets over het gebrek aan visie over burgerparticipatie, c.q. democratische oordeelsvorming. En moeilijk, welnee, je hebt toch ook nog steun aan de VNG ?
Door Herman Nijskens op
Deels eens en deels oneens.
De invoering van de 3D's , het formeel vastleggen van bevoegdheden en het tijdig formuleren en vaststellen van beleid en verordeningen was voor veel gemeenten een huzarenstukje.
Bovendien moesten er regionale afspraken gemaakt worden, moest de bestaande zorgvraag volgens 5 voor 12 aangepaste rijksvoorwaarden worden opgenomen.
Beleid is niet voor de eeuwigheid. Zaak is bij de doorontwikkeling, verbetering van het beleid de inspraak wel goed te regelen. Pijnpunten aanpakken. Het eerste vuur is geblust nu zorgen dat je klaar bent voor de volgende brand.