of 59054 LinkedIn

Terugtrekken overheid gevaarlijk voor landschap

Architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout is vóór de aankomende versimpeling van de ruimtelijke regels, met een sterkere rol voor gemeenten en voor de samenleving en onderschrijft dat de ruimtelijke wetgeving aan herziening toe is. De decentralisatie in de nieuwe Omgevingswet, die in 2018 wordt ingevoerd, acht hij onvermijdelijk.

Nederland kent unieke landschappen en stadsbeelden, fraai ingepaste infrastructuur. Maar door de Omgevingswet kunnen we onze planningstraditie kwijtraken, zegt hoogleraar Wouter Vanstiphout. Deze maand komt hij met zijn advies over de nieuwe wet.

Decentralisatie
Architectuurhistoricus Vanstiphout is vóór de aankomende versimpeling van de ruimtelijke regels, met een sterkere rol voor gemeenten en voor de samenleving en onderschrijft dat de ruimtelijke wetgeving aan herziening toe is. De decentralisatie in de nieuwe Omgevingswet, die in 2018 wordt ingevoerd, acht hij onvermijdelijk.

Middelmatigheid
‘Er zijn belangrijke ideologische verschuivingen in ons land’, stelt hij in een interview met Binnenlands Bestuur. ‘In de afgelopen eeuw streefden we naar een egale spreiding van kennis, inkomen, macht en voorzieningen. Ook de ruimtelijke wetgeving was daarop gebaseerd, tot en met de Vinex-plannen. Maar dat ideaal van gelijkheid ontaardde onbedoeld in genormeerde middelmatigheid. En intussen neemt het contrast, demografisch en economisch, tussen regio’s in dit land toe. Met generiek beleid creëer je dan juist ongelijkheid. Eén liberalisatiegrens voor woningen heeft totaal andere gevolgen voor Amsterdam dan voor Drenthe. Decentralisatie van de besluitvorming is dus onvermijdelijk.’

Zelfwerkzaamheid
Tegelijkertijd vraagt de overheid meer zelfwerkzaamheid van alle belanghebbenden. ‘Dat is een regelrechte omdraaiing van onze werkwijze, waarin een sterke overheid het ruimtelijk beleid bepaalde. Onze beroemde ontwerptraditie hebben we te danken aan de overheid, als opdrachtgever en als planner. En omgekeerd is de vormkwaliteit van Nederlandse steden en landschappen een representatie van het Nederlandse staatsbestel, dat berustte op zorgvuldige planning en besluitvorming in gezamenlijkheid.’

Participatie
In navolging van andere beleidsgebieden gaat de Omgevingswet uit van méér participatie. De impliciete aanname van de Omgevingswet dat belanghebbende partijen elkaar bij ruimtelijke besluiten wel zullen vinden, verontrust Vanstiphout echter. ‘Efficiëntie in de besluitvorming staat voorop. Maar kennen de betrokkenen de consequenties bij een snelle besluitvorming voldoende? Komt er onderling beraad over de keuzes die ze hebben? Of creëer je met deze vaagheid juist nieuwe monopolisten?’

Het Probleematelier
Vanstiphout komt met twee aanvullende instrumenten voor de vereiste omgevingsvisies van provincies en rijk. ‘De eerste noem ik het Probleematelier. Hier moeten alle belangenpartijen aan tafel, om de strijdigheid tussen hun belangen visueel weer te geven en dan te ontdekken hóe strijdig ze precies zijn. Wat kan beslist niet alle twee? En om de kosten en baten van afzonderlijke belangen helder te krijgen. Zo’n Atelier hoort helemaal vooraan in het proces, als je alles nog open kunt gooien. Bestuurders kunnen dan vanuit gepresenteerde feiten en beelden nadenken: wat is een werkbare coalitie, welke hoofdbelangen kunnen we verenigen?’

Het Keuzeatelier
Later in het besluitvormingsproces komt dan het moment voor wat de hoogleraar het Keuzeatelier noemt. ‘Dat is een middel om concrete ruimtelijke keuzes aan besluitvormers voor te leggen in beelden. Inclusief het beeld hoe het wordt als je alles op zijn beloop laat. Zo’n Keuzeatelier kan het startpunt zijn voor een omgevingsvisie. De gemeentepolitiek kan ook besluiten om ruimtelijke mogelijkheden aan de bevolking voor te leggen in een referendum.’

Bewuste ingrepen
Hij acht het positief dat iedereen zich nu over de Omgevingswet buigt. ‘Het concentreert onze aandacht. De wet is geen deus ex machina, maar een middel om anders met ruimtelijke planning om te gaan. Laten we echter niet onderschatten hoe groot de gedragsverandering zal zijn. Mij gaat het erom dat Nederland altijd bewúst voor ruimtelijke ingrepen heeft gekozen. Ik hoop dat we dat behouden.’

Canon
En ondanks de decentralisatie kunnen hogere overheden die besluitvorming nog altijd gunstig beïnvloeden, vindt Vanstiphout. ‘Ik verwacht uiteraard dat het rijk in zijn omgevingsvisie vastlegt welke netwerken, gebieden en gebouwen van nationaal belang zijn. Een soort canon dus. Maar daarnaast hoop ik dat het rijk zal opschrijven hoe ze gemeenten wil helpen met de totstandkoming van ruimtelijke keuzes. Het rijk moet de kwaliteit van het proces waarborgen. Want als je gelooft in participatief en lokaal, dan is terugtrekken niet genoeg. Anders wint altijd het recht van de sterkste.’

Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nr.22 of via de inlog.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door opmerker op
los van al het andere........
correctie:
"De decentralisatie in de nieuwe Omgevingswet, die wellicht in 2018 klaar is om te worden ingevoerd"
Door Jaap Haasnoot op
Dit is een sympathieke maar ook buitengewoon naïeve gedachte. Ondanks de "ladder voor duurzame verstedelijking" zijn een aantal beroepsbestuurders in staat gebleken, om ondanks alle inspraak en democratische controle, een landschap te vernietigen in het meest verstedelijkte gebied van Nederland. Terwijl de noodzaak er niet is. Het gaat om een soort Vinexplan voor het voormalig vliegveld Valkenburg midden in de Randstad dat economisch haalbaar gemaakt wordt omdat de grond gratis was. Lees hier meer http://zozitdatdus.blogspot.nl/ Of kijk naar de manier waarop onze kust wordt verziekt met enorme aantallen windmolens waarvan het nut en rendement helemaal niet vaststaat. Dat kan dus allemaal nu al. Gaat een nieuw inspraakritueel dat tegenhouden ? Get real !