of 58959 LinkedIn

Bezuinigingsdrift gemeenten bedreigt toegang jeugdhulp

Toegang tot en kwaliteit van de jeugdhulp worden bedreigd omdat gemeenten steeds vaker op de stoel van de hulpverlener gaan zitten. Uit het oogpunt van kostenbeheersing stellen gemeenten financiële belangen boven het belang van het kind. Hiermee wordt een grens overschreden, stelt Kinderombudsman Marc Dullaert.

Kwaliteit en toegang tot de jeugdhulp worden bedreigd omdat gemeenten steeds vaker op de stoel van de hulpverlener gaan zitten. Uit het oogpunt van kostenbeheersing stellen gemeenten financiële belangen boven het belang van het kind.

Grens overschreden

Dat stelt Kinderombudsman Marc Dullaert in zijn vandaag (woensdag) verschenen onderzoek naar de toegang tot de jeugdhulp. Uit inkoopgedrevenheid en besparingszin oefenen gemeenten invloed uit op de hulp die kinderen ontvangen. Kinderen krijgen de hulp die de gemeente beschikbaar heeft, ‘en dat is niet altijd hetzelfde traject als dat de specialist heeft voorgeschreven’. Volgens Dullaert wegen daarmee financiële belangen zwaarder dan de belangen van het kind. ‘Waar het kindbelang ondergeschikt wordt gemaakt aan financiën, wordt een grens overschreden’, stelt hij.

 

Spanningen

‘Bij het bepalen van de behandeling die een kind krijgt, moet zijn individuele belang voorop staan en niet het financieel of organisatorisch belang van de gemeente of instelling. Dat lijkt nu niet het geval.’ Zo heeft een aantal professionals aangegeven dat gemeenten soms te lang of te sterk aansturen op het aanspreken van de eigen kracht van gezinnen, terwijl dit bijvoorbeeld bij mensen met een licht verstandelijke beperking risicovol is. ‘Dit leidt soms tot spanningen tussen de hulpverleners en ouders enerzijds en de gemeente anderzijds.’


Steggelen

Verder leiden organisatieproblemen en administratieve lasten bij zowel gemeenten als bij instellingen tot onder meer vertraging in de toekenning van hulp, wachtlijsten en uitblijven van herindicaties, zo blijkt verder uit het onderzoek naar de toegang tot en de kwaliteit van de jeugdhulp na de decentralisatie. Het vaststellen van de hulp voor een kind kost vaak veel tijd. ‘Gemeenten steggelen onderling over bij welke gemeente een kind hoort. Of discussiëren met andere instanties over onder welke wetgeving en dus in welk potje een kind valt’, aldus de Kinderombudsman in zijn rapport.


Bureaucratisch getouwtrek

Gevolg van dat ‘bureaucratisch getouwtrek’, zoals de Kinderombudsman het noemt, is onder meer het ontstaan van onnodige wachtlijsten. Hoewel de Kinderombudsman erkent dat er voorheen ook wachtlijsten waren, benadrukt hij dat het wachten vaak onnodig is. De ene aanbieder zit dan wel vol, maar bij anderen is er nog wel plek. Verwijzers hebben het overzicht niet. Gebrek aan overzicht over bezetting en beschikbaarheid van aanbod kan leiden tot onnodige wachtlijsten voor nieuwe cliënten. Gemeenten moeten hier ‘alert op zijn en zich maximaal inspannen om onnodige wachtlijsten terug te dringen’, vindt de Kinderombudsman.


Haperende afstemming

De toegang tot hulp via wijkteams komt lang niet overal goed van de grond. Ook de samenwerking met anders verwijzers moet beter. Hoewel de regiefunctie - volgens jongeren, ouders en hulpverleners - door de wijkteams beter wordt opgepakt dan voorheen door de Bureaus Jeugdzorg, stellen professionals dat er nog steeds sprake is van ‘haperende afstemming’. Zij zien nog te vaak dat in een gezin meerdere hulpverleners actief zijn, zonder dat de hulp en ondersteuning op elkaar wordt afgestemd. Niet alleen binnen het wijkteam of tussen hulpverleners, maar ook binnen de gemeentelijke organisatie is sprake van moeizame afstemming, zo blijkt uit het onderzoek. Grotere gemeenten hebben vaak meerdere wijkteams, en ook nog eens aparte teams die zijn gericht op gezinnen met meervoudige of complexe ondersteuningsbehoefte. Onderlinge inhoudelijke afstemming komt niet altijd voldoende van de grond, omdat onduidelijk is bij welk team een gezin het beste thuis hoort. ‘Dit gebrek aan regie kan ervoor zorgen dat problemen te lang onaangepakt blijven of ineffectieve overlap van zorg plaatsvindt. Er kunnen zelfs onveilige situaties voor kinderen (voort)bestaan’, aldus de Kinderombudsman.

 

Herindicaties lopen spaak

Gemeenten hebben moeite hebben met het tijdig herindiceren van kinderen die een persoonsgebonden budget (pgb) of zorgindicatie hadden van voor 1 januari 2015. De Kinderombudsman maakt zich daarom zorgen over de borging van de zorgcontinuïteit de komende maanden. Daarnaast is hij bezorgd over de instroom van kinderen die voor het eerst een zorgindicatie nodig hebben. Mogelijk worden eerste de oude herindicaties afgehandeld voordat hun hulpvraag wordt beoordeeld.


Te veel aanbodgericht

Door verantwoordingseisen en oude financieringsstructuur in productcodes komt de transformatie moeizaam van de grond. ‘Er wordt nog teveel aanbodgericht gewerkt in plaats van vraaggestuurd, waardoor maatwerk en flexibiliteit worden bemoeilijkt’, concludeert de Kinderombudsman. Gemeenten moeten de komende tijd prioriteit geven aan het voorkomen en bestrijden van onnodige en schadelijke wachtlijsten en aan het afronden van herindicaties.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bert op
"Kwaliteit en toegang tot de jeugdhulp worden bedreigd omdat gemeenten steeds vaker op de stoel van de hulpverlener gaan zitten."
Op de stoel gaan zitten van de hulpverlener is wettelijk niet toegestaan en derhalve onrechtmatig.
De jeugdhulpverlener van de gemeente is een zelfstandige professional die onder het tuchtrecht valt en zelfstandig, al dan niet in kennisoverleg met haar collega professionals, in alle vrijheid zijn/haar beslissing moet kunnen nemen.
Als er iets misgaat dan staat de hulpverlener voor de tuchtrechter en niet de gemeente die onrechtmatig invloed uit wil oefenen.
Gemeenten moeten beseffen dat zij onrechtmatig beslissingen inhoudelijk beïnvloed. Gemeenten zijn verantwoordelijk dat haar jeugdhulpverleners hun werk snel en effectief uit kunnen voeren en moeten hun hulpverleners niet overladen met emotionele, politieke en niet onderbouwde inhoudelijke adviezen en administratieve taken.
Door H. Wiersma (gepens.) op
De transitie in de zorgsector is slechts 10 maanden oud. Dan kan je niet verwachten dat alles van vandaag op morgen is aangepast (bijv. aanbodgericht/vraaggestuurd.
De professionaliteit (met inbegrip van zo nodig in te huren deskundige adviseurs) zit sinds 1 januari 2015 bij de gemeente dan wel behoort daar in ieder geval beschikbaar te zijn.
Wie betaalt bepaalt, zo werkt het nou eenmaal in dit land en dat is maar goed ook.
De blik van de Kinderombudsman wordt steeds eenzijdiger, waarmee niet is gezegd dat er bij de gemeenten geen fouten worden gemaakt.
Door Herman Nijskens op
Wat een kort door de bocht reacties.
Als of een instelling betaald uit het oude ziekenfonds niet ook gewoon winst moet maken voor haar continuïteit.
Veelal leeft de gedachte dat winst iets vies is terwijl het een onderdeel van de bedrijfsvoering is om alles aan het draaien te houden. Als ik hoor hoeveel instellingen maanden(!) achter lopen met declareren dan vraag ik mij af waar betalen zij hun rekeningen van?
Het transitie jaar is bijna afgelopen, volgend jaar komt het transformatiejaar, dan krijgen we nog meer klachten van zorgvragers die het met de andere zorg niet eens zijn. Maar ook die klachten ebben weg als gemeenten in staat blijken te laten zien dat de transformatie van zorg slaagt. Meer algemene voorzieningen en minder specifieke (en dus) dure voorzieningen. Hoe je het draait of keert de hele bevolking draagt de last van de zorgkosten of je het nu verdeelt via inkomstenbelastinginkomsten, ziekenfondspremie, basispolis premie of..of...
Door M. Koudenburg (Ouder) op
Het onderzoek is goed als feedback. Gemeenten en zorgverzekeraars dienen de verbeterpunten opbouwend kritisch mee te nemen in dit startjaar van Jeugdwet en Nieuwe WLZ..Een Klacht is een gratis advies!
Extra had er nog onderzocht kunnen worden wat wel goed gaat. Zodat ze dat verder uit kunnen bouwen.
Door Pierre op
Dullaert had zijn rapport moeten schrijven toen VWS, pardon AEF, met het verdeelmodel bezig was!

VWS en Tweede Kamer hebben hun verantwoordelijkheden naar gemeenten afgeschoven. Gewoon kijken waar het schip strandt en dan nu krokodillentranen janken.
Een cruciaal verschil met het Rijk is dat een gemeente een sluitende begroting moet tonen. Dan krijg je dus financiele sturing.
Aabodgericht werken vloeit wel voort uit de erfenis die VWS oplegde nl, de rechten voor iedereen in 2015 behouden. Tja, en als je als gemeente keer op keer onjuiste clienteninfo krijgt, ook over aantallen, krijg je dit. En onder andere de client is de klos.
De transitie is er nog helemaal niet. Die gaat volgend jaar pas van start.
Door Jan op
Geweldig die decentralisatie van de zorg. Wéér een reden om nooit meer op VVD of PvdA (één pot nat) te stemmen.
Door Ries Oonk op
Dit rapport rammelt aan alle kanten. Hoewel er in Nederland zo'n 450.000 kinderen in zorg heeft 1.053 gezinnen deze enquête ingevuld. Daarmee zijn de uitkomsten zeker niet representatief te noemen. Broddelwerk.
Door Guus de Beer (onderzoeker) op
De komende jaren zal verder blijken dat gemeenten niet geschikt zijn om te zorgen voor een goede uitvoering van de jeugdzorg. Een parlementaire enquête over een jaar of tien zal dat uiteindelijk bewijzen.
Door JHAGM Sneuf van Toetellaere (BD) op
Geldt niet alleen de jeugdige hulpzoeker maar ook de (chronisch)zieke, de oudere en dus elke vorm van hulp die we hadden. Terug naar Ziekenfonds, niet -op-winst-beluste medici, farmacie en ziekenhuizen.Zolang Schipper aan het roer zit, is het wachten op de volgende Charibdis waarin de miljarden verdwijnen
Door LGT (geen) op
Met het volledig uit handen geven van onze zorgvuldig opgebouwde zorgsystemen aan op winst ge baseerde financiële instellingen, was te voorzien dat mensen die zorg nodig hebben tussen wal en schip zouden gaan vallen.
De Verzekeringsbedrijven maken in feite de dienst uit en bepalen dan ook of iemand de nodige zorg krijgt of niet.
Nooit had de Overheid de kardinale fout mogen maken om de gezondheid van de burgers uit handen te geven aan commerciële Verzekeringsbedrijven maar had die gezondheidszorg in eigen hand moeten houden.