Advertentie
sociaal / Achtergrond

Kansarme nieuwkomers

Rotterdam en Den Haag kreunen onder de toestroom van duizenden kansarme Oost-Europese migranten. Beide steden verwijten het Rijk een gebrek aan toekomstvisie.

12 november 2010

Acht Bulgaren in drie stapelbedden op één kamer, zeker, dat komt hij tegen, zegt Paco Gomez van de Rotterdamse dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting. Deze avond gaat hij een paar adressen langs in de oude stadswijk Delfshaven, waar dat mogelijk het geval is. Gomez vergezelt een van de interventieteams in Rotterdam, die aan overbewoning een einde proberen te maken door met bestuurlijke dwangsommen en boetes de eigenaren aan te pakken van de panden die niet zelden brandgevaarlijk zijn.

 

Twee jaar geleden vloog in Rotterdam-Noord door kortsluiting zo’n pand in brand. Er bleken 22 Bulgaren te wonen; twee kinderen kwamen om in het vuur. ‘Overbelasting van het elektriciteitsnet is ook voor de buren levensgevaarlijk’, zegt Gomez.

 

Bij het eerste adres dalen hij en collega Murat Cetinkaya, projectleider interventie bij de deelgemeente Delfshaven, af naar het souterrain waar ze vier krappe slaapvertrekken aantreffen en een Bulgaarse man en vrouw. Voor de ruimte, die anderhalf bij 3 meter beslaat, betalen ze 200 euro per maand. De televisie staat noodgedwongen op de koelkast; een roestige kookplaat op een tafeltje ernaast. De snoeren van al deze apparaten zijn aangesloten op één stekkerdoos.

 

‘Waardeloos’, verzucht Gomez en hij trekt de stekkers van de kookplaat en de koelkast er meteen uit. Cetinkaya vergelijkt ondertussen de paspoorten met de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie en wijst de huurders op loketten voor eventuele hulp. De vrouw, Turkstalig zoals veel Bulgaren, zegt dat haar man ziek is en niet werkt. Zij werkt als schoonmaakster en verdient zwart 5 euro per uur.

 

Grijs circuit

 

Volgens een recent onderzoek van de Erasmus Universiteit en het kennisinstituut Nicis naar arbeidsmigranten uit Polen, Bulgarije en Roemenië is een groot deel van de nieuwkomers uit Bulgarije laaggeschoold en daarom aangewezen op het ‘grijze en illegale circuit’. Ook al hebben Bulgaren en Roemenen als EU-burgers vrij toegang tot Nederland, om hier te werken hebben ze nu nog een tewerkstellingsvergunning nodig. Als die zoals aangekondigd op 1 januari 2012 wordt afgeschaft, verwacht Rotterdam dat de kettingmigratie van kansarme Bulgaren en Roemenen nog verder zal toenemen.

 

‘De leefbaarheid in de oude stadswijken zal nog verder onder druk komen te staan’, vreest wethouder Hamit Karakus van Wonen (PvdA). Daarom is Rotterdam er voorstander van dat de tewerkstellingsvergunning voor deze groepen verplicht blijft tot 2014, zoals ook in het regeerakkoord wordt vermeld.

 

Het is geen nieuwe situatie. Toen in 2007 Polen geen tewerkstellingsvergunning meer nodig hadden, kwamen er duizenden Poolse arbeiders de grens over. Het waren er zoveel dat Rotterdam met 53 andere gemeenten een ‘Polentop’ belegde.

 

‘Wij hebben toen met Poolse medewerkers een team geformeerd om de groep in beeld te krijgen en te wijzen op de misstanden, maar ook op zaken die belangrijk zijn om hier een toekomst op te bouwen’, zegt Karakus. Volgens de laatste schattingen zouden er in Rotterdam 19.500 arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa verblijven, onder wie zo’n 4 duizend Bulgaren. ‘Wij kunnen in de oude stadswijken niet nog eens 20 duizend nieuwe mensen opvangen, daar zijn de voorzieningen niet op ingericht’, verklaart Karakus, die zegt op te trekken met zijn Haagse collega-wethouder en partijgenoot Marnix Norder.

 

Deze sprak vorige week de vrees uit voor een nieuwe onderklasse. Norder refereerde onder andere aan het feit dat veel Bulgaren en Roemenen nauwelijks Nederlands spreken en ook niet verplicht zijn te integreren dankzij hun EU-paspoort.

 

Buurtoverlast

 

De inzet van de interventieteams kost Rotterdam 3 miljoen euro per jaar, aldus de wethouder. Met hun interventies in illegaal bewoonde panden helpen de teams honderden klachten over buurtoverlast oplossen. Delfshaven, maar ook andere oude stadswijken, hebben de laatste dertig jaar veel autochtone gezinnen zien vertrekken. Daarvoor in de plaats zijn nieuwkomers gearriveerd die vaak in achterstandssituaties verkeren. Midden- en Oost-Europeanen met karige lonen zijn de jongste lichting.

 

Meer dan de helft van de Bulgaren en Roemenen verdient onder het wettelijk minimumloon, blijkt uit het Erasmus/Nicis onderzoek. Zij worden uitgebuit door werkgevers, die dat vaak ook kúnnen doen omdat ze tevens de huisvesting regelen.

 

‘Het is een groep waar we weinig grip op hebben’, zegt Karakus. Bulgaren en Roemenen komen veelal op de bonnefooi naar Nederland en trekken in bij al eerder aangekomen familie en andere landgenoten. Binnen deze communale netwerken wordt ook werk geregeld. Voor de helft vindt dat plaats buiten Rotterdam in gebieden zoals het Westland. Voor de gemeente is het een moeilijk te benaderen collectief. Ze wonen in de oude stadswijken, maar vaak is niet bekend waar. Kinderen gaan in veel gevallen niet of onregelmatig naar school.

 

‘Voor de toekomst is het noodzakelijk dat we een manier vinden om deze groep actief te benaderen en te laten meedoen aan de Rotterdamse samenleving’, maakte Karakus onlangs de gemeenteraad duidelijk. Hij heeft de problematiek van het snel groeiende aantal arbeidsmigranten uit Oost-Europa diverse keren aangekaart in Den Haag. ‘Gemeenten in de regio hebben profijt van hun arbeid, maar wij mogen de problemen met overbewoning en uitzendbureaus oplossen’, zegt Karakus. ‘Wij kunnen gemeenten waar Oost-Europeanen werken niet opleggen dat ze bijdragen in de huisvesting, daarvoor hebben we het Rijk nodig. Ook om het de uitzendbureaus moeilijker te maken.’

 

Karakus wil dat de uitzendbranche vergunningplichtig wordt, om beter toezicht mogelijk te maken. Illegaal omzeilen veel bureaus het wettelijk minimumloon en de afdracht van premies door Bulgaren en Roemenen als zzp’er in te huren. ‘De Kamer van Koophandel schrijft hen klakkeloos in, zonder na te gaan wat ze echt uitrichten. Die drempel moet hoger’, vindt de wethouder, die ook pleit voor omkering van de bewijslast. ‘Laat de werkgever aantonen dat hij wel het minimumloon betaalt in plaats van dat wij moeten bewijzen dat hij dat niet doet. Voor ons is het vaak heel ingewikkeld en tijdrovend om dossiers rond te krijgen.’

 

Landelijke registratie

 

De gemeente krijgt de benadeelden moeilijk aan de praat over de uitbuiting door werkgevers en huiseigenaren. Er heerst vaak angst, en bovendien wantrouwen veel mensen uit voormalige communistische landen de overheid. ‘En daar zijn de leefomstandigheden heel wat beroerder’, zegt Paco Gomez.

 

Met collega Cetinkaya belt hij aan bij een pand dat officieel onbewoond is, maar waarover geklaagd is door omwonenden. Ze treffen er vier Bulgaren aan. Uit twee andere kamers komen er nog drie tevoorschijn. Er zijn twee meisjes. Op de vraag in het Turks van Cetinkaya of zij naar school gaan, antwoordt de vader bevestigend, al heeft hij daar geen bewijzen van zoals schriften of schoolboeken. Gomez maakt foto’s van de paspoorten, het interieur, de wirwar van elektriciteitssnoeren en de gaskachel die kapotte ruitjes heeft. ‘Kachel niet aanzetten: koolmonoxide’, waarschuwt Gomez, die dit de huiseigenaar ernstig aanrekent en ‘een eerste last onder dwangsom’ in gang zet ter hoogte van de huuropbrengst van zes maanden.

 

Met dit sanctiemiddel heeft de gemeente een sterk instrument in handen om huisjesmelkers aan te pakken, maar het is te beperkt om de slechte huisvesting van Oost- Europese migranten op te lossen, meent Karakus. Met woningcorporaties zijn daarom in 2009 afspraken gemaakt om toekomstig te slopen panden geschikt te maken voor tijdelijke bewoning door deze groep. ‘Daar koppelen we voorwaarden aan voor uitzendbureaus: alleen als zij op tijd een volwaardig loon betalen en taalcursussen stimuleren, komen hun Oost-Europese medewerkers in aanmerking voor deze woonruimte.’

 

Om de Bulgaren en Roemenen in beeld te krijgen, is met de uitzendbranche afgesproken dat de aangesloten leden verblijfsadressen van hun werknemers aan de gemeenten Rotterdam en Den Haag zullen doorgeven. Geen uitzendbureau dat die afspraak tot nog toe is nagekomen. ‘We hebben een landelijk systeem voor registratie van arbeidsmigranten nodig’, concludeert Karakus.

 

‘Rijk verschuilt zich’

 

Het Rijk vindt echter dat de gemeenten met de bestaande registratiemiddelen voldoende zicht op deze groep kunnen krijgen. Wel is met Rotterdam een samenwerkingsverband aangegaan om te kijken of het wettelijk instrumentarium inzake huisvesting van Oost-Europese arbeidsmigranten aanpassing of uitbreiding behoeft. ‘Het Rijk ontbeert een visie op arbeidsmigratie’, stelt Karakus. ‘Het zegt: we hebben die mensen nodig om de economie draaiend te houden. Voor de sociale aspecten is geen aandacht. Daarover zegt het Rijk: gemeente, los het zelf maar op. Maar daar hebben de mensen in de oude stadswijken geen boodschap aan.’

 

Het Rijk verschuilt zich achter Europese regelgeving en dat vindt Karakus te gemakkelijk. Arbeidsmigranten die onverzekerd zijn, niet inburgeren en slecht wonen kunnen volgens hem niet alleen het probleem van de gemeente zijn. Politiecijfers geven inmiddels ook reden tot zorg. De criminaliteit onder Midden- en Oost-Europese migranten stijgt. In de eerste zes maanden van dit jaar registreerde de Rotterdamse politie bijna vijfhonderd unieke verdachten in deze groep: ruim anderhalf keer zoveel dan in 2009. Blijkens cijfers van de gemeente Den Haag groeit ook het aantal daklozen. Het aantal Oost- Europeanen dat aanklopt bij de dagopvang van het Leger des Heils is in Den Haag spectaculair gestegen van honderd in 2007 naar zeshonderd dit jaar.

 

Karakus pleit voor een tijdelijke stop in de toestroom. Een onderbreking die het nieuwe kabinet de tijd geeft een visie op de arbeidsmigratie te ontwikkelen en een plan van aanpak uit te voeren. Spreiding van de nieuwkomers zou volgens de wethouder een deel van de oplossing kunnen zijn, maar het is aan de regering die volgens hem ook een signaal aan Brussel moet geven.

 

‘We weten exact uit welke regio’s de Bulgaren en Roemenen komen. Daar moet de EU in investeren. Wij hebben niets aan migranten die de taal niet spreken en laaggeschoold zijn, en daardoor nauwelijks kansen hebben op onze arbeidsmarkt.’

 

Paco Gomez en Murat Cetinkaya bellen aan bij het derde adres. Weer een pand dat in de woorden van Gomez ‘aan het wegrotten is’ en waar de vier Bulgaren die er verblijven ook weg willen. De inspecteur trekt opnieuw de rode kaart. Deze keer omdat de gasslang een tuinslang is. ‘Niet goe, niet goe’, beaamt een van de Bulgaren. In het Turks zegt hij tegen Cetinkaya: ‘Huisbaas zou het vandaag maken.’

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie