of 59045 LinkedIn

Unieke gemeentelijke samenwerking bedrijventerreinen

In het Stedelijk Gebied Eindhoven willen negen gemeenten elkaar niet langer beconcurreren, maar juist versterken en gezamenlijk kwalitatief hoogwaardige bedrijventerreinen in de regio creëren. Zij werken samen alsof zij een gemeente zijn. 'Dit is regionale samenwerking 2.0. Verevenen vond op deze schaal nooit eerder plaats.'

Negen gemeenten werken samen alsof zij een gemeente zijn. In het Stedelijk Gebied Eindhoven willen gemeenten elkaar niet langer beconcurreren, maar elkaar juist versterken en gezamenlijk kwalitatief hoogwaardige bedrijventerreinen in de regio creëren. 'Dit is regionale samenwerking 2.0. Verevenen vond op deze schaal nooit eerder plaats.'

Gezamenlijk belang
De samenwerkende gemeenten (Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) hebben gezamenlijk duidelijke marktgerichte keuzes gemaakt welke bedrijventerreinen (door)ontwikkeld worden en welke in de toekomst het meest geschikt zijn voor nieuwe bedrijven. Daardoor worden de nog te ontwikkelen terreinen met een kwart verminderd. De dubbele mismatch (kwalitatief en kwantitatief) tussen vraag en aanbod is hiermee verdwenen. Gevolg is dat in een aantal gemeenten bedrijventerreinen uit de markt worden gehaald. Die gemeenten krijgen een tegemoetkoming van gemeenten die wel gronden mogen uitgeven. De terreinen die wel worden verkocht, leveren dus een bijdrage aan de kosten die gemaakt moeten worden voor de terreinen waar geen vraag meer naar is. De negen gemeenten zeggen elkaar daarin te willen helpen, omdat zij een gezamenlijk belang hebben.

Dubbele mismatch
Wethouder Renée Hoekman van de gemeente Geldrop-Mierlo, woordvoerder namens de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven, wijst erop dat zij al in het bestuursconvenant van 2013 ervoor hebben gekozen om op bepaalde thema's als een gemeente te acteren. 'Brainport is een uniek economisch systeem. In de hoogtijdagen van de economie nam de ontwikkeling van bedrijventerreinen
een vlucht. Toen bleek er minder behoefte te zijn tot 2025 en waren er tegelijkertijd terreinen die niet goed lagen: de dubbele mismatch. We zijn toen met de markt in gesprek gegaan en hebben een loket voor ondernemers opgezet namens de negen gemeenten, zodat die eenvoudig kunnen zien welke kavels vrij zijn.'

Stoplichtenmodel
Daarbij moesten de gemeenten iets doen met de grondprijzen. 'Concrete prijsafspraken maken kan niet, maar we konden wel de systematiek overeenkomstig maken. Natuurlijk is de situatie niet overal hetzelfde, maar je hoeft elkaar niet onnodig te beconcurreren.' Daarnaast besloten de gemeenten harde en zachte afspraken over bedrijventerreinen samen met de markt nog eens onder de loep te nemen. Zo kwamen zij op het "stoplichtenmodel". 'Groene terreinen gaan we ontwikkelen, rode niet. En dan heb je nog de zogenoemde "specials", terreinen die doorontwikkeld kunnen worden als een campus dat wil. Dat zijn oranje terreinen: als ze willen, gaan we ontwikkelen. Zo niet, dan niet.'

Meer solidariteit dan verevening
Tot slot noemt Hoekman de solidariteit tussen de negen gemeenten die zich uit in een financieel arrangement voor gemeenten die bedrijventerreinen moeten opgeven. Gemeenten die grond mogen uitgeven leggen tot 1 juni 2017 een bedrag van 10 euro per vierkante meter opgegeven terrein in waarmee gemeenten die moeten inleveren deels worden gecompenseerd. 'Dit is meer solidariteit dan verevening, want maar een klein percentage wordt gecompenseerd.' Hoekman houdt er rekening mee dat ongeveer 10 miljoen binnenkomt, terwijl 40 miljoen direct wordt afgeschreven. 'En die afschrijvingen kunnen nog aanzienlijk oplopen als sommige specials niet worden ontwikkeld.'

Regionaal Ontwikkelingsfonds
Daarnaast is er nog het Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties waar gemeenten en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij ieder 50 procent inleggen om nieuwe innovatieve ontwikkelingen op bestaande bedrijventerreinen mogelijk te maken wat een kwaliteitsimpuls moet geven en ook tot werkgelegenheid en versterking van de concurrentiepositie moet leiden. 'Voor ketens van toeleveranciers en nieuwe clusters.'

Regionale samenwerking 2.0
'Dit is regionale samenwerking 2.0 op het gebied van bedrijventerreinen', aldus Cees-Jan Pen, lector bij het lectoraat Brainport en deskundig op het gebied van werklocaties zoals bedrijventerreinen, stedelijke en regionale economie en vastgoed. Hij wijst erop dat de commissie-Noordanus al adviseerde zakelijk om te gaan met bedrijventerreinen en meer over de gemeentegrenzen heen samen te werken. 'Nieuw is dat de lasten worden verdeeld. De opbrengsten worden voor een deel gebruikt om de lasten van andere locaties te verzachten. Belangrijk is dat men echt stedelijk denkt. Het gezamenlijk belang staat voorop en niet het lokaal belang. Verevenen willen we allemaal, maar op deze schaal vond het nooit eerder plaats.'

Besef bij bestuurders
Hiervoor was het ieder voor zich in gemeenteland, vertelt Pen. De begroting en het geld bleef allemaal lokaal en ging nooit over de gemeentegrens heen. 'Nu gebeurt dat wel. Honderden hectares teveel aan bedrijventerreinen worden geschrapt en plussen en minnen kunnen worden weggestreept. Schrappen is nodig voor de verduurzaming en nu wordt het "iedere gemeente voor zich-principe" doorbroken. Vraag en aanbod komt daardoor meer in balans. De provincie heeft hier ook een aanjagende rol in gespeeld met haar monitor met cijfers waaruit bleek dat er een mismatch tussen vraag en aanbod was. Het besef is er nu bij deze gemeenten en hun bestuurders.'

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan Doorakkers (Doorakkers Advies) (Directeur) op
Zeker een prima initiatief. Ben wel benieuwd hoe omgegaan wordt met financiële gevolgen voor individuele gemeenten indien zij die niet zelf kunnen dragen.
Door Gerlof Rienstra (Directeur Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies BV) op
Een mooi initiatief dat ook buiten Noord-Brabant navolging verdient!
Door H. Wiersma (gepens.) op
Dit is/wordt de prima opstap naar een nieuwe (moderne) regionale inrichting van het openbaar bestuur. Wie volgen?