of 59100 LinkedIn

Gemeenten en jeugdaanbieders in wurggreep

Gemeenten en jeugdzorgaanbieders houden elkaar in een wederzijdse wurggreep. Daardoor komt de innovatie onvoldoende van de grond. Gemeenten moeten deze impasse doorbreken door de inhoudelijke opgave te agenderen.

Gemeenten en jeugdzorgaanbieders houden elkaar in een wederzijdse wurggreep. Daardoor komt de innovatie onvoldoende van de grond. Alleen door met elkaar in gesprek te gaan en de inhoudelijke opgave te agenderen, kan de transformatie een kans krijgen. Gemeenten moeten daartoe het initiatief nemen.

Afstand

Dat stelt adviesbureau BMC op basis van haar ervaringen met gemeenten en jeugdzorgaanbieders. ‘Gemeenten en jeugdzorgaanbieders praten nu niet over de goede dingen met elkaar. Er wordt veel discussie gevoerd over inkoop, budget en producten’, aldus Wiebrand Top, senior adviseur van BMC. ‘Zorgaanbieders menen ook veelal dat gemeenten niet de expertise hebben om mee te praten over innovatie. De afstand tussen gemeenten en aanbieders is te groot, waardoor de discussie over de jeugdhulp eerder wordt versmald dan verbreed.’ Innovatie is echter noodzakelijk om binnen de financiële kaders goede zorg te ontwikkelen en aan te bieden, benadrukt Top. Veel gemeenten kwamen vorig jaar niet uit met hun jeugdbudget en datzelfde dreigt dit jaar weer te gebeuren. Niet in de laatste plaats omdat het rijk dit jaar opnieuw (150 miljoen euro) kort op het jeugdbudget voor gemeenten.

 

Geen ruimte

BMC onderscheidt drie redenen waarom er in de relatie tussen gemeenten en specialistische zorgaanbieders geen ruimte is voor het gesprek over vernieuwing. Zo is tijdens de inkooptrajecten vrijwel niet over de inhoud gesproken, maar alleen over budgetten, bezuinigingen en de continuïteit  van zorg. Ontbrekende cijfers over de (financiële) omvang van de taak waarvoor gemeenten per 2015 verantwoordelijk werden, leidden bij gemeenten tot onzekerheid en soms ook wantrouwen richting aanbieders. Als derde wordt van de sociale wijkteams verwacht dat zij met plannen voor nieuwe arrangementen komen. ‘De specialistische aanbieders zijn dan niet de eerste gesprekspartner’, aldus Top.


Klem

Al met al benutten gemeenten de kennis van de specialistische aanbieders niet. Gemeenten zijn te weinig gesprekspartner en dagen aanbieders niet uit. Bij de aanbieders ontbreekt volgens BMC bijna altijd een actieve adviesrol. Kortom: er is nog geen partnerschap ontwikkeld en er wordt te weinig aan kennisdeling gedaan. Gemeenten geven vervolgens aanbieders de schuld van het uitblijven van de vernieuwing in de jeugdhulp, en aanbieders de gemeenten. ‘Er is een situatie ontstaan die alle partijen klem zet en die maakt dat partijen elkaar in de wurggreep houden’, vat Top samen.


Kaders en spelregels

‘Gemeenten hebben een belangrijke rol in het keren van het tij’, benadrukt Top. ‘De aanbieder heeft weliswaar ook een rol, maar gemeenten en/of regio’s zijn als eerste aan zet door kaders vast te stellen waarbinnen de zorgvernieuwing moet plaatsvinden. Dat is echt de taak van gemeenten.’ Voor het draagvlak is het wel belangrijk dat die kaders door gemeenten en zorgaanbieders gezamenlijk worden geformuleerd. Een van de kaders is de inhoudelijke jeugdopgave zoals preventie en ambulante zorg. Andere kaders zijn betrokken partners en de positionering van huisartsen en sociale wijkteams. De beschikbare budgetten en passende bekostiging en contractering zijn eveneens kaders waarbinnen de discussie over de transformatie moet worden gevoerd. De kaders moeten aansluiten op de lokale en/of regionale problematiek en context. Top: ‘Het gaat daarnaast ook om de spelregels: je moet duidelijke spelregels afspreken om het spel te kunnen spelen. Dan kunnen aanbieders bewegen en veranderen. Omdat dit nu ontbreekt, zijn de aanbieders niet in positie om te innoveren.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Grietje Kalfsbeek (Directeur RIGG ) op
De strekking van deze analyse van dhr Top vraagt om een Groningse reactie.
Allereerst hoop ik dat u net als ik zaterdagavond 4 maart naar de film: "de stille beving" hebt gekeken en u zich realiseert wat het begrip " wurggreep" werkelijk betekent. Veel gezinnen en daarmee dus ook kinderen in Groningen worden in een wurggreep gehouden door de aardbevingen en nog erger door het besef dat de Nederlandse overheid, de politiek, onze volksvertegenwoordiging, de oplossing voor dit probleem niet hoog op het (verkiezings)programma heeft staan. Het machteloze gevoel in de steek te worden gelaten terwijl een financiële oplossing voorhanden is, dat is een wurggreep.
Als het gaat over de samenwerking tussen jeugdhulp en gemeenten is Groningen een positief voorbeeld. Al in 2014 hebben de 23 Groningse gemeenten besloten om samen en met de aanbieders van jeugdhulp, te willen werken aan de transformatie van de jeugdhulp. En ook om financiële solidair te zijn in de bekostiging van die jeugdhulp. Ah dat is het woord dat we zoeken in het aardbevingen-dossier, solidariteit, wie de link moeilijk kan maken kijkt nog een keer naar de uitleg van Arjen Lubach.
Samen met professionals van jeugdhulpaanbieders hebben we in 2014 het Groninger Functioneel Model ontwikkeld, hebben we in 2015 10 grote transformatie doelen/ projecten uitgezet waar de jeugdhulpaanbieders trekker van waren en hebben we in onze aanbesteding van jeugdhulp voor 2016 en 17, niet het tarief maar de inhoudelijke vernieuwende producten centraal gesteld. Kortom hebben we nadrukkelijk de samenwerking gezocht vanuit het besef dat de expertise van professionals in de jeugdhulp voor gemeenten onontbeerlijk is om de juiste keuzes te maken. Dat het nodig was om duidelijke kaders en spelregels te stellen vanuit de nieuwe verantwoordelijkheid van gemeenten is een correcte conclusie van de dhr Top. Dat was een pittige ontmoeting aan de start van de transformatie, de nadruk op eigen kracht en preventie, het loslaten van het " beter weten" van hulpverleners en de strakke financiële kaders, betekent ook een flinke transformatie van jeugdaanbieders. Maar anno 2017 zijn we met de jeugdhulpaanbieders tevreden, of minder Gronings, trots op de samenwerking en de resultaten. De Groningse problematiek is enorm, met 23 gemeenten zijn we de grootste jeugdhulp gebruikers van Nederland, de uitgaven bedragen 160 miljoen en 130 jeugdhulpaanbieders staan met ons voor de opgave om ieder gezin en kind/jeugdige zo veel mogelijk weer zelf regie te geven in eigen leven en waar professionals hulp nodig is, dat zo snel en goed mogelijk te bieden. Maar samen staan we sterker.

Door Joost op
Stop alle kinderen en gezinnen maar in de jeugdzorg wat een goudmijn.
Door Maarten Pieters (zelfstandig adviseur voor bestuurders) op
Gemeenten en jeugdzorgaanbieders die elkaar in een wurggreep houden. Dat is een zorgwekkend beeld, zeker vanuit het perspectief van de ouders en de kinderen.

Als je weleens met een ander een worsteling hebt gehad weet je dat 'Elkaar in een wurggreep houden' feitelijk onmogelijk is. De één houdt de ander in een wurggreep, elkaar in een wurggreep houden lukt niet.

Hoe zit het dan? Houden de gemeenten de jeugdzorgaanbieders in een wurggreep of is het andersom? Ik denk geen van twee. Het lijkt er meer op dat beide partijen zich er onvoldoende van bewust zijn dat innovatie per definitie risicovol is. Je treedt immers het onbekende tegemoet en dat maakt onzeker.

Geen wurggreep maar passiviteit en onvoldoende samenwerking. Dit kan anders en begint met een goed en open gesprek over de kansen en de risico's. Die verschillen voor gemeenten en jeugdzorgaanbieders. Hoe ga je met die verschillen om? Wat kan de één daarbij voor de ander betekenen? Als het risico voor de een vermindert vergroot dat dan het risico voor de ander?

Gelukkig zijn er gemeenten en jeugdzorgaanbieders die hier niet voor terugschrikken. Zij houden elkaar niet in een wurggreep maar zijn samen op weg. Soms struikelend maar wel actief op zoek naar een betere jeugdzorg en meer maatwerk.

Voor ouders en kinderen is het zaak om zich te realiseren dat innovatie stap voor stap en met vallen en opstaan gaat. Verbetering van de jeugdzorg vraagt tijd. Geen fijne boodschap. Iedereen die dat niet ziet houdt zichzelf in een wurggreep.




Door JaapvV (adviseur, o.a. voorzieningen) op
Buitengewoon treurig, deze conclusies. Er is maar één verliezer en dat is degene die jeugdhulp nodig heeft.