of 59045 LinkedIn

Vier lessen van de 3D’s voor de Omgevingswet

Vier lessen volgens adviesbureau Berenschot.

Bestuurders en ambtenaren die zich gaan bezighouden met de invoering van de Omgevingswet, doen er goed aan om terug te kijken naar die andere grote stelselwijziging: de decentralisaties op het sociaal domein (3D). Daar kunnen we van leren, stelt adviesbureau Berenschot.

Afwachtend

Gemeenten onderschatten de transformatie die de Omgevingswet voorstaat. Ze zijn afwachtend – ‘Eerst maar eens zien hoe Den Haag het allemaal bedenkt’. Ze halen bovendien de begrippen transformatie en transitie door elkaar en grijpen naar bekende en vertrouwde samenwerkingspartners; daar blijven kansen liggen. En ze denken dat ze al integraal werken, maar dat doen ze niet.

 

Verschillen en overeenkomsten 

Tot zover de probleemanalyse van adviseurs André Oostdijk en Korrie Louwes. De eerste is specialist Omgevingswet bij het bureau, de tweede was als wethouder in Rotterdam medeverantwoordelijk voor de decentralisaties in het sociaal domein, de 3D’s. Als collega’s bij Berenschot kwamen ze bij de koffie te spreken over de verschillen, maar vooral ook overeenkomsten tussen de beide grote stelselwijzigingen. Dat leidde tot vier lessen voor de Omgevingswet.

  

Les 1: 2018 is dichterbij dan het lijkt

Berenschot heeft even teruggerekend: In 2018 moet de Omgevingswet worden geïmplementeerd. Dat betekent dat 2017 in het teken staat van de procedures, bijvoorbeeld rond het reorganisatieplan, het omgevingsplan enzovoorts. De strategie en inhoud zijn dan in 2016 aan de orde. Het voorbereiden en opstellen van een (regionale) implementatieagenda gebeurt dan uiterlijk in het najaar van 2015: nu dus.

 

Les 2: Zoek de juiste partners

De Omgevingswet vraagt een herbezinning op samenwerking. De 25 omgevingsdiensten zijn gevormd op basis van de indeling in veiligheidsregio’s. Dat is niet per se een logische samenstelling voor een regionale omgevingsvisie. Dan kan het handiger zijn om samenwerking te zoeken met gemeenten die gelijkgestemd of juist aanvullend zijn op terreinen als economische kracht, bevolkingsontwikkeling, woonopgaven of infrastructurele vraagstukken.

 

Les 3: Transformatie vóór transitie

Een transitie is van A naar B gaan, zonder ongelukken. Dat betekent dat je op tijd klaar bent om in 2018 te werken met de instrumenten uit de Omgevingswet, zegt Oostdijk. ‘Transformeren is van gedaante wisselen, een andere rol pakken. Transformeren is nodig als je integraal wilt werken en afwegingsruimte wilt gebruiken. Dan moet je in gesprek met de maatschappij, je eigen gedrag en organisatie aanpassen.’ Voor de transitie moeten gemeenten wachten tot de wetgeving volledig klaar is, met transformeren kunnen ze nu al beginnen.

 

Les 4: Organiseer integraliteit

Volgens Oostdijk ligt hierbij een grote kans voor de bestaande omgevingsdiensten, waar nu al veel expertise rondom vergunningverlening en milieu is ondergebracht. Gemeenten moeten omgevingsdiensten betrekken bij de implementatie en uitvoering van de Omgevingswet. Niet als sluitstuk maar als volwaardig partner. Dus vooral in een vroeg stadium gezamenlijk initiatieven stimuleren en onder de loep nemen.

 

Lees deze week in Binnenlands Bestuur #23 het hele verhaal over de lessen voor de Omgevingswet. Inclusief het interview met wethouder Arno van Kempen uit Teylingen, die zowel het sociale domein als de Omgevingswet in portefeuille heeft.

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Arjan (directeur Ruimte) op
Als een 'omgevingsvisie' de plek van een (structuur)visie gaat innemen en een 'omgevingsplan' de plek van een bestemmingsplan, kan het begrip transformatie dan wellicht een tikkie overtrokken zijn? Zeker als de provincie nog geen duidelijkheid kan geven over het 'provinciaal belang'. Hoeveel vrijheid c.q. afwegingsruimte krijgen de gemeenten straks nu werkelijk om integraal te werken en een andere rol te pakken?